Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vereenigingsleven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vereenigingsleven.

7 minuten leestijd

KRANKZINNIGEN VERPLEGING.

Het is 'op menigerlei gebied met het vereenigingsleven zóó, dat men zich van harte over de uitbreiding van het arbeidsveld en over het omvangrijker worden van den arbeid verheugen kan, zonder dat het gevoel van blijdschap min of meer geneutraliseerd wordt door de overweging, dat het te betreuren is, dat de uitbreiding en toename van de taak van het vereenigingsleven noodzakelijk is.

Wanneer, om nu maar iets te noemen, het lager, middel of hooger onderwijs, dat op Christelijke grondslagen rust, uitbreiding ondergaat, dan verblijdt men zich in Christelijke kringen, en de blijdschap wordt dan bij niemand getemperd door de gedachte, dat het te bejammeren is, zoo het wijder uitspannen van de tente van het Christelijk onderwijs noodig blijkt.

Aan de andere zijde is er echter meer dan één tak van werkzaamheid van het vereenigingsleven, die wel aanleiding tot dankbaarheid geeft, indien steeds meer en ernstiger in bestaande behoeften wordt voorzien, maar van welke ieder zonder aarzeling zeggen zal, dat het toch meer verblijdend zijn zou, indien uitbreiding van den desbetreffenden arbeid niet noodig ware.

Geldt dit reeds in het algemeen van alle verzachting van lijden en heling van wonden en genezing van krankheid, zeer bij zonderlijk is het wel van toepassing op het kwaad, waarvan zoo terecht nog onlangs in een vergadering dit gezegd werd: „Als er ééne krankte is, welke deernis kan opwekken en het medelijden gaande maken, zoo is het die der krankzinnigheid. Wat een melaatsche zelfs nog overbleef, is aan een krankzinnige ontzegd. Hij kan nog niet eens met helder bewustzijn klagen aan den Heere Zsbaoth."

Voor ons liggen de jongste verslagen van de beide vereenigingen, die zich de Christelijke verzorging van krankzinnigen ten doel stellen, van de — we zullen nu maar zeggen: groote — vereeniging voor Nederland en van de kleinere, nog jongere vereeniging voor Zeeland. Die beide verslagen maken melding van het in omvang toenemen van haar arbeid. De toeneming is uit den aard der zaak het sterkst bij de jongere der twee vereenigingen, daar deze nog'pas is haar opkomst is. In de statistiek der patiënten van „Vrederust" vinden we als ingeschreven cp I Januari 1910 161 personen, en op 31 December 1910 208. Toename valt echter evenzeer bij de oudere vereeniging te constateeren, die, zooals bekend is, thans 4 gestichten heeft, waarvan „Wolfheze" ; de het jongste is, en die wel een oraal daling in het bevolkingcijfer heeft te melden voor „Veldwijk", nl. van 596 op 576, maar een klimming heeft te boeken voor „Bloemendaal" van 547 op 549, voor „Dennenoord" van 539 op 547 en j voor „WoUheze" van 354 op 388, zoodat een totale vermeerdering der bevolking met 24 zielen is te constateeren.

Dat over het thans loopende jaar weer van vermeerdering der verpleegden van beide vereenigingen gemeld zal moeten worden, is niet zeer twijfelachtig. En dat die stijging niet geneutraliseerd wordt door daling van het bevolkingscijfer van andere gestichten, zal wel kunnen worden aangenomen. Maar toch hoede men zich, niet te vlug de conclusie te trekken, dat de krankzinnigheid in onzen tijd toeneemt, want of dit, gerekend naar de toename der bevolking, in het algemeen althans in ons land wel juist is, mag in twijfel worden getrokken.

Wat tcch is de saak? Ten eerste is de statistiek in den lateren tijd, wat den omvang en de fijoheid van haar arbeid aangaat, zeer sterk vooruitgegaan. Cijfers van nu kunnen slechts onder zeer groot voorbehoud vergeleken worden met cijfers uit vroegere tijden. Ei daarbij t komt, dat men zich in den laatsten tijd, veel meer dan voorheen gedaan werd, het lot der krankzinnigen is gaan aantrekken en dus eenerzijds de gevallen van krankzinnigheid veelmeer dan vroeger onder de aandacht komen en anderzijds veel meer om opname in gestichten gevraagd en daarop aangedrongen wordt. Met het oog hierop valt het zeer moeilijk uit te maken, of er al dan niet inderdaad toecemlDg der kranktincigheid is, daar het nimmer uitvoerbaar was, en ock thans niet is, het aantal krank «neigen, die geen bijzoadere verpleging genieten, te berekenen.

