Uit de Pers.
Ds. J. Dekker van Kollum schreef in de Friesche Kerkbode een viertal artikelen over de vraag: Universiteit < / Theologische School. \K\a het slotartikel ontleenen we het volgende:
In ons vorig artikel hebben wij gesproken van een te steunen actie. De vijfde Hoogleeraar te Kampen moet er komen. Versterking van het hoogleerarental is door de Sjrnode zelf noodig verklaard. £r is dus een noodstand aan de school der kerken, die zeker zoo kort mogelijk mag duren. Dat eischt de eer der kerken. En de mild inkomende giften, die van veel liefde voor de Theologische School spreken, wijzen er wel op, dat de versterking der Theologische School geen drie jaar meer uitblijven zal. We verheugen ons daarin van harte. Toch, gelijk onze lezers weten, is het geïsoleerd blijven bestaan onzer Theologische School niet ons ideaal, gelijk we in de twfsëilei opleiding met haar historischen achtergrond een ernstig bezwaar zien voor den bloei onzer Kerken, Ons ideaal is niet een Theologische School, maar een Universiteit. Trouwens, de Vaders der Scheiding, van Velsen, Brummelkamp, hebben er nooit anders over gedacht. De Theologische School is uit den nood der tijden geboren. Ze was en is ons een kostelijke gave Gods aan zijne Kerken, doch ze is niet het beste wat wij begeeren, niet het uitnemendste dat voor de vorming van de toekomende Dienaren des Woords kan worden ingericht. Dat is niet een Theologische School of geïsoleerde Faculteit, maar een Universiteit. Dat heeft men van de dagen van Luther en Calvijn dan ook onder de Gereformeerden steeds zoo verstaan. Wij spreken geheel in het algemeen, afgedacht van de vraag, wie zulk een Universiteit opricht en wie het zeggenschap volledig hebben moet over haar, voor het minst over de Theologische Faculteit. Naast elkaar geplaatst: een Theologische School of een Universiteit, dan mag dankbaar zijn wie het eerste kan bekomen, maar zich nog meer verblijden, waar God het laatste schenkt. Wanneer de Theologische School te Kampen, gesteld er bestond nog geen Vrije Universiteit, kon uitgebreid worden tot een Universiteit, dan zou ons dat geen achteruitgang wezen, maar vooruitgang. Ze was er ons dan niet minder lief om, maar werd ons een nog rijker geschenk van onzen God.
Dit is dan ook zoo eenvoudig, dat men moet zeggen: wie van Gereformeerden huize kan eigenlijk anders oordeelen ? Dat secten alleen in kerkelijke Theologische schooltjes heil zien, en angstig de aanraking met de wetenschap in haar breede volle ontplooiing schuwen, is te verstaan; maar een Gereformeerde is toch geen sectarier ? Opmerkelijk is dan ook, dat in onzen partijstrijd over de opleiding, vurige pleiters voor de Theologische School, als ze voor de practische vraag komen te staan, waar ze hun zoon in de Theologie zullen laten studeeren, toch vaak aan de Universiteit de voorkeur geven.
Een Universiteit blijft alzoo het ideaal, ook voor de Theologische opleiding. Eu daarom achten wij wel van harte de voorloopige versterking der Theologische School te moeten steunen, maar niet om in haar afgezonderd bestaan tot in verre toekomst bet ideaal te zien. Integendeel, we achten, dat de opleidingskwestie niet mag rusten, maar wij geroepen zijn te blijven arbeiden tot wij tot eenheid van inzicht komen. Het meest gewenscht ware, dat onze Kerken tot een principieele beslissing in deze kwamen. Ds. Bos pleit in sDe Wachters thans voor Practiseh. Ongetwijfeld beefc de practijk groote rechten. Toch kan een vraagstuk als dat van Universiteit of Theologische School maar niet eenvoudig practisch opgelost worden, omdat men dan wel voor langen tijd zekere toestanden vastleggen kan, maar een oplossing toch inderdaad niet bereikt. En zulk een oplossing toch ware zoo gewenscht. En daarom hopen wij, dat na niet te langen tijd onze d voormannen op wetenschappelijk, met name Theologisch gebied, den tijd gekomen zullen achten om o het zwggen te verbreken en ook in deze hun stem weer laten hooren. Allereerst maar eens over de z principieele vraag: is inderdaad kerkelijke opleiding eisch van God Woord?
