Uit de Pers.
Mr. Schokking yan Leiden gaat aldus voort met in de Gereformeerde Kerk zijn standpun uiteen te zetten tegenover de Wachter:
Wij willen thans de redenen meedeelcD, waarom Dt Wachter en zijn vrienden zich aan een illusie overgeven, als zij meenen, dat opheffing van de Theologische Faculteit aan de Vrije Universiteit de hinderpaal zou wegnemen, die aan samenwerking onzerzijds met de Vrije. Universiteit in den weg staat.
Die meening toch gaat, indien zij werkelijk gekoesterd wordt, van een gansch onjuiste onderstelling uit.
Haar noemen is haar in dit geval ook verklaren. De Wachter, steeds turende op de Theologische Faculteit aan genoemde Universiteit, en die, indien het kon, liefst wegkijkende, is blijkbaar van meening, dat anderen, die bezwaren hebben, aan het bestaan dier Faculteit hetzelfde gewicht hechten.
Maar zij is, aldus oordeelende over anderer beschouwing, dupe van haar eigen voorstelling.
Wij kunnen natuurlijk slechts voor ons zelf spreken, en weten niet, hoe anderen, niet tot de Gereformeerde Kerken behoorende, maar niettemin prijs stellende op esne beoefening der wetenschap op den grondslag van Gods Woord, over de door De Wachter opgeworpen kwestie denken.
Maar wij voor ons verklaren nadrukkelijk, dat voor zooveel er bezwaren zijn legen de Vrije Universiteit, die niet liggen in het daar aanwezig zijn van een Theologische Faculteit.
Bij den strijd daartegen moet dus niet op ons een beroep worden gedaan. Wij mengen ons niet in dien strijd; doch wenschen daarin ook niet in de eene of andere richting gebruikt te worden.
Dit klemt te meer, en ziehier een andere reden, omdat wij vroeger de hoop hebben gekoesterd, dat de Vrije Universiteit, bepaaldelijk ook in hare Theologische Faculteit, voor toekomstige predikanten zoowel van de Hervormde Kerk als van de Gereformeerde Kerken ten dienste zou staan.
Zoover is het er van af, dat wij verdwijning van de Theologische Faculteit zouden begeeren.
Neen, indien onzerzijds bezwaren bestaan, dan gelden zij niet die Faculteit als zoodanig, maar wel de gansche inrichting van de Vrije Universiteit en inzonderheid hare Theologische Faculteit, waardoor zij zich aan een enkele kerkengroep — de Gereformeerde — gebonden heeft.
Wij hebben er destijds, toen zulks gebeurde, de aandacht op gevestigd, dat samenwerking met hen, die niet tot de Gereformeerde Kerken behoorden, daardoor voor de toekomst vrijwel werd afgesneden.
Hetgeen in zake de kerkelijke hoogleeraren In Arasterdam was gebeurd met medewerking vooral van leden van den Amsterdamschen Raad, die tevens groot gezag hadden in den kring der Vrije Universiteit, zou die samenwerking al niet gemakkelijk hebben gemaakt, doch toen in zoo nauw verband werd getreden met de Gereformeerde Kerken, dat de besturende colleges feitelijk ontoegankelijk werden voor anderen, dan die lid waren dezer kerken, kon de gedachte daaraan wel opgegeven worden.
De uitkomst heeft dit trouwens bevestigd' Toen de Vrije Universiteit zich eenzijdig keerde niet alleen, maar ook goeddeels vastlegde aan de Gereformeerde kerken, vervreemdde zij tegelijkertijd de leden van andere kerken van zich, benam zich althans de gelegenheid, dat sympathieën onder deze werden gewekt.
Men moge zulks op formeele gronden betwisten, in werkelijkheid is het niet anders.
Samenwerking vraagt nu eenmaal, zal zij duurzaam iets uitwerken, een reëelen grondslag; en deze werd van dit oogenblik af voor goed gemist.
De voorwaarden, welke de Vrije Universiteit aanvaardde om den door hare Theologische Faculteit uitgereikten candidaatsbul door de Gereformeerde kerken erkend te zien, waren van dien aard, dat die Faculteit feitelijk niet veel verschilt van de Theologische School.
En het getuigt dan ook niet van groote dankbaarheid, dat de voorstanders van een kerkelijke opleiding, die de bedoelde voorwaarden stelden en daarop niet afgedongen wilden zien, ondanks de aanvaarding daarvan door de Vrije Universiteit, sedert onveranderd voortgingen met den strijd juist tegen de Theologische Faculteit te voeren.
Intusschen, zooals in ons eerste artikel gezegd is, wij laten ons met een beoordeeling daarvan niet in.
Ook zouden wij misschien nog het geheele be roep van de Wachter op samenwerking met de «rechtzinnnigenoc, de »confessioneelen« de»gerefor meerden« — zooals het letterlijk heet — onopgemerkt hebben gelaten, wanneer dit niet was vastgeknoopt aan een beschouwing van ons Hooger Onderwas in het algemeen, welke niet onweersproken mag blijven.
Doch daarover nog in een slotartikel.
Er is metterdaad in dit zeggen van Mr. Schokking, die als umpair wel het meest onpaitijdig over het cricketspel van ons kerkelijk leven oordeelen kan, een zekere waarheid, waarmede de Wachter winst kan doen.
De Vrije XJoiversiteit heeft wat haar Theologische faculteit aangaat, zich in zeer sterke mate aan de Gereformeerde Kerken gebonden, zoo sterk zelfs, dat volgens Mr. Schokkirg deze Theologische Faculteit al niet veel meer verschilt van een Theologische School,
En nu gaan de voorstanders van een kerkelijke opleiding, die deze eischen stelden en daarop niets afgedongen wilden zien, niettegenstaande de Universiteit zoover mogelijk aan deze eischen tegemoet kwam, toch voort met de Theologische Faculteit der Vrije Universiteit als het Carthago, dat verwoest moet worden, voor te stellen.
Dit is niet alleen „ondankbaar"; men zon ook kunnen vragen, of bet wel o/erecnkomt met den eisch der oprechtheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 12 november 1911
De Heraut | 4 Pagina's