Leestafel.
I. DE MACEDONIËR. Zendingstijdschrift. — October 1910. Uitgave van de firma Bouwman en Venema. Groningen.
In dit No. gaat de hoofdredacteur Ds. H. DIJKSTRA voort zijn indrukken te beschrijven, ie de groote Zendingsconferentie, dezen zomer e EDINBURG gehouden, op hem maakte. Eeo, uist door zijn subjectiviteit, bijzonder lezenswaardig stuk waarin onze zendingsman rake dingen zegt. DIJKSTRA heeft daar blijkbaar met oordeel es onderscneids verkeerd en zich niet laten verbluffen door de schittering van deze illustere vergadering. Zoo schrijft hij over het rapport mtrent de Godsdiensten, die als valsche religies oor de zending worden bestreden, en dat op aterdag 18 Juni werd uitgebracht: „Nu mag k niet zeggen dat (dit) rapport mij meeviel. k vind er zeer veel in dat ook in de boeken an den jongsten tijd is te lezen is en dat geresenteerd werd als het oordeel van de ondercheiden zendelingen. Het moge vermetel schrijen, maar ik las dit rapport niet met groote ewondering.”
Ik vind hier geen schijn zelfs van veretelheid, maar zie niet anders dan een voor n afgevaardigde plichtmatig criticisme.
„Het meest interesseerde mij het stuk over et Animisme *en het stuk over den Islam". en leze vooral wat DIJKSTRA daaromtrent ededeelt.
Over datzelfde Animisme en welopSoemba oet Ds. D. K. WIELENGA, onze zendeling aldaar, elangrijke mededeeliogen. Belangrijk omdat zij erusten op wat hij zelf heeft waargenomen.
Door zijn rubriek UIT MIJN CAMERA houdt de oofdredacteur zijn lezers goed op de hoogte an al wat op het gebied van de zending ea at daarmee in verband staat, actueel belang ieeft.v Zoo b.v. in zijn daarin voorkomend stukje ver de onlangs benoemde Staatscommissie, om dvies te geven over de wijzitjing der vei houding usschen de lodische Kerk en den Staat.
2. J. VISSER DE CHRISTKNVERVOLGINOEN va l BER8TIS KÏUWBN NA CHRISTUS. Kampen — . H. Kok, — 1910,
)> ••••••••••••••••••••••••••••••»•••••• Ds. Viiter, predikant in de Gereformeerde kerk te HIJUM, in Friesland, biedt ons biereen monographic over de christenvervolgingen in het Romeinsche rijk. Reeds als student aan de Theologische School te Kampen had dit onderwerp uit de oude kerkgeschiedenis hem bijzonder aangetrokken. Hij heeft, te midden van zijn pastoralen arbeid, lust en tijd gevonden er nader stadie van te maken. Wat hij in dit zijn boek geeft is wel geen vrucht van bronnen-studie in enger zin, maar blijkbaar is er toch veel litteratuur door hem geraadpleegd. Zoo heeft hij een boek kunnen schrijven dat veel van de, op dit stuk, bestaande wetenschap reproduceert en waaruit zij, die van dit deel der kerkgeschiedenis geen bepaalde studie hebben gemaakt, veel zullen kunnen leeren. Het boek, in populairen stijl geschreven, laat zich goed lezen.
3. DR. J. VAN DORP. DE ETHJEK VAN AUGUSTE CoMTE. UTRECHT. — G. J. A. Ruijs.
Deze studie over de ethiek van den Franschen wijsgeer, den vader van het positivisme, die in 1857 te Parijs is gestorven, is een vrucht van ernstige en nauwgezette bestudeering van diens werken. Het gaat niet aan, hier, hoe gaarne ik het ook doen zou, op deze verhandeling diep in te gaan, maar toch mag ik er de aandacht op vestigen van hen, die wijsbegeerte in het algemeen en ethika in het bijzonder beoefenen of er ten minste belang in stellen. Na een inleidende beschouwing geeft DR. VAN DORP een, naar het mij voorkomt, juist geteekende schets van de positieve phiiosophie, om daarna te komen tot de beschrijving en de beoordeeling van de positieve moraal. Aan zijn immanente critiek op COMTE'S ethika voegt de geleerde schrijver toe eene van uit het standpunt der christelijke denk beginselen.
