De wereldzendingsconferentie
De wereldzendingsconferentie te Ediaburg heeft het volgeadé schrqvea aaa de Christelijke Kerken gericht, dat we om zqa hoogst belaagrijken iahoud hier in eija geheid opaemea.
Het luidt aldus: t
„Geliefde Brotitrs en Zusters in den Hetre jesm Christus.
De leden van de Wereld-Zendingsconferentie, in Edinburg vergaderd, wenschen U een bcrad-Bchap te zenden, die hun na aan het harte ligt.
In de afgeloopen tien dagen zijn wij bezig geweest met een ernstige en onafgebroken betudeering van den staat van het Christendom n de nietChristelijke landen. Hierbij hebben ij het te bearbeiden gebied nauwkeurig openomen en de beschikbare krachten om het e bezetten gemonsterd. Gedurende twee jaren ebben wij mlichticgeh van deskundigen inewonnen over ieder onderdeel der Christel^ke ending; inlichtingen die de conferentie gelMd ebben tot enkele gevolgtrekkingen, die wq U hauis wenschen voor tp l^en.
Ons onderzoek heeft ons doordrongen van e machtige beteekenis van het huidige tijds» ftwticbt. Wq boorden vaa vele kanten van et ontwaken van groott volken, van het opkaa el sl bi aan van lanp; gesloten deuren, en van geeselijke strooofungen, die op eenm? .!! de Kerk téUen voor een nieuwe wereld, die voor Chrisus gewonnen moet worden. De eerstvolgende ien juen zullen naar alle waarschijnlijkheid een eerpunt in de wereldgeschiedenis vormen, en unnen van meer beslissecden invloed zijn op e geestelijke ontwikkeling der meuscbheid, dan ele eeuwen onder gewone omstandigheden. ndien deze juen worden verwaarloosd kaneen chade worden aangericht, die in geen eeuwen e herstellen is. Worden zij echter goed gebruikt, an zullen zij tot de heerlijkste in de geschieenis der Christenheid behooren.
Daarom hebben wij langdurig en nauwkeurig nderzocht hoe door aaneensluiting en bevestiing der bestaande corporaties en door veretering van hunne werkwijze en de opleiding unner weikers, de bestaande krachten in het endingsveld het best benut kunnen worden. ij hebben alles gedaan wat in ons vermogen ag in het belang van spaarzaamheid en doelatigheid. En wij hebben bij deze poging een rooter eenheid van gemeenschappelijk handelen ereikt, dan sedert eeuwen in de Christelijke erk gezien werd.
Maar bij toeneming is ons gebleken, dat wij ets veel grooters noodig hebben dan hetgeen ereikt kan worden door spaarzaamheid en eorganisatie van het bestaande. Wij hebben in e eerste plaats noodig een dieper besef van onze eraotwoordelijkheid tegenover den Almachtigen od voor de groote opdracht, die Hij ons oevertrouwd heeft: het Evangelie te brengen an de geheele wereld. Die opdracht is niet in et bijzonder gegeven aan onze zendelingen of Eendelingscorporaties of aan ons als leden van eze Conferentie. Zij is gegeven aan ieder lid »an de Christelijke gemeenschap; "en zij is venzeer verplichtend voor elk lid der kerk als et betrachten van de grondslagen van het hristelijk leven: geloof, hoop en liefde. Wat een mensch tot Chiisten maakt, m^akt hem ook eelgenoot aan deze opdracht. Wij stemmen dit wel allen toe, maar wij behoeven een aansporing m dit in veel grooter mate dan vroeger in ractijk te gaan brengen. Zooals een groot ationaal gevaar een nieuwen standaard van vaderlandsliefde en ofifervaaidigheid van lederen urger eischt, zoo eischen de tegenwoordige ereldverhoudingen en onze Zendingsplicht aartegenover van ieder Christen en van elke emeente een herziening van de tegenwoordige ate van Zendingsijver en toewijding, en de verhooging van ons geestelijk ideaal-
De oude maatstaf en het oude ideaal waren aangelegd op een toestand van de wereld, die hans tot het verleden behoort. Zij voldoen niet meer voor de nieuwe wereld, die op de puinhoopen van de oude verrijst.
Deze nieuwe geest wordt echter niet alleen van personen en gemeenten geëischt. Het is een heilige noodzakelijkheid, dat de samenleving als zoodanig en de invloed, dien het volk als volk heeft, geheel Chiistelijke worde, opriat het huidige overwicht van het Westen op het Oosten en van de sterkere rassen op de zwakkere de Zendingszaak bevordere en niet belemmere.
Gods Voorzienigheid heeft ons allen geleid n een nieuwe wereld van gelegenheid, van evaar en van plicht.
En God vraagt van ons allen niets minder an een geheel nieuwen opzet van ons leven, vuriger, meer ingespannen en meer opofferend dan voorheen. Maar wanneer, zooals wij gelooven, de we^ van plicht de weg van openbaring s, dan sluit deze strenge eisch van plicht in iich de ü verzekering, dat God grooter is, meer iefdevol, dichterbij, en meer bereid ons te helpen dan iemand zich heeft kunnen indenken. Voorzeker, wij zijn dan geroepen tot nieuwe ntdekkingen van Gods genade en almacht, voor ons zelven, voor de Kerk, en voor de wereld; om in de kracht van dat hechter en stouter geloof in Hem de nieuwe eeuw en de cienwe taak met nieuwe toewijding tegemoet < e treden.
Edinburg, Juni 1910."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 20 november 1910
De Heraut | 4 Pagina's