Dereenigingsleden.
EEN VEERTIGJARIGE.
Het was op een van de zeer vele warme dagen, die deze zomer geteld heeft, dat in een der kerkgebouwen der Gereformeerde gemeente van de Residentie een belangstellende schare bijeenkwam om den 4osten verjaardag van een onzer Christelijke vereenigingen te vieren. Inde met groen versierde Noorderkerk had namelijk de Gereformeerde Zondagsschoolvereeniging „Jachin" haar intrek genomen om haar jubileum te gedenken en haar gasten, die in haar feestvreugde wenschten te deelen, op eenigermate feestelijke wijze te ontvangen.
Een Gereformeerde Zondagsschoolvereeniging, dat is voor velen lang een „contradictio in adjecto", een tegenspraak, in het bijgevoegde scbuilende, geweest, en een Zondagsschoolvereeniging, vergaderende in een Gereformeerde kerk, dat heeft voor tal van personen geruimen tijd iets gehad, dat veel op ontheiliging of ontwijding geleek. Die tijd is nu wel zoo goed als voorbij, maar of „Jachin" in onze Gereformeerde kringen reeds die waardeering geniet, welke zij waard is, dat mag wel eenigszins in twijfel getrokken worden.
Ten bewijze, dat die twijfel niet ongemotiveerd is, mag wel dienen, dat de voorzitter der feestvergadering als een merkwaardigheid het feit vermeldde, dat van een Gereformeerde kerk een gelukwensch was ingekomen. Het merkwaardige van die merkwaardigheid was wel, dat ze er een was „^ double usage". Immers, de voorzitter wilde op vooruitgang wijzen en ermeldde als bewijs van dien vooruitgang, dat een (lidwoord) felicitatie van een Gereformeerde emeente was ingekomen, terwijl in Gereforeerden kring vroeger zóo weinig liefde voor „Jachin" was, dat zulk een felicitatie onmogelijk ou zijn geacht. Verheffen we echter dat een ot één, van lidwoord tot telwoord, dan krijgen we een merkwaardigheid van heel ar der gehalte, en zou die eene gelukwensch kunnen dienen ls bewijs, dat de belangstelling der Gereforeerden voor „Jachin" nog miniem is.
Hoe dat toch wel zoo komen mag? Heeft „Jachin" zoo weinig gedaan, dat het detuoeite ellicht niet waard is, van deze vereeniging ennis te nemen? Wie dat meent, moet toch wel heelemaal een vreemdeling in Jeruzalem esec. 2k}o'n onkundige neme maar eens ter and het gedenkboek, dat bij haar 4ojarig bestaan vanwege de vereeniging is uitgegeven: „J. P. Taselaar, Gedenkboek. Feest Uitgave bij het 4ojarig Bestaan van de Gereformeerde ondagsschool-Vereeniging „Jachin". Daarin kan ij alles vinden wat de vereeniging deed en oet, en heeft hij daarvan kennis genomen, an zij hem nogmaals gevraagd, of „Jachin" oo weinig in tel is omdat de vereeniging te einig deed; welke vraag dan ongetwijfeld niet eer bevestigend, zelfs niet meer schouderopalend, beantwoord zal worden.
Bsweegt zich dan soms „Jachin" op een agereformeerde lijc? Huldigt „J»chin" wellicht ngereformeerde beginselen? Wien die vrees ekropen is, die leze het bovengenoemde geenkboek eveneens, ea voorts de andere gechriften, die door de vereeniging worden uitegeven, „Jachin's" werkmateriaal, als we het 00 noemen mogen, en ook hij zal van deze ijne dwaling wel bekeerd worden. En zoo ij daartoe te zeer dwalende is, wel, dan wone ij de eerste de beste jaarvergadering eens bij, n zegge daarna dan eens, of er in „Jachin"'s ijze van optreden en handelen ook maar iets n geref ormeerds is.
Maar wat dan? Waarin is dan wél gelegen e oorzaak van het toch ongetwijfeld zoo iterst merkwaardige feit, dat slechts één Gereormeerde Kerk aan „Jachin"'s feest dacht, en at die eene kerkelijke gelukwensch niettemin ermeld moest worden niet als een bewijs van chteruitgang, maar van vooruitgang in waareeting? Zoo ge het antwoord op die vraag weten wilt, ge kunt het — niettegenstaande et zooeven opgemerkte — toch wel vinden n „Jachin"'s gedeckboek, maar op een plaats, aar ge bet niat licht zoeken zoudt. En toch taat het er, op blz. 282: „Zij (de Z-ondagschool) is geen inheemsche plant".
