Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Volkomen rechtsherstel kan de

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Volkomen rechtsherstel kan de

8 minuten leestijd

Volkomen rechtsherstel kan de Overheid ons niet schenken.

Dit rechtsherstel toch zou drieërlei inhouden :

Vooreerst, dat de Overheid onze Kerken erkende als wettige voortzetting van de „Gereformeerde gezindheid”.

Ten tweede, dat de goederen, eigendom men, fondsen, kerkgebouwen en pastorieën, die aan de „Gereformeerde gezindheid" behooren en ons ontnomen zijn, weer aan ons als wettig erfdeel werden teruggeschonken.

En ten derde, dat de rijkstractementen, die volgens Artikel 171 alinea a als wettig recht aan de leeraren der Gereformeerde gezindheid toekomen, aan onze predikanten werden uitbetaald.

Men zegge niet, dat deze eischen te hoog zijn gesteld. Indien we in Engeland hadden geleefd, waar de hoogste rechtbank heeft uitgemaakt, dat bij scheuring in een Kerk niet de meerderheid der Kerk, niet eenig Synodaal besluit, niet de uitwendige organisatie, maar de belijdenis als statuut der Kerk beslist, en wie aan die belijdenis trouw blgft, daarom ook recht heeft op al haar titels en goederen, dan zou èn in 1834 èn in x886 deze eisch ons zgn toegewezen. En het is alleen de schuld van de door endoor w onjuiste opvatting van de Kerk als een v maatschappelijk genootschap, waarin niet n de trouw aan de belijdenis, maar de onder­ s worpenheid aan de besturen beslist, dat de lagere en hoogere rechters dien eisch ons ontzegd en de Synodale organisatie in het gelijk hebben gesteld.

Dat de E.egeering thans dit onrecht nog weg kan nemen, gelooven we niet. Ze kan onze Kerken niet plotseling als.de wettige voortzetting der Gereformeerde gezindheid gaan erkennen. Ze kan ons de eigendommen en goederen der Gereformeerde gezindheid, die ons ontnomen zijn, niet teruggeven, omdat ze de beslissing van den Hoogen Raad niet kan te niet doen. En ze kan zelfs de rijkstractementen, die krachtens Art. 171 alinea a aan de predikanten der Gereformeerde gezindheid als wettig recht toekomen, niet aan onze predikanten uitbetal«i, zonder daarmee terstond een proces van de Hervormde Kerk uit te lokken, waarbij de Regeering zonder eenigen twijfel in het ongelqk zou worden gesteld.

Wat de Overheid alleen zou kunnen doen, is, op grond van Artikel 171 alinea b onze Kerken plaatsen op de lijst van de gesubsidieerde Kerken; maar deze subsidie zou geen erkenning van ons recht., maar een gunst wezen. We zouden evenals de Doopsgezinden, Remonstranten, Joden eveneens ondersteuning van de Overheid ontvangen, waarop we ais in de belasting meebetalende burgers en als numeriek niet minder sterke Kerkengroep zej^er billijkheidsaanspraken kunnen doen gelden. Maar de aanvaarding van die subsidie of ondersteuning zo'i toch in geen geval herstel zijn van het door ons geleden onrecht.

En EU kan men, evenals zeker Romeinsch keizer deed, die op weinig smakelijke wijze belasting hief van de burgers, wel zeggen non olet, wat doet het er toe hoe en op welke wijze de Overheid ons helpen wil, als het geld er maar komt; maar al begrijpen we, dat soms bij den noodstand onzer predikantstractementen zulk een gedachte het hart binnensluipt, toch gelooven we niet, dat de meerderheid onzer Kerken ooit dezen opportueiteitsweg zouden willen bewandelen, waarbij materieele voordeden hooger worden gesteld dan geestelijke rechten.

Maar al stellen we dit alles op den .voorgrond, om de illusie af te snijden, alsof de Overheid ons volledig rechtsherstel kan verschaffen, toch wil dit daarom geenszins zeggen, dat men zich bij het geleden onrecht rustig heeft neer te leggen, en niet bij de Overheid zou mogen aandringen om aan den thans bestaanden, geheel onrechtvaardigen toestand een einde te maken.

Zelfs het argument, dat bij de eigenaardige politieke verhoudingen, de Regeering, — die steunt op de coalitie van de antirevolutionairen, Christelïjk-Historischen en Roomsch-Katholieken, waarvan de beide laatste groepen tegen of althans niet voor de opheffing van Artikel 171 zijn — er toch niet aan denken zal een twistappel in de verbonden gelederen te werpen, door bij de aanstaande Grondwetsherziening Artikel 171 aan de orde te stellen, mag niet voor ons den doorslag geven om stilzwijgend in den bestaanden toestand te berusten.

Vooreerst blrjft getuigen plicht, ook al weet men, dat door dit getuigenis niet terstond een practisch doel kan worden bereikt. We protesteeren tegen afschaffing van de doodstraf, tegen de instandhouding van de Staatsloterij, tegen den vaccinedwaag en tegen zooveel meer, ook al weten we, dat bij een deel der Coalitie over deze vraagstukken gansch anders gedacht wordt dan door ons. En waarom zouden we dan niet even krachtig en ernstig ons protest mogen laten hooren tegen het onrecht in Artikel 171 de Kerk aangedaan; welk onrecht, nog veel dieper ingrijpt in ons volksleven en veel droever gevolgen heeft voor onze volksontwikkeling, dan Staatsloterij, afschaffing van de doodstraf of vaccinedwang.

