Nu de Minister
Nu de Minister van Marine aan de Tweede Kamer ofificieele mededeeling heeft gedaan van de feiten, die tot de ontslagaanvrage van dea vice-admiraal Vaa den Bosch hebbea geleid, is wel zoaneklaar gebleken, hoe onrechtvaardig de aanval is geweest van de liberale pers op dea vlootpredikant Ds. Warners.
De toedracht der zaak bl^kt thans deze geweest te zijn, dat Ds. Warners bg een bezoek aan een arrestant in de cel dezen bezig vond met het lezen van een boek: „Een liefde in de binnenlaadea", dat hem uit de bibliotheek van het arrestantenlokaal verstrekt was en door zijn titel het vermoeden bij den predikant wekte, dat de inhoud minder goed was. De predikant vroeg daarop aan den cipier dit boek ter inzage, en de cipier antwoordde, dat de predikant daartoe eerst verlof moest vragen aan den commandant. De predikant, die den commandant hiermede niet lastig wilde vallen, verschafte zich toen het boek op andere wijze en kwam tot het inzicht, dat zgn vermoeden, alsof het boek onzedelgke lectuur zou bevatten, niet juist was.
De vice-admiraal maakte van dezegeheel onbelangrijke zaak terstpnd rapport b^het Departemeat van Marine, blijkbaar met het doel om Ds. Warners daardoor in een minder gunstig daglicht te stellen, alsof deze z^n bevoegdheden overtreden had, door zonder toestemming van den commandant boeken uit de bibliotheek ter inzage te vragen. En toen de Minister hierop antwoordde, dat de vice-admiraal, voordat hij rapport maakte, eerst met den betrokken predikant had moeten spreken, om de zaak te regelen, volgde de aanvrage om ontslag. De vice admiraal wilde zelfs, gelijk de Minister opmerkte, aan Ds. Warners geea gelegen beid geven om zijn lezing van het geval meê te deelen.
De zaak zelf is zoo onbeteekenead, dat het schier oabegrijpelijk |is, dat een vitxadmiraal vaa onze vloot op zulke grond-an z^n ontslagaanvr^e heeft kunnen indienen. De Minister had toch uitdrukkelijk ver klaard, dat de handelwijze van den cipier door hem gesanctionneerd werd, zoodat van een werkelijk verschil van gevoelen geen sprake was. En reeds de eenvoudigste eisch van billgkheid had meegebracht, dat de vice-admiraal. voordat hij rapport maakte, den betrokken predikant had gehoord.
Natuurlijk schuilt de oorzaak van deze ontslagaanvrage dan ook niet in deze quaestie, die te onbelangrijk is, om er één woord aan te verspillen. Dat een predi kant, die met al de reglementen en ver ordeningen niet geheel op de hoogte is zich vergist door aan een cipier een boek ter inzage te vragen, wat deze zonder toestemming van den commandant niet uit leenen mag, is geen oorzaak, waarom een vice-admiraal zgn ambt neerlegt. Of als hq om zulk een bagatel-quaestie het wel doet, dan blqkt daaruit, dat hq voor zijn hoogen post niet langer berekend is. Uit de gevoerde correspondentie blijkt dan ook wel duidelijk, dat deze zaak slechts de aa»/«ie^M^ was en het geschil zelf veel dieper school. De Minister had verklaard, dat h^ ten volle vertrouwen stelde in de zuiverheid der bedoelingen en in het streven van Ds. Warners, en dat hij daarom verwachtte, dat ook de vice-admiraal zooal niet de handelingen vaa Ds. Warners, daa toch de motievea daarvoor met vertrouwea zou gadeslaan, en dat door den vice-admiraal op welwillende wt/ze sou worden tusschenbeide getreden, wanneer hij meenen mocht, dat door de wqze van optreden van Ds. Warners het gevaar dreigde, dat de gevolgde weg tot minder gunstige resultaten of tot verzwakking van militaire voorschriften, welke ook door hem moesten worden geëerbiedigd, zou leiden. Vertrouwen en welwillend^d werd dus gevraagd tegenover dezen predikant, die voor de godsdienstige behoeften der scheepsbevolking wilde zorgen. Ea omdat de vice-admiraal blijkbaar aoch dat vertrouwen wilde schenken in de motieven van Ds. Warners noch die welwillendheid wilde betrachten tegenover z^n persoon, moest de eerste de beste gelegenheid wor> den aaagegrepea om oatslag te vragea.
Zeker is het thaas geblekea, dat het optredea van dezen godsdienstleeraar op de vloot oorzaak is geworden van dit zooveel geruchtmakead ontslag. Maar de schuld hiervan ligt niet in den predikant, maar bij den vlootvoogd. En de houding van de liberale pers, die het eenparig voor dea vlootvoogd opnam, is wel het treffendste bewies, hoe vijandig het liberalisme in den grond tegen elke uiting van ttet positieve Christendom is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 20 november 1910
De Heraut | 4 Pagina's