Daar zit het 'm in. De Zondagsschool is en planting van een 'methodistisch streven, die vaa buiten onze grenzen naar ons land is vergebracht; van een streven, dat, zoo niet nti-kerkelijk, dan toch onkerkelijk, ot op z'n zachtst niet-kerkelijk van aard was. En uit ien hoofde, om haar oorsprong dus, heeft men van Gereformeerden huize niet zoo heel veel op met de Zondagsschool. Ia de Gereformeerde ijn ligt het, de kerk ds haar toekomende plaats ten volle in te ruimen, en in te gaan tegen al wat de kerk wil wegdringen, gelijk lle methodisme dat wil, of althans doet, zoo niet opzettelijk, dan onbewust.
Maar d'r zat nog wat. Niet alleen dat de ondagsschool vaak deed alsof ze er was mede voor het zaad der kerk, voor de kinderen der eloovigec; ze liet daarenboven nog het gevoel e veel praedomineeren, te weinig lettende op e kennis, die bij Zondagsschoolpersoaeel zeer egelijk moet zijn, maar het veelal niet was en et soms nog wel eens niet is.
Het zou niettemin niet redelijk zijn, de ondagsschool te veroordeelen. Ze was nimmer en gifplant, maar was en is een pknt van oeden bodem en goede natuur. En ze deugt ok voor ons land, mits ze maar geacclimatieerd is, aangepast aan Nederlandsche toestanden; its ze zich maar weet te zija een tak van nwendige zending en ze zich niet geroepen sfaant, tegenover de kinderen der geloovigen erkje te spelen; mits ze maar den eisch van degelijke kennis naar voren dringt en het entiment terugbrengt binnen de grenzen, welke het niet behoort te overschrijden.
Een Gereformeerde Zondagsschool, werkende met flink onderlegd personeel, er naar strevende om van wat dreigt verloren te gaan, nog te redden wal te redden valt, dat is het wat niet alleen reden van beste in heeft, maar een eisch des tijds, zoo niet van alle tijden, mag genoemd worden. Dat heeft „Jachin" verstaan en daarnaar beeft ze zich gedragen. En daarom moet „Jachin" niet tegengeweikt of geminacht worden, maar moet ze gesteund en geëerd worden, als een weik, waaiin een zegen, een groote zegen zelfs, is.
De Zondagsschool heeft ook in ons land een taak. „Eenmaal hier gepknt" — zoo heet het in het Gedenkboek volkomen terecht — bloeide ze allengs heerlijk op en werd ia Gods hand een der middelen om de oatkerstening \'an de volkfjeugd te stuiten. Ze wierp zich daarom vooral op kinderen uit kringen, die heiaas maar al te ver van het leven bij de Heilige Schrift vervreemd waren. Voor de kinderen uit vrome gezinnen was ze meest overbodig. Wat anders geheel zou afzwerven, poogde ze voor de Christelijke overlevering te bewaren. Daarin moet nog altoos haar hoofddoel liggen. Ongetwijfeld kan ze ook gevaren met zich brengen. De gevaren schuilen vooral in het doen optreden van ongeoefende èn onkundige helpers en helpsters. Om aan dit gevaar te ontkomen, zal ze wel doen, met zich zoo nauw mogelijk aan de kerk aan te sluiten en voor aanstaande helpers en helpsters cursussen ter voorbereiding in te richten, gelijk reeds in tal van plaatsen, maar lang nog niet genoeg geschiedt. Dit blijft een struikelblok, en eerst als dit struikelblok uit den weg zal zijn geruimd, is ook haar toekomstige bloei verzekerd".
De lijn, die in deze woorden wordt uitgestippeld, wenscht „Jachin" met ernst te volgen, gelijk de vereeniging toont door wat ze reeds deed. Het struikelblok, dat op haar weg ligt, tracht zij, met ernst, uit den weg te ruimen. Laat men haar dan helpen en steunen bij baar nuttigen en noodigen arbeid, en haar niet aan haar lot overlaten om de weinig geldige reden, dat eertijds de Zondagsschool zich wel in verkeerde banen pleegde te bewegen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 1911
De Heraut | 4 Pagina's