Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Nog steeds wordt in de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nog steeds wordt in de pers

6 minuten leestijd

Nog steeds wordt in de pers de benoeming van Dr. Noordtz'rj besproken. Vooral van Hervormde zijde weet men geen woorden scherp genoeg om de daad van den Minister te brandmerken, die het waagde een lid der Gereformeerde Kerken als hoogleeraar aan een Staatsuniversiteit voor de Theologie te benoemen. En de liberale pers neemt deze klaagtonen gretig over, blijkbaar niet zonder politiek doel.

Toch zijn er stemmen ook van niet Gereformeerde zgde, die tegen dit kabaal protesteeren. Zoo schrgft Ds. K. Vos, doopsgezind predikant te Middelstum, inde Nieuwe Rotterdammer:

Nu van Ned. Herv. zijde zoo scherp over de benoeming van Dr. Noordtzij tot hoogleeraar geoordeeld wordt, enkele opmerkingen:

Ie. Minister Heemskerk Jr. heeft tegenover de Ned. Herv. Kerk meer vrijmoedigheid getoond dan Minister Heemskerk Sr. Bekend is dat de Remonstrant, Tiele indertijd tot staatshoogleeraar benoemd is.' Minder bekend, dat meermalen een faculteit een niet-Herv. heeft voorgedragen of willen voordragen. Tijdens een vorig kerkelijk ministerie is een voordracht bestaande uit een Ned. Herv. (moderc) en een Doopsgezinde teruggezonden met verzoek er ook een orthodox man op te plaatsen. De faculteit antwoordde, dat er slechts één was dien zij wegens wetenschappelijke bekwaamheid voordragen kon, nl Dr. H. Bavinck, *) toenmaals docent te Kampen, maar dat de faculteit dezen niet kon voordragen omdat bekend was, dat deze een benoeming niet zou aanvaarden. De Minister benoemde buiten de voordracht om Dr, G., die kort na zijn benoeming ruiling van vakken aan de faculteit vroeg. Tijdens het ministerie Heemskerk Sr. werd voor kerkgeschiedenis voorgedragen de Doopsgezinde A. W. Wybrands, lid der Kon. Akademie. Deze wetd gepasseerd door den Minister^ die een orth. Herv. benoemde, die eveneens ruiling van vakken aan de faculteit vroeg. Zoo is tweemalen een orthodox man benoemd voor een vak, waarvan korten tijd daarna bleek, dat de benoemde niet in staat was dat ook te doceeren. En nu nog lijdt de Groningsche faculteit er onder, waar de moderne Meyboom zich opgeofferd heeft en jaren lang kerkgeschiedenis en zedekunde heeft gedoceerd, alhoewel hij zijn beste studiën heeft gewijd aan Nieuw Testamentische onderzoekingen en wat daarmee veiband houdt.

*) Ook een tweede faculteit zou dezen hebben willen voordragen. Nadat een ander benoemd as, deelde een hoogleeraar dit op college ede in onze tegenwoordigheid.

2e. Wat de vacature Valeton belangt: Hiervoor zijn in de pers vijf personen genoemd: Prof. Bleeker (GroniDgen), Prof. Obbink (Amsterdam), Nooidtïij, Kromsigt en A. Troelstra. De benoeming van één der 2 eersten had de moeilijkheid slechts verplaatst, d»n zou elders iemand moeten zijn benoemd. Van de drie overigen is Dr. Noordtzij bekend als een bekwaam vakman, die, hoewel Gereformeerd, in zijn tekstcritiek zoo radicaal is, dat men over sommige resultaten het hoofd schudt: gaat een Gereformeerde zóó verre? en daarbij die zoo volgens de regelen der moderne wetenschap arbeidt, dat hij onder de medeweikers aan het (moderne) Theologisch Tijdschrift behoort. De beide andere genoemden hebben alhoewel zij in een roep van geleerdheid staan, nimmer iets gepresteerd op Oud Testainentisch gebied. Wilde men dus een vakgeleerde dan was Dr. Noordtzij de eerst-aangewezene. En wel mag aan de verstoorde Ned. Herv. predikanten en studenten worden gevraagd: Noemt gij dan eens den naam van een orth. Ned, Herv. predikant, die op grond van zijn studie in aanmerking komen kon ? Op die vraag komt geen antwoord om de eenvoudige reden, dat er geen enkel orth. Ned. Herv. predikant is, die voor het doceeren van Valeton's vak de noodige bekwaamheid heeft.

