Het proefschrift over Willam Perkins,
Het proefschrift over Willam Perkins, waarop Ds. Jan Jacobus van Baarsel te Utrecht tot Doctor in de Godgeleerdheid promoveerde, wordt door onzen mederedacteur in de Leestafel deze week besproken. Hier zg het ons vergund te wgzenop de stellingen, die aan dit proefschrift zijn toegevoegd, en die zeker getuigenis afleggen van den moed, waarmede deze jonge doctor voor zijn overtuiging durft uitkomen. Schier elk van deze stellingen toont toch, dat Dr. van Baarsel zoo beslist mogelijk partij kiest tegenover de thans In de theologische wereld veelal gangbare meeningen. Reeds de eerste reeks stellingen, die handelen over de Schrift, toont dit. Stelling I luidt: usschen algemeene en bijzondere openbaring bestaat een speciüek verschil. In Stelling II verklaart' hij, dat de poëtische verklaring van het verhaal van den zonnestilstand (Jos. 10 : 12—14) onaannemelijk is. In Stelling IV, dat de voorstelling, alsof aan het absoluut monotheïsme onder Israel henotheïsme voorafging, onhoudbaar is. Even kenmerkend voor het standpunt van Dr. van Baarsel z^n ook zijn stellingen over Dogmatiek en Ethiek. Thesis IX luidt: e histoiische methode kan niet leiden tot de kennis van het wezen der religie; thesis X: e voorstellingen over paradijs, val en verlossing, welke bij de natuurvolken gevonden worden, kunnen niet uit traditie worden verklaard, en thesis XI: et huwelijk heeft zich niet ontwikkeld uit ongeregelde sexueele verhoudingen, maar is gegrond in de menschelijke natuur. Het scherpst gesteld zijn echter wel de volgende stellingen, Thesis XVI: usschen de Gereformeerden en de ethischen bestaat een principieel, tusschen de ethischen en de modernen een gradueel verschil. En stelling XVII: e modernen kunnen op den naam „Christen" geen aanspraak maken. Van actueel belang zijn zeker de laatste stellingen. Thesis XVII: an een publieke Universiteit ten onzent is geene plaats voor da faculteit der H. Godgeleerdheid in den Gereformeerden zin des woords, en Thesis XXI: et herstel der Gereformeerde Kerk moet gezocht worden in den weg van het uiteengaan der verschillende richtingen, die door de Synodale organisatie kunstmatig worden saamgehouden.
Deze stellingen zi^n in menig opzicht te merkwaardig om hun hier geen plaats te gunnen. Het teekent, dat een leerling der Utrechtsche Hoogeschool deze stellingen durft poneeren. Wel heeft de promotor Prof. Visscher bij de defensie verklaard, — althans indien het bericht in de Nieuwe Rotterdammer juist is, — dat hg een conscientiebe zwaar had tegen stelling XVIII. Zich beroepend op het woord van Christus: oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt, meende hij dat-het niet aan ons maar aan God staat om te oordeelen, In hoeverre een onchristelijke wereldbeschouwing kan samengaan met een God liefhebbend hart. En nog minder kon de promotor zich vereenigen met stelling XVII, omdat de consequentie zou wezen, dat ook de ethischen dan geen christenen waren, en we daarmee een oordeel ons zouden aanmatigen over misschien Vi van de Christenheid, wat ons zeker niet passen zou. Maar al mag de vorm dezer beide stellingen wat absoluut wezen, er spreekt toch èn uit deze dissertatie èn uit deze stellingen een beslist en kloek uitkomen voor de Gereformeerde beginselen, dat weldadig aandoet. Ook het warm gevoelde woord, waarmede Dr. van Baarsel in zijn proefschrift hulde brengt aan het onderwijs van zijn promotor, toont hoe groot de Invloed is, die van Prof. Visscher uitgaat: „Onvergetelijk zi^n mij de uren waarin gij, zoo schrgft hij, door uwe altijd boeiende behandeling inzonderheid van Catv^'n's Institutie, mg een inzicht gaaft in de diepte van het Gereformeerde beginsel. Wat ik ben, ik ben het voornamelijk door u geworden."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 9 juni 1912
De Heraut | 4 Pagina's