En in de tweede plaats, ook afgezien van dezen zedelij ken plicht tot getuigen, is het wel zeker, dat zonder een aanhoudend, een ernstig, een gedocumenteerd protest verbetering van lang ingeworteld onrecht niet te verkrijgen is. Hoe lang moest de weduwe niet smeeken bij den onrechtvaardigen rechter, voordat haar recht werd gedaan; maar toch gaf ze haar klacht niet op en juist daardoor won ze haar pleit. Voor alle dingen is daarom noodig, niet dat men alleen een klacht richt tot de Rsgeering door middel onzer Synode, maar dat de publieke opinie bewerkt wordt door pers en viugschift. Zoo heeft Groen ons geleerd; zoo alleen is onze strijd inzake vrijheid en gelijkheid van het Christelqk onderwqsons gelukt. Het onrecht moet zoo klaar en evident worden voor de conscientie van ons volk, dat niet alleen van ons, wien dat onrecht is aangedaan, maar dat van alk zijden een roepstem opgaat tot de Regeering, dat er rechtsherstel moet komen.

Te wanhopen, dat het ooit zoo ver komen zal, zou ongeloof verraden in de rechtmatigheid van onze zaak. Reeds nu gaan in de Hervormde Kerk stemmen op, die tegen het onrecht, ons aangedaan, protesteeren. Het merkwaardige schrijven van Spectator in de Waarheidsvriend, waarop we onlangs wezen, was daarvan een verbiedend teeken.

Of het daarom raadzaam is, dat deze actie van onze Kerken zeif uitgaat door middel van een rechtstreeksch schrijven van de Synode aan de Regeering, laten we in het midden. Practisch resultaat van zulk een schrijven is op dit oogenlijk wel niet te wachten, waar de Regeering de handen vol heeft met de sociale wetgeving, en deze zoowel als onze kustverdediging zooveel schatten verslindt, dat aan vermeerdering van uitgaven wel niet zal gedacht worden. Ook de Grondwetsherziening-commissie, zooals deze thans is saamgesteld, zal Art. 171, het kruidj«-roer-me-niet onzer politiek, g el niet aan de orde stellen. Reeds bij roegere Grondwetsherzieningen bleek, hoe iet alleen roomschen en christelijk-historichen, maar even goed da liberalen en radicalen Art. 171 liefst met rust lieten, om geen kerkelijke hartstochten wakker te maken; én dat er sinds dien tijd wijziging in deze tactiek kwam, bleek niet. En of de mannen, die in deze Commissie onze beginselen vertegenwoordigen, in een afzonderlijke nota op schrapping van Art. 171 zullen aandringen, is een vraag van politiek beleid, die aan hunne overtuiging moet worden overgelaten; maar zelfs indien ze het deden, kan men vooruit wel het lot van zulk een afzonderlijke nota voorspellen. De voorstelling, alsof onze Synode maar bij de Rsgeering behoefde aan te kloppen, om morgen den dag een vier millioea los te krijgen, die dan voor verbetering der predikantstractementen kostelijke winst zouden afwerpen, is een opwekken van illusiën, dat eigenlijk wreed is.

Maar al kan een practisch resultaat van zulk een schrijven der Synode niet verwacht worden, toch zou zulk een klacht a\s publiek getuigenis voor de conscientie van ons volk beteekenis kunnen hebben. Natuurlijk zou zulk een schrijven dan niet alleen aan de Overheid moeten vragen om het onrecht, dat uit Art. 171 voortvloeit, weg te nemen, maar dit onrecht zou klaar en duidelijk en met een evidentie, die tot ieder sprak, in het licht moeten worden gesteld. Er zou een justificatoire nota aan moeten worden toe gevoegd, waarin op historische en rechtskundige gronden dat onrecht werd aangetoond Zelfs zou de Synode de vraag wel ernstig mogen overwegen, of ze niet tegelijk de a middelen van rechtsherstel heeft aan te wijzen, waar de Regeering telkens het standpunt heeft ingenomen: laten de Kerken, die met klachten komen, ons ook den weg tot verbetering aanwg zen, anders kunnen we geen hulpe bieden. Men weet, hoe het met de reorganisatie der Theologische faculteit is gegaan, die zelfs gebiedend was voorgeschreven en die de Regeering toch «veer glippen liet, omdat van de zijde der Kerken geen enkel voorstel tot verbetering was ingekomen.

In dien vorm en met dit doel opgesteld, zou een synodaal schrijven aan de Regee ring als getuigenis zeker waarde kunnen hebben en dienst kunnen doen om de actie te steunen, die onder ons volk en in ons parlement voor opheffing van Art, 171 pleit.

Toch gelooven we, juist omdat het te doen is niet in de eerste plaats om een practisch resultaat, maar om een getuigenis van de volksconscientie, dat een andere en betere weg te verkiezen zou zijn. Het kan toch niet ontkend, dat het opkomen van de Kerk alleen voor haar eigen recht, vooral wanneer dit recht hier uitsluitend financieele belangen geldt, niet den meest aangenamen indruk naar buiten maakt. Opheffing van Artikel 171 te vrasren alleen op grond, dat door dit artikel aan onze Ker kengroep finantieel onrecht geschiedt, is een motief, dat niet het hoogste staat Veel krachtiger zal de indruk op de conscientie wezen, wanneer gevoeld wordt, dat het de Gereformeerde Kerken niet alleen en zelfs niet in de eerste plaats, te doen is om zekere finantieele voordeden voor zich «elf, maar om het geestelijk belang van heel ons volk. Waarom dit zoo is, zuilen we een volgend maal aantoonen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 oktober 1910

De Heraut | 4 Pagina's

Volkomen rechtsherstel kan de

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 oktober 1910

De Heraut | 4 Pagina's