Kon onder degelijke, klare voorlichting, wat het beginsel aangaat, een gemeenschappelijke overtuiging worden gewekt, dan kan men nog zien of in de practijk zich niet liet verbinden: kerkelijk en toch Universitair, in de richting van het oude voorstel-Bavinck.
En waren zoo Kampen en Amsterdam verbonden en de twee stroomen uit ons kerkelijk verleden ook daar samengevloeid, en wij gekomen tot die ééae Gereformeerde Vrije Universiteit, die onverdeeld ons aller hart en liefde h^, dan, gelijk met onze Christelijke Scholen op lager onderwijsgebied, met die Universiteit de worsteling op hooger onderwijsgebied met de ongeioovige en dwalende Universiteiten aangebonden, den strijd tusschen revelatie en evolutie, tusschen Calvinisme 'en Darwinisme aangebonden. Maar dan ook voor die Universiteit gelijk recht met de openbare Universiteiten. De schoolstrijd ook op hooger onderwijsgebied uitgestreden met volkomen, ook finantieele, gelijkstelling van bijzonder en openbaar onderwijs^ de kapitalen uit 's lands middelen voor Openbare Universiteiten beschikbaar gesteld, naar evenredigheid ook toegekend aan de komende Roomsche en bestaande Gereformeerde Universiteit. Wel zou dit het Rijk op belangrijke offers komen te staan, doch het recht zou er door worden bevorderd en een stuitend onrecht door worden weggenomen, en het geestelijk welzijn van ons volk ongemeen door worden gebaat. En dat gaat boven enkele millioenen
Voor dit goede woord danken we Ds. Dekker. Hij neemt hier een hoog standpunt in, een standpunt dat verre staat boven alle kerkelijke kibbelpariijen. Uit dit woord spreekt een diep gevoel, hoe noodig het is, dat alle krachten saamwerken om onze Universiteit te steunen en te sterken.
En we zijn het evenzeer van harte met hem eens, dat van een poging om nog weer eens een practische oplossing te vinden, geen het minste heil is te verwachten. Op de jongste Synode te Zwolle was dit de algemeene overtuiging. Het zoeken naar een practische oplossing is in de practijk de meest onpactische gebleken. Het heeft alleen onrust in onze Kerken gegeven en leidde tot geen het minste resultaat.
De oplossing kan alleen gevonden worden door principieel bet vraagstuk uit te maken, of metterdaad naar Gods Woord de opleiding der a. s. predikanten kerkelijk moet zijn. Om deze quaestie met ernst te kunnen bespreken, dient echter vooraf vast te staan, dat ook aan de andere zijde een Inisterend oor woidt gevonden. Zoodra het aan de orde stellen van dit vraagstuk terstond de kerkelijke hartstochten doet opvlammen, doet men beter met te zwijgen.
Uit de Zeeuwsehe Kerkbode nemen we ook ditmaal over, hetgeen de redacteur over het Independentisme schrijft:
Naar wij hopen is uit ons betoog tot dusverre wel eenigermate gebleken, dat de grondgedachten van het independentistische stelsel onscbriftuuriyk s^n. Vooral ook d« Gereformeerde stelregel, dat Kerkverband v«or bet welweseo ixt Kerken needv zakelijk is, vloeit voort uit de beginselen van Gods Woord, gelijk wij in ons vorig artikel ontvouwden. E' '.«"«' J> i« of daar een apostolische uitspraak te vmden, waardoor den Kerken de plicht opgelegd wordt om met elkaar in Kerkverband te treden. Dat geven we aan den Independent volkomen toe. Maar er zijn zoovele gewichtige instellingen bij de Kerken onder de Nieuwe Bedeeling tot stand gekomen, die volstrekt niet berusten op een uitdrukkelijk bevel des Heeren noch op een directe uitspraak der apostelen noch op een expres voorschrift des Bijbels. Denk bijvoorbeeld aan den kinderdoop, de viering van den Zondag als rustdag enz. Maar in de Schrift liggen wel de beginselen vervat, waaruit de noodzakelijkheid dier instellingen afgeleid kan en moet worden.
