INGEZONDEN STUKKEN.
(Buiiten verantwoordelijkheid van de Redactie)
Geachte Redactie!
Aangenaam zal het me zijn, zoo U mijn beleefd verzoek mocht inwilligen, dit stukje in Uw geëerd blad te willen plaatsen. In de Heraut van Zondag i8 Augustus 191a heeft een ongenoemde schrijver iets medegedeeld over de eerste Nederlandtche Zending in Egypte, die naar des schiijvers overtuiging, een totale mislukking is geworden. Onder den titel: „Wat de tending doet".
„Dit stuk handelt over de pogingen die de bekende Ds. W. Witteveen, in de 18 eeuw heeft gedaan, om in Egypte het Evangelie van bet Kruis ingang te doen vinden, en voor dat doel twee jocge Nederlanders uitzond, met het bevel door het Nijldal heen tot de volken van binnen-Afrika door te dringen, en hun de boodschap des Heils te brengen."
Vervolgens wordt er bijgevoegd, dat deze twee jonge Nederlanders fdaar mijn ontslapen broeder in de binnenlanden en mijn persoon dan mee bedoeld moeten zijn) zonder kennis van de zeden en gewoonten, in van de taal dei lands, en zonder geld, het vreemde werelddeel ingestuurd zijn, daar men toen nog niet verstond, als nu, dat aan de uitzending van missionarissen hun wetenschappelijke en practische vorming voor hun moeilijk dienstwerk moet vooraf gaan, en alsof moed en geloof alleen kon volstaan."
Nu wil ik de geachte lezers uit eigen ervaring deze inlichting geven, dat het niet juist gezegd ia, zoo als we lezen in dat schrijven: „zonder kennis" van zeden en gewoonten, en van de taal des lands, en zonder geld.
Vooreerst heeft Ds. Witteveen niet ééne cent voor onze zending behocen bijeen te brengen, daar de rijke Lord Haitingthon in Engeland overvloedig geld heeft willen storten, en wel voor zes zendelingen, twee Russen, twee uit Dnitschland en wij twee broeders uit Nederland. Ook heeft Ds. Witteveen ons niet feitelijk uitgezonden, maar op aanvrage van Papa Spitier in St. Chrischona te Bazel, om ^twee broeders, daarheen gezonden, na 5 jaren in Ermelo te zijn geweest, om dür verder in Bazel opleiding te ontvangen, met de Duitsche taal en hetgeen voor de practijk noodig was in kennis te stellen. Indien wij dus niet geschikt geweest waren op practisch en theoretisch gebied, dan krijgt het bestuur der Zendmg op St. Chriscbcna daar de schuld van, alsook van die vier andere misiiooariasen, die mede uitgezonden zijn voor dienzelfden arbeid in Uganda. Daarbij zou men dan moeten aannemen, dat gebrek aan genoegzame opleiding van al de zei zendelingen de reden van die totale mislukking moest geweest zijn. Neen, ze ligt meer aan de wijze beschikking van God, daar ook de ondervinding in den arbeid der zending het leert, dat er van God zoowel cff»s voor de zending gevraagd, alsdat er zegen op het werk der zen» ding geschonken wordt.
En wat betreft het gezegde, dat na het bezwijken van den éénen broeder, de andere die, tengevolge van een zonnesteek aan verstandsverbijstering lijdende in 1869 terugkeerde, voor mij wel wat kras uitgedrukt is; want al was mijn geheugen in den eersten tijd ook wel wat verzwakt, de Heer zij dank, dat ik daar, na mijn tergukeer in Nederland, maar een korten tijd hinder van heb gehad.
Ais bij voorbaat de geachte Redactie mijn hwtelijke dank,
Uw dienstw.,
A. MOOIJ,
van Wemeldtngen,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 29 september 1912
De Heraut | 4 Pagina's