Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vereenigingsleven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vereenigingsleven.

6 minuten leestijd

DE ARBEID TE LERWICK.

Wie geregeld de verslagen van allerlei christelijke vereenigingen onder de oogen krijgt, wordt er door getroffen, hoe er den Uatsten tijd telkens en telkens door den dood uit den kring onzer ijverigsten en begaafdsten worden weggerukt.

Hoeveel verslagen, "die een „in memoriam" bevatten, gewijd aan een of meer arbeiders, die een plaats van beteekenis in het vereenigingsleven bekleedden en bij hun heengaan een plaats ledig lieten, die niet gemakkelijk te vervullen is.

Wel niemand zal ontkennen, dat dit al in zeer bijzonderen zin geldt van Ds. L. van der Valk, ten opzichte van den arbeid te Lerwick onder de Nederlansche visschers; en we gelooven dan ook, dat we niet wel zouden doen, indien we dien arbeid ter sprake brachten en verzuimden, een woord van nagedachtenis te wijden aan den geliefden grijzen predikant, die met zooveel ijver en opgewektheid jaren lang dien arbeid diende.

Hij was — zoo leest men in het verslag over 1909 — „hij was de ziel van Bethsaïda. Met onverdroten ijver heeft bij voor onze vereeniging gewerkt. Tot op het laatste van zijn leven bleef hij in haar arbeid belangstellen. Trouwens, dat kon ook niet anders. Een deel van zijn leven heeft hij aan dien arbeid gegeven.

„Sedert 1896 heeft hij aan dien arbeid onder onze visschers op Shetlaads kasten zijne gaven en krachten gewijd. Hij is de pionier geweest, die daarginds met geringe hulpmiddelen het werk heeft aangevangen, en dit gedaan heeftop onnavolgbare wijze, woekerende met de gaven en talenten, hem door God geschonken.

„Viermaal is hij naar het hooge Noorden getrokken. Voor het laatst ging hij in 1902 naar Lerwick en ook naar Baltasound. Op laatstgenoemde plaats verkeerde hij eenige oogenblikken in levensgevaar. Na de bemanning van een logger aan boord te hebben bszocht, werd hij door een sloep naar wal gebracht, maar bij het verlaten van de boot viel hij te water. Gelukkig, kon men hem spoedig hulp verleenen, zoodat hij weldra weer behouden op het' droge stond. Door Gods goedheid heeft hij geen letsel van dit ongeval gehad. Het is dan ook niet uit vreeze voor hetgeen toen te Baltasound heeft plaats gehad, dat hij niet meer naar Shetland is gegaan. Een ongesteldheid, hier te lande hem overkomen, maakte het ongeraden voor hem om nog langer verre tochten te ondernemen. Hij heeft er in berust om niet meer te gaan, maar in zijne gedachten vergezelde hij steeds de broeders, die derwaarts gingen.

„Men had daarginds achting voor den werkzamen dominee. Onvermoeid was bij in zijn arbeid._ Altijd had hij stof tot spreken. Steeds was hij niet alleen bereid, maar ook gereed om het Evangelie te verkondigen. Zonder inspanning kon en heeft hij het gedaan, dag aan dag, in de kerk en in de „hall", aan boord en in het hospitaal, , op de scheepstimmerwetf van Mr. Goodlad en op het kerkhof terwijl de golven het klaaglied zongen.

