Vereenigingsleven.
WAT DE ZENDING DOET.
VIL
Onder de oudere corporaties, die zich aan het werk der zending wijden, moet met een enkel woord ook vermeld worden de Vereentging „De Zendingszaak" te Amsterdam, die reeds m 1858 werd opgericht. Veel behoeven we er niet van te zeggen, daar deze vereeniging zich . in hoofdzaak tot de inwendige zending bepaalt, maar ze heeft een cendingskring „Ezra" en een afdeeliag «ztnding onder de volken" (met knapen-en mebjetvereeninngcn) die de bedoeling hebben, meer l» het by«onder moieelen en geldelijken steun te verleenen aan aile takken van zending, welke gegrond zijn op, en arbeiden overeenkomstig Gods Woord.
Een ruimer plaats moet toegemeten worden aan de Nederlandsche Zendingsvereeniging, die mede in 1858 werd opgericht en te Rotterdam is gevestigd in het zendingshuis, Westceedijk 345, waarvan de heer C. Cb. J. Schroder direc tenr is. Het ontstaan der N. Z. V. is een gevolg van den. geestelijken toestand, waarin het Nederlandsch Zendelinggenootschap verkeerde, een toestand, waarmede velen zich niet meer konden vereenigen. Aanvankelijk als plaatselijk Rotterdamsche vereeniging bedoeld, ontstond uit baar en andere groepen weldra een Nederlandsche vereenigbg. De grondslag en de inrichting waren, zooals zich denken laat, zoo danig gehouden, dat men veronderstelde, de bezwaren te kannen vermijden, die tegen het N. Z. G. gerezen waren, maar konden toch niet allen bevredigen, op wier medewerking gehoopt werd; zoodat zelfs gedurende eenige jaren de vereeniging voortdurend genoodzaakt was, verdedigend op te treden.
De vereeniging heeft leden, die zich in plaatselijke afdeelingen kunnen vereenigen, terwijl in een provincie de plaatselijke vereenigingen zich weer tot provinciale bonden kunnen aaneensluiten. De afdeelingen kiezen afgevaardigden, door welke een hoofdbestuur van negen leden wordt gekozen, dat wekelijks vergadert en alle zaken in volle bestuursvergadering behandelt. Tweemaal 'sjaars wordt met de afgevaardigden vergaderd.
De arbeid der vereeniging wordt gesteund door een stuiversvereeniging en vooral ook door een, reeds in 1859 opgerichte, vrouwenvereeniging te Rotterdam, die voor de uitrusting der vertrekkende zendelii7gen zorgt, en voorts werk zaam is in het belang der ziekenhuizen, alsmede ten behoeve der kerstfeestvieringen op de zendingsposten. De stuiversvereeniging, in i860 gesticht, levert ongeveer 1/7 van de inkomsten der vereeniging, welke over 1910 bijna 76 duizend gulden beliepen.
De opleiding der zendelingen geschiedt in het zendingshuis, welks directeur echter niet anders is dan huisvader en leider van het onderwijs; de zendelingen staan niet onder hem als zendingsdirecteur, maar onder het volle bestuur. Met het N. Z.-G, en de U, Z.-V. kon de vereeniging inzake de opleiding vooralsnog niet tot overeenstemming komen.
Het terrein van den arbeid der vereeniging is West-Java. Het zendingsveld, dat ten oosten aan dat der gereformeerde zending grenst, omvat het Batavia'sche het Cheribon'sche en de Preanger, terwijl ook nog in Bantam gewerkt wordt. De arbeid is er zeer zwaar en moeilijk, omdat West-Java zoodanig is geïslamiseerd, dat de vatbaarheid voor het Christendom zeer ge ring is.
Een twintigtal Europeesche krachten heeft de vereeniging ter beschikking, en die zijn verdeeld over de posten, terwijl er nog 15 filialen zijn. Behalve ia mannelijke zendelingen, zijn er een directeur van de kweekschool te Bandoeng en 4 zendingszusters, waarvan 3 onderwijzeressen zijn aan Hollandsch Cbineesche scholen. Het aantal inlandsche helpen voor evangelisatie bedroeg in 1910 zes.
