De kerkrechtelgke bezwaren,
De kerkrechtelgke bezwaren, die Ds. Wijers inbracht tegen het besluit van Amsterdam's Kerkeraad, bleken ons op een misverstand te berusten. Al wat h^ aanvoerde was op zich zelf volkomen juist, maar het was op het onderhavige geval niet van toepassing. Indien men te Djocja reeds met een zelfstandig geïnstitueerde Kerk te doen had, zou deze Eerk volkomen autonomie bezitten en zou de Kerkeraad van Amsterdam over deze Kerk niets te zeggen hebben en daar ook geen ambtsdragers kunnen aanstellen. Maar waar Djocja zulk een Kerk nog niet bezit en een zendingsterrein is, waar de Kerk moet geïnstitueerd worden, volgt het uit den aard der zaak, dat de zendende Kerk hier voorloopig de kerkel^ke macht uitoefent.
Toch zou de vraag kunnen opkooien, of het niet beter ware geweest, wanneer de Kerk van Amsterdam thans reeds tot institueering dezer Kerk overging en daarmede tegelijk ais eerste vrucht van onze zending een zelfstandige gemeente in 't leven riep. Op zich zelf schqnt de gelegenheid te Djocja daarvoor reeds aanwezig te zijn, want, gelijk Ds. Wijers opmerkt, heeft men te Djocja niet alleen te doen met pas tot het Christendom bekeerde Javanen, maar ook met een aantal Europeesche Christenen, uit wier midden het zeker niet zoo moeil^k zou wezen een behoorlijken Kerkeraad te formeeren, desnoods met een paar Javaansche Ouderlingen en Diakenen er bij. Intusschen heeft de Commissie, die den Kerkeraad van Amsterdam van advies te ienen had, terecht opgemerkt, dat langs z ezen weg zeker niet het doel der zending bereikt zou worden. Dat doel toch is niet, een schijnkerk op te richten, maar te komen tot de institueering van een werkelgk Javaansche Kerk. Wat voor de kerstening van ludië noodig is en wat op den duur alleen vrucht kan afwerpen voor Indië, is, dat uit het Javaansche volksleven zelf een Kerk ontstaat, die haar eigen beiedenis, haar eigen catechismus, haar eigen liturgie en haar eigen kerkenorde ontwerpt. Elke poging om deze Javaansche Kerken van meet af te willen persen in het model van onze Nederlandsche Kerken moet daarom worden afgekeurd. Zoolang de Zendingsactie duurt, hebben de Kerken in Nederland ook voor hun Zendingsposten in Indië den toon aan te geven, maar het einddoel mag geen ander wezen, dan dat de Javaansche Kerk zich zelfstandig naar haar eigen levensbeginsel ontwikkele en op dat kerkelgk leven haar eigen stempel drukke. Maar vandaar dan ook, dat zulk een Javaansche gemeente zelfstandig te verklaren na haar een Europeeschen Kerkeraad te hebben gegeven, in de hoogste mate bedenkelijk voor haar ontwikkeling zou wezen. Zelfs zou het niets baten, of men bQ zulk een Europeeschen kerkeraad een paar Javaansche christenen als ouderlingen en diakenen plaatste. De eigenaardige verhoudingen in Indië maken, dat de Javanen, als een eeuwen lang aan de Compagnie onderworpen volk, nog altoos met den grootsten eerbied tegen de Nederlanders opzien en zich nooit als gelijken van een Europeaan kunnen gevoelen In zulk een Kerkeraad zou het Europeesche element dus geheel overheerschend wezen, en de Javanen zouden aan de leiding der Europeanen zich geheel overgeven. Een zelfstandige Javaansche Kerk kwam er zoo niet.