„Niet weinig heeft zijn optreden aan „de baai" er toe bijgedragen om rust en orde er te verzekeren en joagelingen terug te houden van zonde en ongerechtigheid. Niet het minst door zijn optreden is „the Dutchman" op Lerwick weer in de achting der bewoners gestegen,

„Onwillekeurig heeft hij een school van arbeiders voor dit werk gevormd. Men luisterde gaarne, vóór men vertrok, naar zijne raadgevingen en opmerkingen. Zijn ijver heeft er velen tot arbeiden aangespoord,

„Zijn geloof is niet beschaamd geworden. Meermalen ontving hij groote en verrassende giften voor den arbeid, waarin hij dan, en dat te recht, een bewijs van de goedkeuring en gunste Gods mocht opmerken. Daardoor werd hij bemoedigd en kon hij anderen ook weer bemoedigen. Welk een genoegen deed het hem, toen ook H. M. de Koningin toonde zijn arbeid te waardeeren en hem met het ridderkruis begiftigde I Hoe verheugd was hij, toen ter udiëntie bij H. M. om voor de onderscheiding dank te zeggen, het hem bleek, dat onze Vorstin niet onkundig was van hetgeen door de Geref. zeekerken wordt verricht.

„Zijn geloof is niet beschaamd geworden". Dat dit zoo is, bemerkt men ook weer uit het aatste verslag, dat vol lof is voor de welwilendheid, die de Dienaren der zeekerken in het hooge Noorden ondervinden; een welwillendheid, ie hen in staat stelt, hun arbeid met vrucht n zonder al te groote moeilijkheden te verichten. Men bemerkt het ook aan de vruchen zelve, die van jaar tot jaar van meer beeekenis worden en tot grooter dankbaarheid stemmen.

Immers is het — al geschiedt het ook in et verslag eigenlijk min of meer ter loops — een kleine zaak, dat aldus getuigd kan worden:

„Het gedrag onzer mannen was dit jaar vooreeldig. Telkens hoorden of lazen wij van vischers, die voor het gerecht gedaagd waren, egens smokkelarij, dronkenschap, vechten, enz., aar er was geen enkele Hollander bij. Dat nze landslieden zich nu zoo goed gedragen is, aar het oordeel der Lerwickers, aan den arbeid an „BethsaJda" te danken. Toen wij op de oot waren, die ons naar Schotland terug moest rengen, kwam er een Lerwicker naar ons toe, ie er zijn blijdschap over uitsprak, dat wij aarlijks aldaar komen. „Gij kunt niet begrijpen, " eide hij, „welk eea goeden invloed uw komst ier op uw landslieden oefent, Vroeger zagen ij dikwijls met vreeze de komst der Hollanders e gemoet. Dronkenschap, vechtpartijen en nog rger dingen kwamen herhaaldelijk voor, en u niet of bijna niet meer. De Hollanders nderscheiden zich thans gunstig van andere P atiën, Engelschen en Schotten niet uitgezonerd.”

„Vraagt gij naar nog andere, meer geestelijke ruchten, het is niet zoo gemakkelijk die aan o e wijzen. Wel weten wij, dat ons verblijf te erwick door verreweg de meesten, en zeker e besten, onzer visschers zeer gewaardeerd ordt; dat zij soms spraken van ontvangen egen onder de bediening des Woords. Wij oeten 'verder niet vergeten: de oogst volgt iet terstond op den zaaitijd. Dit weten wij, ij hebben Gods belofte: „Mijn Woord zal niet edig tot Mij wederkeeren", en — de beloften ods zijn in Christus Jezus ja en amen. God eeft ons daar in het hooge Noorden een geopende eur gegeven voor de verbreiding van het Evangelie.”

Het getuigenis van de Lerwickers over den h rbeid der zeekerken sterkt den moed om g jverig voort te gaan in het vertrouwen op Gods t ulp. Men is nog lang nog niet waar men wezen t oet, Niet alleen van de Shetlands-eilanden m ó oept men om orer te komen en te helpen, l aar ook van elders, met name van Grimsby, waar 's winters vele Hollanders vertoeven en atn vele verleidingen blootstaan.

Zal de arbeid op den duur gezond kunnen uitgroeien, dan is er een eigen hospitaalschip noodig.

Maar dat kost veel geldl

Wie helpt mee om bet te bouwen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 oktober 1910

De Heraut | 4 Pagina's

Vereenigingsleven.

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 oktober 1910

De Heraut | 4 Pagina's