Teestafel.
I. C. JOK, treerd door, KIEVIET. GOUDEN DADEN, geïllus-O. GEERUKG. Rolterdara. J. M. BREDÉE
Een echt-prettig boek.
’n Boek voor jocgens en meisjes, maar waar ook groote menschen wat aan hebben.
Ook het uiterlijk maakt een aaDgeoamen indruk. Kloek formaat, groote en heldere letter, stevig papier en over het geheel aardige illustraties wijzen er op, dat de heer BKEDÉE alles heeft gedaan om met KIEVIET'S GOUDEN DADEN goed voor den dag te komen,
In ruim twintig opstellen vertelt KIEVIET U van merkwaardige daden, die mrnschen op verschillende gebieden hebben verrich'; merkwaardig vooral omdat ze voor anderen van oelang waren. Van roemruchtige krijgsbedrijven en nuttige uitvindingen waarvan de geschiedenis der oorlogen en die der bescbaviug gewaagt; van opjien Echuwende en daarom al licht in vergetelheid rakende, onbaatzuchtige daden, tot redding van anderen.
De schrijver koos als titel voor jija opstellen: Gouden daden.
Heel klinkend, maar een bee j s aanstellerig.
Ik zou er liever maar eenvoudig-weg MOOIE DADEK boyen hebben gezet.
Met zijn Gouden Daden brecgt de au'eur zich dan ook lelf in de moeite, want in zijn ondertitels spreekt hij dan weer van GROOTE DADEN en van SCHOONE DADEN.
Met die ondertitels is hij ook in ander opzicht niet aliijd gelukkig.
’n Titel moet zijn als 'n visite-kaartje.
Sommige zijn ook alzoo. GEORGE STEPHENSON, NIELS FINSEN, DAVID LIVINGSTONE, FLORENCE NIGHTINGALE, — weet ja dadelijk mat wien j-ta doen krijgt, en als je dan zoo'n opstel van KIEVITS hebt gelezen, is de eerste of de hernieuwde kennismaking met deze hooge personages je bijzonder aangenaam. Iets wat je, indien je ze in levenden lijve zou hebben ontmoet, wel uit je ziel zou laten hun te zeggen. Omdat je maar al te zeer voelt, dit je hun mindere bent en, althans de niet verdemocraliseerde menscb, nooit tot zijn meerdere zegt: „aangenaam kennis gemaakt te hebben" gelijk bij bem ook nooit zal sch'ijven; „uw toegenegene".
Maar ik zou het hebben over de min gelukkige ondertitels van KIEVIET.
Als voorbeeld kies ik dan den eersten; EEN D00DELIJ8.E SPRONG.
Wat of dat voor een „gouden daad" en door wien zij verricht is ?
Tot overmaat van ramp is ook GEERLING met zijn anders wèl-geslaagde illustraties hier ver van gelukkig. Het boek toch begint met een plaatje, dat blijkbaar „den doodelijken sprong" uitbeeldt. Maar — dit verduistert eer dan dat het verlicht, want het doet u denken aan een dronken koetsier in maskerade-pakje, die, tot ontzetting van zijn middeleeuwscb-gecostumeerde passagiers op de imperiaal, van den hoogen bók van 'n omnibus springt.
„Hij stort, hij valt, hij ledebraakt,
„En stuiptrekt in den dood”.
Dat dit nu JAN VAN SCHAFFELAAR is, die zich, naar men zegt, van den toren van BARNEVELD zou hebben gestort, — ik zet het u uit titelen plaatje te raden.
Jammer, want plaatje en titel verzwakken den indruk, dien de lezing van dit, wel in verouderd romantischen stijl, maar in zijn soort toch goed geschreven opstel maakt.
GOUDEN DADEN is niet en wil ook niet zijn wat men e.'n in enger zin godsdierstig boek noemt, maar toch kan de lezing van wat verrichtten de mannen en vrouwen, wier daden hier besebreven zijo, niet alleen kennis van wereldsche zaken verrijken, maar ook u met bewondering vervullen voor de allesovetwinnende volharding en voorbeeldige trouw, waarmee zij hebben gedaan wat zij wisten te zijn hüa plicht, en waarmee zij, door hun naasten te dienen, bewust of onbewust God hebben gediend in het leven. Van de zoo straks reeds genoemden, maar ook van JEANNE D'ARC; PETER DE GROOTE, en onzen MICHIEL DE RÜYTER; van wat voor „de verovering der lucht" deden de gebroeders MONGOLFIER, CHARLES en ROBERT, VoN ZEPPELIN en BLERIOT; maar ook van wat bestonden de redders bij de ramp van de „Berlin" en van de „gouden daad" van VAN RHEENEN, den werkman, die in 1892 te HIL vERSüM een, bij het graven van een put, onder het zand bedolven makker redde — spreekt u dit boek.