Nu is de vraag, hoe op een plaats als Djocja, waar de Europeesche Christenen tamelijk sterk vertegenwoordigd z^n, de verhouding moet wezen tusschen deze Europeesche Christenen en de inlandsche, een uiterst moeilgke. Ook dit vraagstuk mag daarom door de Zending wel met ernst onder de oogen worden gezien. Eener zij ds mag nooit het beginsel worden losgelaten, dat de Apostel Paulus ons met zooveel nadruk predikt, dat in Christus noch Jood noch Griek, noch Scyth noch Barbaar is en dat daarom elke scheiding in de Eerk tusschen Europeanen en Javanen, alscf beide een ander soort Christenen waren, ongeoorloofd is. Maar aan de andere zgde mag ook niet vergeten worden, dat het kerkel^k saamleven in engeren zin uiterst moeiiek is, waar men twee volkeren heeft, die in taal met elkander verschillen. Ook in ons eigen land hebben de Réfugiés uit Frankr^k en de Engelschen, die zich hier vestigden, zich wel bg de Gerefor meerde Kerk aangesloten, maar om het verschil in taal vormden ze toch een eigen gemeente met een eigen kerkeraad en hadden ze ook een eigen bediening des Woords en der Sacramenten. Zoo vond men op schier alle voorname plaatsen van ons vadc rland Waalsche en Engelsche gemeenten, die wel in het kerkverband waren opgeno men, maar toch tot op zekere hoogte een zelfstandig bestaan hadden. Indien men naar analogie van deze gevallen in Indië zou willen handelen, zou er dus zeer veel voor pleiten, om het Javaansche gedeelte onder eigen ouderlingen en diakenen te stellen. Niet, om daarmede deze Javaansche Christenen tot een minder soort Christenen testempC' len, met wie de Europeaansche Christenen niet saam zouden willen aanzitten aan een Avondmaal, maar om deze Javaansche Christenen de gelegenheid te geven, in hun eigen taal het Evangelie te hooren verkondigen en in hun eigen taal God teaau bidden en te loven. De eenheid der Kerk kon dan toch gehandhaafd bleven, door' dat beide kerkengroepen tot eenzelfde kerk verband behoorden. Of juister nog uitgedrukt, het zou op elke plaats één Christelijke gemeente worden, die Javanen en Europeanen omvat; maar deze gemeente zou naar de taal zich splitsen in twee afzonderl^ke gedeelten, die elk een eigen kerkeraad en een eigen bediening des Woords hadden. Zelfs zou er geen het minste bezwaar tegen bestaan, dat deze Javaansche gemeente een eigen catechismus en een eigen liturgie hadden; ook de Waalsche Kerken In ons land gebruikten niet den Catechismus van Heidelberg, maar dien van Geneve.
Doch hoe men ook over de oplossing van dit moeil^k vraagstuk oordeele, zeker is, dat een Javaansche gemeente niet kan geïnstitueerd worden, doordat men die gemeente een Kerkeraad geeft uit EurO' peesche Christenen bestaande. Heel de actie der Zending zou daardoor met onvruchtbaar heid worden geslagen. Bovendien zou deze uitweg voor de andere gemeenten in Indië al zeer weinig baten. Te Djocja heeft men door de hospitalen en scholen in dienst der Zending en door andere oorzaken een groot aantal Europeesche Christenen, maar op andere plaatsen in dit niet het geval. Hier zou men naar dit hulpmiddel dus toch niet kunnen grepen. Men zou wel moeten beginnen met een Kerkeraad uit de Javaansche Christenen te kiezen en dezen de leiding der gemeente over te geven.
Moet het doel der Zending dus wezen om een werkelqke Javaansche Kerk te stichten, toch dient men bij de mondigverklaring van zulk een gemeente steeds met groote voorzichtigheid en beleid te werk te gaan. In de eerste plaats vergete men niet, dat zoodra de Kerk op zulk een plaats geïnstitueerd is, daarmede vanzelf alle zendingsarbeid ophoudt van de zendende Kerk. Met de stichting der Kerk Is de Zendingstaak voltooid en de zendende kerk heeft zich nu van dit terrein terug te trekken. Voor Djocja zou dit dus tengevolge hebben, dat de Kerkeraad van Amsterdam dan haar Zendingsdienaar van dit terrein terug riep en naar elders verplaatste. Zelfs zou het de vraag wezen, of de Kerkeraad nog langer het Zendingshospitaal en de Zendingsschool in Djocja kon beheeren en verzorgen. Immers waar een gevestigde en autonome Kerk is, kan een andere Kerk niet meer optreden om daar te gaan arbeiden. De Amsterdamsche Kerkeraad kan in Rotterdam geen missionair dienaar onder de Joden uitzenden, of daar een hospitaal oprichten of inwendige zending gaan drijven. En evenmin als de Kerkeraad van Amsterdam dit in Rotterdam doen kan, omdat daar een Gereformeerde Kerk is, zoo zou hij het ook niet langer kunnen doen in Djocja, wanneer Djocja van Zendingspost een zelfstandige Kerk is geworden. Zoodra men zich deze gevolgen indenkt, zal men toch gevoelen, voor welke moeilijkheden men komt te staan, wanneer men nu reeds de gemeente te Djocja zou willen institueeren. Deze gemeente zou niet alleen ouderlingen en diakenen moeten kiezen, maar ook een eigen Dienaar des Woords moeten berpepen en zelf moeten zorgen voor zijn onderhoud. En nu is het wel gemakkelijk, te zeggen, dat zulk een Kerk al deze lasten maar op zich zou moeten nemen, maar wie dit zegt, kent den toestand in Indië niet. Er zal nog heel wat tijd moeten verloopen, voordat de Javaansche gemeente daartoe in staat zal wezen.
