Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Van geachte zijde vraagt

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van geachte zijde vraagt

6 minuten leestijd

Van geachte zijde vraagt men ons, of het besluit der Generale Synode, dat de studenten, zonder praeparatoir geëxamineerd te zijn, niet ineer uit preeken mogen gaan, ook inhoudt, dat ze niet mogen optreden in een evangelisatie? Onze correspondent, die zelf geroepen werd over een dergelijk geval te beslissen en aanvankelijk dit optreden In een evangelisatie ongeoorloofd achtte, is bij rijper nadenken aan het twijfelen geraakt. Het optreden in een evangelisatie staat gelijk, naar hij meent, met het houden van Zondagsschool enz., en waar dit laatste door niemand aan de studenten zal worden verboden, acht hij, dat ook het eerste hun niet ontzegd mag worden. Hij wil daarover gaarne ons oordeel weten.

Nu staat het recht om de besluiten eener Generale Synode te interpreteeren, alleen aan de Synode zelve, en kan ons oordeel over deze zaak alleen de waarde hebben van een persoonl^'ke meening. Toch willen we gaarne aan het verzoek van onzen correspondent voldoen, ook omdat de Kerken in het gemeen b^ deze zaak belang hebben en een beslissing der Generale Synode nog jaren op zich wachten laat.

In de eerste plaats merken we dan op, dat de Generale Synode van Amsterdam, die in Art. 60 hierover een besluit nam, dat door de Zwolsche Synode bevestigd is geworden, aan het optreden in een evangelisatie blijkbaar niet gedacht heeft. De uitdrukkelijke bewoordingen van het toen genomen besluit laten daaromtrent geen twijfel over. De Synode besloot, dat „aan de studenten in de Theologie, die nog geen praeparatoir examen voor de Classis deden, het optreden voor de gemeente niet meer zal worden toegestaan". Wat dus verboden werd is uitsluitend en alleen het optreden voor de gemeente; wat natuurlijk niet anders beteekent dan in een samenkomst der gemeente, waar de gewone godsdienstoefening wordt gehouden. Een evangelisatie nu kenmerkt zich juist daardoor, dat hier van een samenkomst det gemeente geen sprake is. Gemeente en evangelisatie staan tegenover elkaar. In een gemeente evangeliseert men niet; de evangelisatiearbeid richt zich altoos tot hen, die buiten de gemeente staan. Aangezien een verbodsbepaling zich in wettelijlcen zin nooit verder uitstrekt dan tot datgene wat met zoovele woorden verboden wordt, kan uit dit besluit der Synode dus niet anders worden afgeleid, dan dat het optreden in een gemeentelgke samenkomst aan de studenten verboden is maar niet in een evangelisatie. Of liever, de Synode heeft omtrent dit laatste geen besluit genomen, en waar geen gebod is, kan ook van een overtreding geen sprake wezen. Acht men, dat ook het optreden in een evangelisatie voor studenten minder gewenscht is, dan behoort men op de volgende Synode een voorstel in te dienen, om een nieuwe bepaling aan het besluit van Amsterdam toe te voegen, waarin dit optreden ver­ oden wordt. Maar zoolang dit niet gechied is, heeft iedere Kerk het recht, van en dienst der studenten voor de evanelisatie gebruik te maken.

In de tweede plaats schqnt ons ook het ptreden in een gemeentelijke samenkomst m een soort predikatie te houden, toch een ansch ander karakter te dragen dan het ptreden in een evangelisatiélokaal. Wel ist, wie nog niet wettig beroepen en in et ambt bevestigd is, ook ai is hij door e classis praeparatoir geëxamineerd, de bevoegdheid om ambtelgk het Woord te edienen, en spraken onze Vaderen daarom bij zulke candidaten ook liever van „proositiën"; maar dit neemt toch niet weg, at dit optreden in een vergadering der geloovigen om het Woord te verklaren en daarvan een stichtelijke uitlegging te geven, iets geheel anders is dan wanneer men buiten de vergadering der gemeente voor enkele menschen, die aan het kerkelijk leven ontwend zgn, een toespraak houdt. Voor het eerste heeft de Synode als eisch gesteld, dat vooraf moest gaan een onderzoek door de classis, omdat de Kerken, die zulk een candidaat uitnoodigen om in de godsdienstoefening der gemeente voor te gaan, zeker moeten z^n, dat deze jonge mannen zuiver zijn in de leer; wat natuurlijk niet blijken kan, zoolang ze noch aan de Hoogeschool noch door de Kerken zelve onderzocht zijn. Maar deze eisch van een classicaal examen behoeft voor het optreden In een evangelisatie niet gesteld te warden. De Kerk kan toch voor haar evangelisatie-arbeid gebruik maken van allerlei hulpdiensten, ook buiten het ambt om, en o. i. zou het zeer te betreuren wezen, wanneer de hulp van de studenten hier geheel afgesneden werd. In dit opzicht gaan we dan ook met onzen correspondent geheel akkoord, dat het geven van onderwijs aan de Zondagsschool, het optreden voor j > Dge!ir.gsvereenigingen, het colporteeren met bijbels en opzoeken van aan het Christendom geheel ontzonken gezinnen, om deze door toespraak voor het Evangelie te winnen, principieel niet onderscheiden is van dit optreden in een evangelisatie, CD daarom, wie het eene aan de studenten toelaat, ook het andere hun niet verbieden kan. Het kotnt ons zelfs voor, dat in dezen arbeid een uitnemende vormende kracht voor de studenten kan schuilen met het oog op fiun latere roeping, terw^l ook de Kerken, die dikwijls broodverlegen zitten om hulp voor dezen arbeid, daardoor niet weinig zouden gebaat worden.

De eenige vraag, die zou kunnen opkomen, is of een kerkeraad, die voor dezen as beid studenten gebruikt, niet vooraf eenige ztkerheid zou moeten hebben dat ze rechtzLanig zijn in de belijdenis. Door deze stu denten te laten optreden, laadt de Kerkeraad toch eenigermate een verantwoordelijkheid op zich. Dit bezwaar erkennen we, maar men vergete niet, dat hetzelfde bezwaar even goed geldt b^ eiken anderen evangelisatie-arbeid , Zondagsschool-houden enz. Dit bezwaar zou echter gemakkelgk te ondervangen wezen, wanneer de Kerkeraad aan geen student dezen arbeid opdroeg zonder zich vooraf vergewist te hebben, dat hij lidmaat was der Gereformeerde Kerk en belijdenis des geloofs had afgelegd. In die belijdenis des geloofs ligt wel degelijk een waarborg, dat men te doen heeft met iemand, die het met de bel^denis der Kerk eens is. Mocht men echter ook dezen waarborg nog niet voldoende achten, dan zou de Kerkeraad nog een nader onderzoek kunnen instellen. Zoo heeft men vroeger ook gehandeld met degenen, die hulpdiensten verrichtten, als catechiseermeesters, ziekentroosters enz., en waarom zou dit thans niet evenzoo kunnen geschieden?

We hebben deze quaestie met opzet iets uitvoeriger besproken, niet alleen om aan het verzoek van onzen correspondent te voldoen, maar ook omdat de zaak voor de evangelisatie zeker van groote beteekenis is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 31 maart 1912

De Heraut | 4 Pagina's

Van geachte zijde vraagt

Bekijk de hele uitgave van zondag 31 maart 1912

De Heraut | 4 Pagina's