En evenzoo spreekt een „liberaal" zich uit In de Nieuwe Courant van i Juni 1912:

„Ik vraag mij af of het niet een eisch van liberaal-denken is om deze benoeming veeleer toe te juichen, dan wel af te keuren.

In de eerste plaats de persoon van den nieuwen hoogleeraar. Men zal waarlijk niet kunnen beweren, dat Z.H.G. voor zijn nieuwe functie niet berekend zal zijn!"

Terwijl hij verder laat volgen:

De oppositie gaat tegen het feit, dat de benoemde hoogleeraar gereformeerd is en dus ook blijkens zijn geschriften op het traditioneele standpunt staat en mitsdien een verklaard tegenstander is van bijbelkritiek, zeker in de beteekenis, die de Leidsche school daaraan hecht.

M. a. w. de oorzaak der oppositie ligt in illiberalismé of . . . onverdraagzaamheid!

Men is immers nog niet wijzer geworden 1

De pyramiden zijn geopend, de Assyrische paleizen zijn ontsloten, Hammurabis Wetboek is bekend geworden, Delitzsch' Babel und Bibelvottidge zijn in de gansche beschaafde wereld gelezen — en al wil ik gaarne toegeven, dat door dit alles de bijbelcritiek haar recht van bestaan bijft houden, men moet toch erkennen, dat wat een Wellhausen en in navolging van hem Kuenen in zijn standaardwerk „Het histotisch-critisch onderzoek", en zooveel anderen als apocryphe sprookjes hadden voorgesteld, als historisch vaststaande is bewezen. Uitgemaakt is derhalve, dat voor een conservatief standpunt, ook zonder starre orthodoxie, nog voldoende redenen bestaan en toch wil men van een leeraar, die op dit standpunt staat, niets weten.

Is dat liberaal — of veeleer het omgekeerde? Waar er duizenden in den lande zijn, die in eerlijke overtuiging aan den bijbel een goddelijk karakter toekennen, waarom mag dan ook niet ter wille van die duizenden een hoogleeraar worden aangesteld, die onderrichten zal op de wijze als hun dierbaar is? Is dat soms de opvjitting van onze hooggeroemde vrijheid van onderwijs?

Waarom dus verklaarde ik in het begin, dat een waar liberaal de benoeming veeleer moet toejuichen dan afkeuren ? Omdat een liberaal man zich verheugen moet, indien hij ziet, dat in zijn land een ieder in de gelegenheid wordt gesteld om onderricht te ontvangen op de wijze, zooals hij overeenkomstig zijn godsdienstige overtuiging noodig acht.

Maar ook verder dient m.i. iedereen, die iets voor het Hebreeuwsch voelt, blijde te zijn, dat men in den benoemden hoogleetaar een man vindt, die reeds op betrekkelijk jeugdigen leeftijd het door zijn werken tot een respectabele hoogte heeft gebracht en derhalve voor de toekomst nog zeer veel van zich in het belang der wetenschap verwachten laat".

Het is goed, ook op deze getuigenissen de aandacht te vestigen.

Ze toonen, dat ook onder liberalen er gevonden worden, die het ostracisme tegenover de Gereformeerden van harte afkeuren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 juni 1912

De Heraut | 4 Pagina's

Nog steeds wordt in de pers

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 juni 1912

De Heraut | 4 Pagina's