Tegenover al de „leelijke daden", waarvan in onze dagen zoovele boeken spreken, doet dit artistiek-zwak, maar ethisch-sterke boek van „mooie daden" weldadig aan. Met name voor jeugdige, door „detective-verhalen" en „schurken romans" vergiitigde zielen is GOUDEN DADEN e*n kostelijk antidotum,
Van dit boek gaat een reinigende, een voor bet goede bezielende werking uit.
2. J. BRESSEN. EEN VERHEUGD VOLK EN EEN JUBELENDE STAD. Geïllustreerd. LA RIVIÈRE EN VOORHOEVE, Zwolle.
Een gedenkboek.
Onze medewerker, de heer A.J. HOOGENBIRK, schreef er een kort VOORBERICHT bij waaruit blijkt, dat het plan voor dit werk is uitgegaan van den heer W. TEN HAVE, den bekenden boeken kunsthandelaar te AMSTERDAM. Met de firma LA RIVIÈRE EN VOORHOEVE heeft MEJ, J. BRESSEN gelukkig saamgewerkt. De is oor-kleurige band toch, met het fraaie portret van H. M, onze KONINGIN en het PRINCESJE, maar cokderoodomlijnde, met duidelijke letter op zwaar papier bedrukte bladzijden en de keurigo illustraties maken het werkje tot een prachi uitgave.
De schrijfster, aan onze lezers door haar, nog niet langgeleden verschenen, levensbeschrijving van DiBBiTz, DEN VRIEND VAN DR. KUYPER, welbekend, heeft zich niet minder verdienstelijk van baar taak gekweten.
Het gold hier de samenstelling van een gedenkboek, waarin al de vreugde, die ons volk doorvoelde en uitte vóór, op en na den 30sten April van 1909, — den geboortedag van PitiN SES JULIANA; waarin al de fees jubel bij het eerste bezoek in de lente van dit jaar van het vorstelijk Kind aan Amsterdam werd beschreven.
En BRESSEN, met haar histotischen zin, heeft de stof voor dat alles m; t mioitieu^e nauwkeurigheid bijeengebracht; met baar, voor de oude dynastie zoo warm hart; fijne opmerkingsgave en scherp onderscheidingsvermogen verwerkt ; en in haar weiverzorgden stijl beschreven.
In vijf hoofdstukken is dit gedenkboek verdeeld.
I. Plannen. II. Van enkele Huldeblijken. III. 30 April 1909. IV. Van Hier en Daar, (Na 30 April 1909). V, Een jubelende stad (Van 26 Mei—2 Juü 1910).
Voor zoo ver ik weet, is niets vergeten.
De geschenken, de blijde tijdingen, de doopplechtigheid, de aubade, de optochten, de bezoeken aan Artis en het Vondelpark, de illuminaties, de toespraken, dat alles staat er in.
En niet maar als in een done kroniek, doch zoo in-gezellig is dat alles verteld.
De schrijfster bedient zich toch van den kunstgreep, u het gebeurde te doen zien zooals het zich afspiegelde in het bewustzijn van verschillende menschen
Van de menschen uit een deftig gezin, dat er voor zijn kinderen een Fransche gouvernante op na houdt; en van die uit een werkmansgezin waarvan een der dochters, een met GROEN's Vaderlandsche geschiedecis en DA COSTA'S gedichten vertrouwd onder wij lereijj is.
Dat u vertellen hoe ze er in het patricische huis „binnen" en in de keukers; in de woning van baas GLADSCHAAF; op straten en pleinen over praten, geeft aan het veihaal de bekoorlijkheid van het leven.
En, wat het boekje voor ons cbristenmenschen nog aantrekkelijker maakt, BRESSEN, die een innig-vrome Calviniste is, weet ongezocht en zonder dat het er dik op ligt, u alles te doen zien onder het vriendelijk licht van Gods goedertierenheden.
