Het hoog belang
Het hoog belang van het onderwijs wordt in onze dagen steeds meer gevoeld. Kennis is macht, en een volk, dat niet voldoende onderwezen is, kan in den wedloop der natiën niet meekomen. Er mag overdrq ving schuilen in het bekende woord, dat de overwinning van Duitschland over Frankrijk in 1870 in de eerste plaats te danken is aan den Duitsche schoolmeesters, maar er ligt toch een element van waarheid in. Wie de treurige positie van een land als Portugal, waar 80 pCt. analphabeten worden gevonden, vergelijkt met een land als België, waar het onderwijs bloeit, kan het best den invloed van het onderwijs nagaan. Van alle zqden poogt men dan ook in ons land het onderwijs tot stïeds boogeren trap van volmaaktheid te brengen. Het aantal scholen breidt zich steeds meer uit; de leerplichtwet dwingt alle kinderen deschool te bezoeken; tegen onwettig verzuim wordt streng gewaakt. Aan de schoollokalen en (de leermiddelen worden steeds hooger eischen gesteld; de paedagogiek is een studievak geworden, waaraan mannen van wetenschap al hun aandacht hebben gewiqd; de methode an het onderwijs wordt voortdurend vereterd; en door herhalingsonderwijs tracht en, ook na afloop der schooljaren, de lijvende vrucht van het onderwijs te verekeren.
Te meer dringt daarom de vraag, of de
Kerk van Christus wel genoeg aandacht en zorg besteedt aan het onderwijs, dat door haar wordt gegeven. Het belang van dit catechetisch onderwijs voor de toekomst der Kerk en zijn birjvenden invloed op ons volksleven behoeft wel niet te worden betoogd. Waar van alle zijden het ongeloof en het socialisme zich poogt meester te maken van het opkomende geslacht en de opwassende jeugd op werkplaats en in fabriek, door ve-keerde lectuur en omgang met ongeloovige vrienden, voortdurend gevaar loopt, van de waarheid te worden afgetrokken, heeft de Kerk te zorgen, dat er degelijke en grondige catechisatie gehouden wordt en onze zonen en dochteren gewapend in den sttqd des levens kunnen ingaan.
Nu staat zeker het catechetisch onderwijs in onze Kerken over het algemeen niet op laag peil. De predikanten, die nog altoos meenen met hun Kort Begrip te kunnen volstaan en al dankbaar zijn, wanneer hun leerlingen dit. summiere leerboekje uit hun hoofd hebben geleerd, zijn uitzondering. Eer zou men soms moeten waarschuwen tegen al te grooten ijver; aan jonge meisjes bijv. den eisch te stellen, dat zij behalve den Catechismus nog de Belijdenis des Geloofs en de vijf Artikelen tegen de Remonstranten letterlgk van buiten moeten keren, is een overlading van het geheugen, die op een geestelijke indigestie uitlcopsn moet. Ook komt men gelukkig steeds meer terug van de onjuiste en ook ongeoorloofde methode, om het door de Kerk voor het catechetisch onderwijs voorgeschreven leerboek te vervangen door andere haudieidi»gen, zooals Hellenbroek, Donner enz. De Heidelbergsche Catechismus, een der beste en uitnemendste leerboeken, die het Protestantisme oos schonk, en wiens lof door ieder deskuno'ige bezongen wordt, neemt steeds meer de plaats in bij ons. onderwijs, die aan dit Belijdenisschrift onzer Kerk wettig foïkomt. En het ontbreekt ook niet aan handleidingen ea toelichtingen, waardoor de juiste methode voor de behandeling van den Catechismus wordt aangewezen en de leerstof duidelijk wordt gemaakt voor de leerlitigen.
Maar hoezeer in dit opzicht op vooruitgang te roemen valt, toch kleven aan ons catachetisch onderwijs nog wel ernstige gebreken. Vooreerst is het een bedenkelijke misstand, dat voor het catechetisch onderwijs vaak zoo weinig tijd overschiet. Ia onze dorpen staat de de catechisatie gedurende de zomermaanden gewoonlijk stil en wordt er alleen in de wintermaanden gecatechiseerd. Het catechetisch onderwijs krimpt daardoor in tot een Aalf jaar, en wanneer men dan rekent, dat er voor elke klasse per week slecht één uur onderricht wordt gegeven, spreekt het wel van zelf, dat zulk een catechese allerminst voldoende is. Nu zal het zeker niet gemakkelijk vallen, waar dit eenmaal op het platteland een volksusantie geworden is, hierin veran dering aan te brengen; maar berusten in dien toestand mag men toch niet. Dat er gedurende zes maanden geen uur per ? /eek zou overschieten voor de catechisatie, is ondenkbaar. En al kan de Kerkeraad geen leerplicht voorschrijven, hij kan toch bij de ouders met ernst er op aandringen, dat ze er voor zorgen, dat hun kinderen ook in de zomermaanden de catechisatie bezoeken. Het geestelijk belang moet ook hier boven het stoffölijke voordeel gaan. En desnoods, wanneer er in de week geen tijd voor kan gevonden worden, zou de predikant een catechisatie op Zondag kunnen houden.