„Het doel door COMTE in al zijn werken be oogd, was het keeren van den stroom van anarchie, waardoor hij het geestelijk leven van zijn tijd bedreigd zag, " schrijft hij. Maar, ai waardeert hij ook zijn kennis van de exacte wetenschappen en vooral ook van de historie, en het doel, dat de wijsgeer zich stelde, , ; dit alles neemt niet weg, dat bij aan de hooge verwachtingen, die hij wekte, niet heeft voldaan.”
„De Christelijke religie, die hij slechts oppervlakkig en dan in Ruomschen vorm kende, had hem een beter inzicht kunnen geven in hetgeen de menschheid behoeft, om tot een geregelde ontwikkeling te geraken. Aan de voorwaarden door COMTE gesteld, wordt door haar voldaan." £n VAN DORP besluit dan zijn boek met deze woorden: „Genezing voor de sociale krankheden, ook van den modernen tijd, kan niet gevonden worden door het streven naar de verwezenlijking der idealen van COMTE, maar slechts in algeheele onderwerping van allen aan Hem, inwien het leven en het licht der menschen is.”
4 L. HAGEN. C. S. S. R. GIDS DER ROMEINSCHE KATACOMBKN TE VALKENBERG. Roetmondsche stoomarukkerij-Roermond.
Een alleraardigst boekje waarvan ik delezing bijsonder kan aanbevelen aan hen onder ons die zomers het mooie VALKENBERO in LIMBURG bezoeken.
Ik waarschuw daarbij eventueele anti-papistische lezers, dat zij zich toch vooral niet laten afschrikken door een portret van den PAUS dat achter het titelblad is afgedrukt, want het boekje is doodonschuldig en de Tilburgsche pater HAGEN, die het geschreven heeft, bedoelt er allerminst mee de menichen Roomsch te maken.
De zaak is deze.
VALKENRERG heeft een nieuwe attractie gekregen.
De Tilburgsche familie DIEPEN bezit daar grond en wel zandsteengroeven. Een harer leden, de heer JAN DIEPEN, heeft het plan opgevat in die groeven nabootsingen te laten maken van de onderaardscbe gangen en zijpaden welke, in de eerste eeuwen onzer jaartelling, in de omstreken van ROME werden aangelegd door de eerste christenen, en bekend zijn als de KATACOMBEN VAN ROME, de beroemde doodensteden.
Dit plan is serieus opgezet.
Tot zijn volvoering ging de heer DIEPEN met pater HAGEN naar ROME om er de belangrijkste en meest beroemdste gedeelten der katacomben in oogenschouw te nemen en stelde zich daarbij in verbinding met de meest bekende katacombenvorschers uit onzen tijd. Ook stelden de beide heeren, ten einde opmetingen en photographische opnamen te mogen doen, zich in verbinding met de „commissie voor Caristelijke archeologie" te ROME. En ook brachten zij een bezoek aan PausPius, die zooveel schik in het plan had, dat hij den heer DIEPEN zijn portret met opschrift ten geschenke gaf.
Zoo komt nu het portret van den Paus in dit boekje.
Onder leiding van DR. P. J. H. CUYPERS zal nu achtereenvolgens, en dit na beraad met de voornaamste oudneidkundigen, in de Valkenburgsche groeven worden aangelegd een na bootsing van een gedeelte der katacombe van CALLISTUS, van die van PKISCILLA en van die van FoNTiANUS. Met een nabootsing van de crypt van CALLISTUS met haar fresco's is men al gereed.
Een „archaeologische commissie van advies bij het stichten van reproducties van Romeinsche Katacomben te Valkenburg" — waarin ook protestanten en wel de heer A. F. HOEFER te HATTEM, PROP. DR. PIJPER te LEIDEN en REV. H. T. OBERMAN te VLISSINGEN zitten, heeft zich inmiddels gevormd.
Het boekje verhaalt nu hoe de Katacomben te VALKENBERG en te ROME ontstonden en geeft er dan verder een beschrijving van. a De zaak verdient waardeering bij allen, die belang stellen in de geschiedenis van onze christelijke religie.
Men zou, om die nabootsing der Katacomben te zien, reeds allen een zomerreisje naar VAL KENBERG maken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 23 oktober 1910
De Heraut | 4 Pagina's