Om niet te vergeten, om het ook zijn kinderen niet te doen vergeten, schafFs men zich aan dit gedenkboek, dat stemt tot dank aan God.
3. H. A. VAN DER MAST. ONS LAND EN VOLK SEDERT 1795. Met een inleidsnd woord van H. BijLEYELD, Directeur der Gsref. kweekschool te Amsterd»m. Met 6 Portretten. Amsterdam, H. A. van Bjuenburg,
Een leesboek voor 6CQO)? !J en huisgezinnen.
Een boekje dat metterdaad in een behoefte voorziet.
Voor eenige maanden sprak een geacht zaken-man en oprecht voorstander onzer beginselen mij over de wenscbelijkheid van zulk een geschrifi j; , en wel met het oog op het feit, dat bij het jongere geslacht, zooals ook BijLEVELD hier in zijn voorwoord zegt, „de kennis van hetgeen in de 19^ eeuw ten onzent voorviel, te wenschen overlaat". Volgens mijn zegsman en ook volgens den heer BIJLEVELD, die het zeker wel weten zal, „blijven de Schei ding, ^(!/Ré73il, de strijd voor het Christelijk Onderwijs, het Volkspetitionoement en de Doleantie voor de leerhngen onzer scholen veelal onbekende zaken”.
Dit nu is zeker een misstand.
En het was dan ook begrijpelijk, dat men op een middel zon het te verhelpen.
In den heer VAN DER MAST, den schrijver van BEELDEN EN SCHETSEN UIT DE KERKGE SCHIEDENIS, meende men den geschikten man te hebben gevonden om zulk een schoolboekje saam te stellen waardoor de kennis van de zoo straks genoemde zaken kon worden bijgebracht.
Het wil ook rnij voorkomen, dat men met deze keute niet ongelukkig is geweest.
Eenvoudig en begrijpelijk schetste de geachte schrijver eerst „ons land onder de Fransche overheersching" en dan „het herboren Nederland”.
Wat de kinderen van onzen strijd op kerkelijk, sociaal en politiek gebied weten moeten, kunnen zij hier vinden.
4 BRÉDEE’S KINDERLECTUUR.
De stroom der kinderlectuur, ook der christelijke, is steeds wassende. In het NBL, V. D B. kon men onlangs lezen, dat in den Nederlandscben Uitgeversbond reeds aan stoppen van dien stroom werd gedachtj en er sprake was van een strike in het kinderboeken uitgeven. Maar ook, dat niet alle uitgever; ^, en daaronder van de voornaamsten, voor de zaak te winnen waren geweest en dat de ontworpen fcborsing van kinderenlitteratuur geduiende 1911 weer van de baan is.
Of de heer J. M. B.édee te Rjlterdam, ook in dezen tak van het uitgeversvak een voorname, tot de anti-stakers heeft behoort, weet ik niet, maar wel, dat hij met zijn uitgeven van kinder lectuur rustig voortgaat. En daarover mogen christenouders, die hun kinderen niet alleen een, hoe belangrijk ook, maar toch aliijd inspannend boekje als het zoo straks besprokene van VAN DER MAST, doch ook een ontspannend boekje gunnen, zich verblijden.
BRÉDEE zond ons ook nu weer een collectie kleurig en fiaurig doende kindetboekjes.
E. J. VEENENDAAL, GuSTAAF WASA; G. CORA C. G. NEEFJES EN NICHTJBS; J. EE LIEFDE, EEN CORRECTOR; VEKA, OUDERSMART EN KERST-GLANS, vrij naar het Duitscb; NEMO door MEVR. O. F. WALTON, naar het E^gelsch door H. W S.; HESBA STRE-TTON, Verloren en Gevonden; AMY LE FEUVRE, ZIJN BESTE KEUS.
Ik heb ze doorgekeken en, op gevaar af van door de commissie, die zich speciaal met de keutiog van kioderwerkjes belast, weer als ten vorigen jare te worden beschuldigd van mij op haar gebied te wagen, schroom ik niet voor St. Niklaas-cf Kerstgeschenkjes, deze boekjes aan te bevelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 4 december 1910
De Heraut | 4 Pagina's