Een niet minder groot gebrek is het, dat vooral in onze steden het aantal catechisanten vaak zóó groot is, dat op één catechisatie tot zestig, zeventig, ja tachtig leerlingen te zaam onderwijs moeten ontvangen. Zelfs op een lagere school, waar men met kleine kinderen te doen heeft, zou zulk een klasse voor één onderwijzer te zwaar zijn. En op alle scholen, waar men met jongens of meisjes van rijperen leeftijd te doen heeft, geldt als regel, dat het aantal leerlingen niet te zeer boven ds twintig moet stijgen. Zoodra op een gymnasium het getal grooter wordt, splitst men de klasse. Maar ook al wil men dezen maatstaf voor het catechisatie-onderwas niet laten gelden, toch spreekt het wel van zelf, dat een klasse van zeventig of tachtig leerlingen te groot is, om met vrucht onderwijs te ontvangen. Reeds het overhooren van de geleerde vragen zou het heele uur in beslag nemen. Gewoonlijk behelpt men zich dan ook daarmede, dat slechts een enkele gevraagd wordt, maar daardoor werkt men in de hand, dat de anderen het er maar op wagen en niets leeren. En al is het memoricwerk op de catechisatie niet het voornaamste, een catechisant die niet zijn catechismus leert, draagt ook geen vrucht van het onderwijs mee. Splitsing dezer groote catechisaties is dus zeker noodig, zelfs al wordt daardoor meer tijd van den predikant geëischt. En desnoods, waar de predikant geen uren meer beschikbaar kan stellen, moet er dan door hulp van catechiseermeesters in dit gebrek worden voorzien.
Dit is te meer noodig, omdat er thans bij het onderwijs in het algemeen op wordt aangedrongen, dat men niet alle leerlingen over éen kam zal scheren, maar onderscheid zal maken tusschen meer begaafde en minder begaafde leerlingen. Ook bij de catechisatie spreekt het wel vanzelf, dat een onderwijzer, een student, een leerling der hoogere burgerschool enz, een ander onderwijs zal noodig hebben dan een ge wone catechisant. Er zullen bij het catechetisch onderwijs van deze jongelui geheel andere vraagstukken moeten besproken worden, dan voor een timmermansjongen of boerenzoon. Ook met het oog daarop zou splitsing der klassen zeer gewenscht zijn. De thans gevolgde methode om alleen naar den leeftijd en het geslacht in te dcelen, is niet voldoende. Er moet ook rekening worden gehouden met h«t verschil in gave, roeping «n toekomstige levenspositie.
En eindelijk, om ook hierop nog te wijzen, is het een niet minder ernstig gebrek, dat over het algemeen èn de localiteit èn de leermiddelen van de catechisatie zoover beneden peil staan. Wie tegenwoordig de lagere scholen bezoekt, wordt getrofifen door de keurig ingerichte en ruime localen, door de geriefelijke banken, door de vaak artistieke platen aan den wand. Hoe schrijnend steekt daarbij niet de armoede van menig catechisatie-lokaal af: een slecht verlicht vertrek, vervelooze banken, kale mureu, Jeen rookende kachel, terwijl er dikwijls nauwelijks plaats genoeg is voor de leerlingen om te zitten, en behoorlijke ventilatie ten eenen male ontbreekt. Het geeft soms den indruk, alsof er alles op toegelegd is, om het catechisatie-lokaal zoo onbehagelijk en onaantrekkelijk te maken als dit maar mogelijk is En elk hulpmiddel voor den predikant, om bij het onderwgs belangstelling te wekken, ontbreekt. Geen bijbelsche platen, geen behoorlijk bord om op te schrijven, geen kaarten van Palestina, van ons sendingsterrein enz., geen voorstellingen van de beroemdste mannen uit onze Kerkgeschiedenis. Zeker, er zijn Eerkeraden, die ook voor deze uitwendige belangen oog hebben, en zorg dragen, dat het catechisatie d lokaal behoorlijk is ingericht. Maar zij zijn r uitzonderingen, en regel is veeleer, dat de Kerkeraad denkt zijn plicht al vervuld te g hebben, wanneer er maar een lokaal is. Toch doet ook dit gebrek aan de catechisatie veel kwaad. Onze kinderen, die op de d lacere school zulke geheel andere toestanden 3 gewend zijn, gevoelen de tegecsteiling. En in A plaats van hen te lokken en te trekken, stoot men ze op deze wijze af. Moge daarom ook in dit opzicht verbetering worden aangebracht in het belang der catechisatie zelf.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 4 december 1910
De Heraut | 4 Pagina's