Meer dan die beginselen biedt de Schrift ons niet. De toepassing ervan in de praktijk is aan de Kerken zelven in de toekomst onder de leiding des Heiligen Geestes overgelaten. Dat geldt ook voor den eisch der Kerken om met elkaar te leven in Kerkelijk verband. Het independentisme denkt de vrijheid van iedere plaatselijke Kerk te handhaven door zijn stelsel, maar inderdaad huldigt en bevordert het willekeur en eigendunkelijkheid der plaatselijke Kerken. Van toepassing is op hen ook het woord van den apostel Paulus uit i Corintbe 11:16, waarover men niet moet heenlezen: Doch indien iemand schijnt twistgierig te zijn, wij hebben zulke gewoonte niet, noch de gemeente God se.
Aan Corinthe's Kerk werd het voorbeeld van andere Kerken voor oogen gehouden. Het mag een plaatselijke Kerk niet onverschillig zijn, hoe de andere Kerken in haar nabuurschap over haar oordeelen. ledere Kerk moet niet maar op eigen houtje doen en laten wat zij wil. Als deel schikke zij zich naar het geheel. En daarvoor is ook dienstbaar het Kerkverband.
Het moet niet gebruikt worden om de vrijheid of de macht eener plaatselijke Kerk te verkorten of te verminderen, maar alleen om den welstand dier Kerk in verband met de andere Kerken te bevorderen, Daarom worden dan ook de beslissingen in meerdere vergadering pas genomen na gemeenschappelijke overleg. En zulke besluiten raken alleen zaken, die eene plaatselijke Kerk zelve niet kan afhandelen. Doch dan is ook het genomen besluit niet voor de meerderheid der Kerken slechts bindend, maar voor alle Kerken, welke tot die meerdere vergadering behooren. Waar Kerken in Kerkverband saamleven, daar is macht; en waar macht is, daar moet een beslissing genomem en ten uitvoer gelegd worden, opdat alles eerlijk en met orde geschiede. Paulus betoogt dat ook in dien Eersten Corinthebrief Hoofdstuk 14: sDat twee of drie profeten spreken, en dat de anderen oordeelen. En de geesten der profeten zijn den profeten onderworpen; want God is geen God van verwarring, maar van vrede, gelijk in al de gemeenten der heiligen. Laat alle dingen eerlijk en met oide geschieden«, vs. 29, 32, 33, 40.
Orde is in de Kerken van Christus niet eene zaak van ondergeschikte beteekenis, maar van het hoogste gewicht. En om die orde te verkrijgen, moeten gemeenschappelijke beslissingen genomen worden, volstrekt niet met de bedoeling om het leven te binden of de vrijheid te dooden, maar alleen met het doel om het welwezen van alle Kerken saam in harmonische eenheid te behartigen. Eene Kerk, die levende in het Kerkverband, tegen die orde ingaat draagt een stempel van liefdeloosheid en zelfzucht, want »de liefde zoekt zichzeive niet« (i Cor. 13 : 5) maar bedenkt hetgeen eens anderen is. Dat onchristelijke karakter staat metterdaad op independentistische gemeenten.
De besluiten van eene meerdere vergadering mogen dan ook nooit van dien aard zijn, dat daardoor eene plaatselijke Kerk van hare wettige vrijheid of zelfstandigheid zou worden beroofd. De meerdere vergadering heeft geen privatieve (d.i. beroovende) macht tegenover de mindere: De Classis niet tegenover den Kerkeraad, de particuliere Synode niet tegenover de Classes, de Generale Synode niet tegenover de particuliere Synodes, In de meerdere vergadering is alleen aanwezig wat men noemt de cumulatieve (d.i. opeengehoopte) macht: Er is meer licht en wijsheid saamgebracht, omdat meerdere Kerken zijn vertegenwoordigd in hare ambtsdragers. Ook van dat laatste wiilen de Independenten niets weten: zij schatten eigen wgsheid en inzicht als boven alle verbetering verheven.