Wat de kweekschool te Bandosng betreft, deze is voor opleiding van inlandsche helpers en heeft een voortgezetten theologischen cursus voor evangelisten-onderwijzers. De directent wordt voor de theologische vakken'door een zendeling bijgestaan, terwijl er twee inlandsche onderwijzers aan de school veibonden zijn. I Jan. 1911 telde de school 32 leerlingen, die voor onderwijzer, en 4 die voor onderwijzerevangelist moesten worden opgeleid. Gedurende 1910 gaven overigens 58 onderwijzers onder richt aan 175a kinderen. Het aantal gemeenteleden bedroeg over dat jzar 2506.
Hulpziekenhuizen, onder leiding van de zendelingen, bijgestaan door inlandsche verplegers en verpleegsters, waarvan er in 1910 een 12 tal waren, zijn te vinden te Tjiboeng (filiaal van Meester Cornelis), te Bandoeng, te Tjideres en te Indramajoe. Óp de andere posten en filialen zijn poliklinieken.
Reeds een en andermaal spraken we van de opleiding van zendelingen, hier en daar vermeldende, dat de opleiding plaats vindt in de Nederlandsche Zendingsschool, terwijl hierboven werd gezegd, dat de N. Z. V. aftonderlijk opleidt, daar ze met het N. Z. G. en de U. Z. V. omtrent de opleiding niet tot overeenstemming kon geraken. Gevolg van dit laatste is geweest, dat beide laatstgenoemde corporaties zónder de zustervereeniging in 1903 oprichtten de Ver eeniging „Nederlandsche Zendingsschooi".
De oprichting van deze vereeniging en haar school had in hoofdzaak een twee iroudiga reden. Eenerzijds toch worden — zeer terecht — aan den zendeling tegenwoordig veel hooger eischen gesteld dan vroeger, zoodat er alle oorzaak voorhanden is om een speciale opleiding in het leven te roepen, terwijl anderzijds, toen de verschillende corporaties ieder slechts voor eigen arbeid opleidden, hier krachten over waren en arbeid te kort was, en ginds gebrek aan krach ten naast wachtenden arbeid, waarbij dan nog kwam, dat van verschillende kanten verlangd en gestreefd werd naar meer eenheid in den gezamenlijken arbeid.
„Men trachtte" — zoo schiijft de rector der school — „een einde te maken aan de versnippering van krachten, welke in ons land op zendingsgebied heerscht, en daardoor tevens te komen tot een betere opleiding onzer lendeling-kweekelingen. Moreeie en financieele gronden pleitten daarvoor eveneens, maar hoofdzaak was de eisch, dien het zendingswerk tegenwoordig aan ons steït. Meer en meer gaan de oogen er voor open, dat niet het belang van het vaderland en van onzen eigen kring, maar dat van Indië ons het zwaarst moet wegen; reeds hierom alleen mag samenwerking dringend noodig heeten.. De arbeid deizending heeft in den laatsten tijd telkens grootere afmetingen aangenomen. De welwillende houding der regeering maakt het ons mogelijk, veel meer zorg dan vroeger te kunnen besteden aan onderwijs, kweekscholen, ambachtsscholen, medische zending; niet alsof het nu eigenlijk om deze dingen ging, maar wel omdat dit alles der Evangelieprediking ten goede komt, met haar gepaard moet gaan, en dienstig is om het volk te veiheffdn. Wij gelooven, dat Christus de opstanding en het leven is ook voor een volksbestaan in zijn geheel. Zoo komt het, dat het beginsel van verdeeling van den asbeid in Indie, gepaard met concentratie in het vaderland, tegenwoordig op zendingsgebied wordt toegepast, en hooger eischen aan de opleiding kunnen en moeten gesteld worden dan vroeger het geval was".
Ziedaar de redenen, die tot de stichting van de Zendingsschool geleid hebben. De school staat onder een rector, het bijbehoorend internaat onder een director. Begin 1911 waren er 33 kwtekelingea, waarvan a a in het internaat. Van het N. Z.-G. waren er a, van de U. Z.-V. 3, VM het Saogi en TalaHd-Coraité i, van de Doopsgezinde Z.-V. 3, van het N. B.-6. i en van del Zendinesschool»*. Voorden BiklooMmdencurcus waren in Sept, - iii. de cijfMS voor de genoemde ' ° - corporaties resp. 2, i, o, 3, o, 24, en v«ider voor den Geref. Zendingsbond i, voor de zending der Geref. Kerken s en voor het Seminarie te Depok I.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 14 april 1912
De Heraut | 4 Pagina's