Moet er dus aas de statistische opgaven van onze dagen niet te groote beteekenis worden gehecht, wanneer ze aangehaald worden ter vergelijking met cijfers van voorheen, groot is haar waarde voor het heden en de toekomst, en het is zeer te waardeeren, dat de beide vereenigingen zeer gedetailleerde statistieken bijhouden, die op den duur waardevol materiaal zullen leveren voor studiën omtrent den aard en omvang van de ziekte der krankzinnigheid in ons land.

Hoe het zij, er is alleszins reden van blijd schap over de uitbreiding, die de arbeid van beide vereenigingen ondergaat. Moet met name tot dankbaarheid stemmen de opening van de psychiatrische eu neurologische kliniek der vereeniging tot Christelijke verzorging van krankzinnigen in Nederland te Amsterdam, — van welke opening op 3 Nov. des vorigens jaars het verslag der vereeniging uitvoerig verhaalt — omdat de arbeid der kliniek in zeer sterke mate zal kunnen bijdragen tot steeds beter verzorging der lijdenden, de groote beteekenis van onze twee vereenigingen schuilt — niemand iü onze kringen zal dat licht tegenspreken — in het geestelijke element, dat men in de gestichten der vereenigingen in de verzorging tot zijn volle recht tracht te doen komen.

„Het is goed", — zoo sprak nog onlangs s Ds. L, Bouma van Middelburg voor deZeeuw-a sche vereeniging — „het is goed, dat gij voor r hen hulp zoekt in wei-ingerichte gebouwen, bij g menschelijke kunt en wetenschap, — wij D juichen het toe, en met erkentelijkheid zien we, I b wat er al voor deze lijders gedaan wordt —, s maar bovenal moeten we verstaan, hoe coodig e het is om welbewust huane klacht te vertolken n voor den eenigen Heelmeester Israels. Wij s staan bij krankzinnigheid voor een zeer donkere gw zaak; langzamerhand leeren wij, hoeveel wijsheid en geduld er noodig is om hen te verple­ W gen, welk eene toewijding er verlangd wordt Emtsm van allen, die zich aan dezen arbeid der barmhartigheid wijden. En wij weten bovendien, dat er slechts éen Vader der lichten is, van wien alle deze goede gaven en volmaakte zegeningen kunnen nederdalen".

En als met terugslag hierop heet het van de hand van den geestelijken verzorger van „Dennenocrd" in het desbetreffjnde verslag: „Op de vraag, of de prediking des Evangelies ingang vindt en er iets van mede genomen wordt, kan in het algemeen het antwoord gunstig luiden. Niet te spoedig moet men meenen, dat deze of gene patient er toch niets van verstaat. De ervaring leert, dat dikwerf patiënten alles weten wac er om hen heen gebeurt en terdege goed zich bewust zijn, maar toch schijnbaar van niets nota nemen en zelfs niet reageeren op welke vraag ook, die hun gedaan wordt. Wanneer dergelijke patiënten nu kerkwaarts gaan, zullen ze evenmin iets uitlaten over wat ze gehoord hebben. Maar gehoord hebben ze het toch zeker. En wat er in hen omgegaan is zeggen ze niet, maar wie weet wat in het verborgen nochtans de arbeid der prediking in die harten en hoofden heeft uitgewerkt. Het kan in onze Stichticgsketken zoo rustig zijn onder den dienst en in oogenblikkeu van httogen ernst kan de aandacht zoo gespannen zijn!"

En dan verder: „Bij het bezoek in de paviljoenen stuitte het Woord Gods soms af op ernstigen tegenstand. Maar dit w»s toch hooge uitzondering. Meestal waren later diezelfde onwilligen zeer ontvankelijk en gewillig, en over het algemeen bracht het lezen van Gods Woord of het gebed toch stilte, zelfs in de meest onrustige verblijf-en ziekenzalen".

Of het feit, dat onze Christelijke Krankzinnigengestichten in den lande zulk een goeden roep genieten, toe te schrijven is aan de uitnemende medische, dan wel aan de goede geestelijke verzorging, is niet gemakkelijk uit te maken. Zeker is echter, dat we dankbaar hebben te zijn, dat in deze gestichten beide elementen in de verzorging zoozeer tot hun recht komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 december 1911

De Heraut | 4 Pagina's

Vereenigingsleven.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 december 1911

De Heraut | 4 Pagina's