Omdat ook meerdere vergaderingen, als Classes en Synoden, geen onfeilbare lichamen zijn, bestaat e mogelijkheid, dat zulke vergaderingen een onjuist besluit nemen, evengoed als een Kerkeraad een njuiste beslissing kan nemen. In zulke gevallen, waarin een persoon of een Kerk of een Classis ou kunnen verongelijkt zijn, staat de deur open voor hooger beroep op eene meerdere vergadering, waar dan meer licht en meer wijsheid en meer npartijdigheid in de meerdere Kerken, die er vergaderen, saamgebracht is. Vandaar de bepaling n artikel 31 van onze Kerkenordening, die we ouden kunnen noemen een correctief (d.i. iddel waardoor een begane fout verbeterd wordt) egen verkeerde beslissingen:
„ZOO iemand zich beklaagt door de uitspraak er mindere vergadering verongelijkt te zijn, dezelve al zich op eene meerdere Kerkelijke vergadering eroepen mogen; en 't gene door de meeste stemen goedgevonden is, zal voor vast en bondig ehouden worden. Tenzij dat het bewezen worde e strijden tegen het Woord Gods, of tegen de rtikelen in deze Generale Synode besloten, zooang als dezelve door geene andere Generale ynode veranderd zijn.
Die bepaling bedoelt dus niet elke beslissing an eene meerdere vergadering weer op losse chroeven te zetten, doordat een kerk er bezwaren egen kan indienen, maar bedoelt alleen in eval van verongelijking er voor te aken, dat geen Kerk van haar recht en vrijheid orde beroofd.
We stipten dit laatste punt aan om te laten ien, hoe de beschuldiging van Independenten tegen nze Gereformeerde Kerkregeering ingebracht, als ouden de Kerken kunnen gedwongen worden tot ets wat met haar rechten en vrijheden in strijd s, volstrekt onwaar is.
Daartegenover hebben wij juist eene beschuldiing in te brengen tegen de Independenten, n.m. at hun stelsel in den grond revolutionair is. aar hangt alle beslissing aan den vrijen wil er menschen. En kan eene groep zich niet in de eslissing der meerderheid vinden, dan scheidt ij zich maar van die meerderheid af en vormt eer eene nieuwe congregatie, die baar inwendige erkelijke huishouding naar eigen believen inricht. n zulke Kerken is Kerkverband onmogelijk; is an recht en orde geen sprake; wordt de spot edreven met de tucht die van meerdere Kerken an uitgaan over de enkele Kerk, om baar te houen in de paden van Gods Woord en recht. De onferenties, die de Independenten dan ook gehouen hebben, beteekendeu inderdaad niets voor het elzijn der Kerken. Ze waren een schaduw van en verband, die tot niets bonden. Werd er nog ene beslissing genomen, een geloofsbelijdenis vastesteld, of een Kerkenordening ontworpen, dan as het slot van alle saamspreking toch, dat geen nkele gemeente daardoor zich gebonden behoefde e achten.
Dr. A. Kuyper merkt terecht op in zijn bekend iDTractaat van de Reformatie der Kerkenc:
„Zulk een stelsel, het spreekt van zelf, kan een ijd lang goed loopen, zoolang het geestelijk leven n de geloovigen onder het Kruis der vervolging n hoogen toon wordt gehouden, maar moet noodendig geheel buiten het Kerkelijk erf voeren, oodra dit geestelijk leven verslapt en inzinktc. n dan wijst hij op het voorbeeld van de Kwakers n Engeland en Amerika, die feitelijk in openbaar odernisme zijn verloopen.
Juist deze voortreffelijke artikelen tegen het ndependentisme zijn wel het duidelijkste bewijs, oe volkomen ten onrechte Dr. Kromsigt ons an independentistische neigingen beschuldigde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 14 april 1912
De Heraut | 4 Pagina's