De Waarheidsvriend
De Waarheidsvriend, het bekende orgaan van den Gereformeerden Bond, zingt een klaaglied over de min vriendelijke behandeling, die de Gereformeerde broeders in de Hervormde Kerk van de Gereformeerden in onze Kerken zouden ondervinden. Waar tusschen beide zooveel punten van verwantschap bestaan, komen ze telkens, zegt de redactie, met elkander in aanraking, maar deze aanraking is meestal voor de Gereformeerden in de Hervormde Kerk verre van aangenaam. Want de Gereformeerde broederen ontdekken in ons. Hervormden, vaak paganistische factoren en behandelen ons soms, alsof we paganisten zijn.
Reeds deze klacht begrijpen we niet. Want het lijkt ons, al willen we niet aan de waarheidsliefde van den Waarkeidsvriend twqfelen, vrijwel ongeloofelijk, dat leden onzer Kerk niet de modernen of socialisten in de Hervormde Kerk, maar Gereformeerde belijders als paganisten behandelen zouden.
Maar veel erger nog is wat de Waarheidsvriend er op volgen laat en dat we hier letterlijk afdrukken:
Wij stuiten zoo vaak op eng-ketkisme. En dat niet van eenvoudige, domme zielen, die niet toerekenbaar zijn in hun vonnissen, maar zelfs van mannen van studie. Als een eerwaardig lid der Gereformeerde Kerk, die meent, dat alleen leden zijner Kerk den hemel beërven zullen, u toevoegt: „Alle Hervormden zijn Kaïns en Judassen, " dan gevoelt ge meelij met zoo'n man, en haalt den schouder op voor een erk, die zulke resultaten bereikt, en zoo'n doem leert strijken.
We zullen den Waarheidsvriend maar niet vragen met naam en toenaam ons te zeggen, wie het „eerwaardig lid" onzer Kerken is, die zulk een uitdrukking zou gebruikt hebben. Maar wel sta hier ons zeer ernstig protest tegen de beschuldiging, alsof onze Gereformeerde Kerken aansprakelijk kunnen worden gesteld voor zulk een schandelijke taal, gesteld dat ze werkelqk gebruikt is.
De Waarkeidsvriend, die onder zijn redactie mannen bezit, die zeer vaak met de Gereformeerden in aanraking komen, kan beter weten. En wanneer hij dan toch, omdat de een of andere dwarsdrijver zulke onhebbelqke woorden gebruikt, onze Gereformeerde Kerken daarvan een verwijt maakt, alsof dit het resultaat zou zijn van haar geest, en zelfs zoover gaat van te zeggen, dat onze Kerken leeren „zoo'n doem te strijken" over de Gereformeerden in de^ Hervormde Kerk, dan doet deze bandelwqze deuken aan de weinig faire wijze, waarop de heer Goem& n Borgesius in de Tweede Kamer de Regeering er een verwijt van maakte, dat zij bij decoraties naar geloofsovertuiging vroeg, omdat ergens een obscuur rechercheur van politie op eigen houtje gevraagd had, of een te decoreeren werkman wel van positief Christelijke beginselen was.
Indien de Waarheidsvriend den band versterken wil tusschen de Gereformeerde belijders in ons vaderland, dan moet hij niet door zulke hatelijke beschuldigingen juist olie gieten in het vuur van kerkdijken hartstocht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 4 december 1910
De Heraut | 4 Pagina's