En hier komt in de tweede plaats bij, dat zulk een gemeente zou moeten beginnen met geheel op zich zelf te staan, en dat ze de geestelijke leiding en steun zou missen, die de Kerken in ons land hebben, omdat ze leven in een Kerkverband. Ook dit ernstige bezwaar onderschatte men niet. Al raakt het leven in een Kerkverband met andere Kerken niet het esse Ecclesia, gelijk Voetius het uitdrukte, wat zeggen wil, dat een geheel op zich zelf staande Eerk wezenlijk een Kerk kan zijn, toch behoort het Kerkverband wel degel^k tot het bene esse Ecclesiae, d. w. z. tot haar geestelgken welstand. Ook in ons land heeft men tal van kleine, zwakke en hulpbehoevende Eerken, maar deze worden gesteund en geholpen, doordat ze deel uitmaken van een Kerkverband en daardoor op Classis en Synode leiding en hulp ontvangen. Ia Indië is hiervan geen sprake, om de eenvoudige reden, dat er nog geen andere Javaansche Kerken z^n. De Javaansche Kerk te Djocja zou dus geheel alleen staan. En wie nu al de moeiiekheden zich indenkt, die ook hieruit zouden volgen, voelt wel, hoe metterdaad de tgd nog niet gekomen is, om thans reeds de Kerk te Djocja te institueeren.
Zoo ernstig z^n deze bezwaren, waarop we wezen, dat de verschillende Zendingsgenootschappen, die reeds veel langer dan wg haar Zendingsterrein hebben bearbeid en op veel rijper vrucht mogen bogen, toch geaarzeld hebben om de op haar terrein ontstane Javaansche gemeenten zulk een volkomen autonomie te geven. Wel heeft men daar uit de bekeerde Javanen Kerkeraden gekozen, maar de Zendeling bleef op dezen zendingspost en werd een soort superintendent over deze Javaansche ge» meente, die met een b^na bisschoppeieke macht over haar was bekleed. Zeker werd daardoor aan de eene zijde voorkomen, dat deze Javaansche ambtsdragers dwaze maatregelen namen, of met allerlei valsche iesringen meegingen, maar tegel^k werd daardoor feiteiek in deze Kerken een hiërarchische macht ingevoerd, die zeer bedenkelijke gevolgen hebben kan. Toch is er geen andere uitweg, wanneer men deze Javaansche gemeenten nu reeds tot institueering brengen wil. Juist daarom echter achten we het zoo verstandig, dat de Kerkeraad te Amsterdam een anderen weg Insloeg. Want door de Javaansche gemeente niet reeds enkele ambtsdragers te laten kiezen, maar deze nog onder den kerkeraad van Amsterdam te stellen, wordt juist het gevaar van hiërarchie, waarvoor Ds. W^ers zoo bevreesd is, het beste gekeerd. Hiërarchisch zou het wezen, wanneer te Djocja In sch^n een zelfstandige gemeente In 't leven werd geroepen, maar de Kerkeraad onder toezicht werd gesteld van een missionairen Dienaar des Woords, die felteiek de beslissende macht in handen zou houden. Maar hiërarchie wordt juist voorkomen, wanneer de leiding van zulk een gemeente niet b^ één persoon meteen bisschoppelgke macht berust, maar bQ de zendende Kerk. En nu zegge men niet, dat voor onze Zending in Indië het gevaar van zulk een met bisschoppelgke macht toegerusten Zendingsdienaar niet dreigt. Al twijfelen we geen oogenblik aan de oprechte gezindheid en beginseltrouw van onze Zendingsdienaren, de verleiding Is zoo sterk, om wanneer men staat in een nog zwak ontwikkelde Eerk, die zich zelf nauwelgks regeeren kan, daarover een vaderlijk gezag te willen doen gelden. Ook het streven van sommigen, om den 2^ndingsdienaar tot een zelfstandigen persoon te maken, die wel door de Kerk wordt uitgezonden, maar geen ambtsdrager Is van die Kerk, ook van die Kerk geen deel uitmaakt, maar optreedt als een Evangelist, of hoe men 't noemen wil, werkt, consequent doorgetrokken, deze hiërarchische neiging in de hand. Daarom hebben onze Kerken te meer toe te zien, dat, onder den sch^n van voor de zelfstandigheid en autonomie der Javaansche gemeenten op te komen, niet ielteiek deze gemeenten aan een hiërarchie onderworpen worden, die juist haar zelfstandigheid voor goed bedreigen zou. Zelfstandig moet de Javaansche Kerk worden, maar ze moet daartoe eerst worden opgevoed, en deze opvoeding kan niet beter geschieden dan onder leiding van den zendenden Kerkeraad.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 6 oktober 1912
De Heraut | 4 Pagina's