Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland.

9 minuten leestijd

Engeland. Het jabileam der C^»r< r^ Times.

Den yden Febr. vierde de Church Times het feest van zijn 50'jarig bestaan door de tütgave van een jubileum-nummer.

De Church Times is tegenwoordig niet alleen het meest verbreide en het invloedrijkste blad van alle kerkelijke periodieken in Engeland, maar zijn naam is tegelijk een program, en zijn geschiedenis is tevens zoo goed als de kerkgeschiedenis in de periode der laatste vijftig jaar. Daarom is zijn jubileam van beteekenis. Toen de Church litnes opgericht werd, ging , de regeermg nog tegen hen, die ritualistisch nienwigheden ia de Staatskerk invoerden, in r en de predikanten die dit deden, konden zich menigmaal laten uitteekenen als lijders achte e de tralies der gevangenis voor hunne prediking e van de „Katholieke kerk in Engeland", Tegen woordig heeft deze richting over de geheele lijn , gezegepraald, en de tegelijk met de Church Times gestichte ritualistische kerk van St. Albans en te Londen kan nu als dankoffer de r4 kruis , - l - t , t statiën, die / 7200 gekost hebben, ongehinderd laten plaatsen. Tot dezen ommekeer heeft de Church Times krachtig medegewerkt. Zijn stichter, Littlejohns, oefende op de besUssbgen der toenmalige autoritehen zulk een scherpe en tegelijk humoristische critiek uit, dat zijn artikelen ieders aandacht trekken. T^enwoordig is het blad niet meer zoo strijdlustig; maar het wordt alom nog gelezen, vooral om zijn uitstekende lokale berichten nit alle deelen van het Brhsche rijk, en hij die weten wil hoe he op kerkelijk gebied in Engeland gesteld is, moet dit blad lezen. Bovendien behandelt het sociale vraagstukken en bespreekt de stukken die door de moderne theaters opgevoerd worden, gelijk vóór 50 jaar niet denkbaar zou geweest zijn.

De arbeid der Church J«VWM is voor menigeen t het middel geweest om zich tot de Roomsche kerk te begeven. Het is opmerkelijk, dat tegenwoordig in vele Engelsche testamenten de clansule voorkomt: wie van de erfgenamen tot de Roomsche kerk overgaat, is daardoor onterfd. Maar het is duidelijk, dat testamentaire bepaUngen eene geestelijke beweging niet kannen tegenhouden. Ook schijnen de „Wicliffpredikers", aangevoerd door den heer Kensit, geen dam te ktmnen opwerpen tegen de ritualistische strooming, al zijn zij onvermoeid in hun protesten en in hanne getuigenis tegen het invoeren van Roomsche leeringen in eene Frotestantsche kerk.

China. De Tempel des Hemels. Wat nog nooit gebeurd is in al de eeuwen van het bestaan van het Chineesche rijk, is geschied in de eerste tien dagen van dit jaar. De Tempel des Hemels te Peking heeft voor het publiek opengestaan, en bet Evangelie werd gepredikt op de plaats waar zoovele eeuwen „de Zoon des Hemels", de Keizer van China, een onbekenden God aanbad.

Tegen het einde van 1912 werd bekend gemaakt, dat van den isten tot den loden Januari de tempel kon bezichtigd worden. Natuurlijk maakten niet alleen zeer veel Christenen, maar ook tal van Enropeesche zendeUngen van deze eenige gelegenheid gebruik.

Het weekblad Timothtus gaf eene beschrijving, ontleend aan de mededeelingen van een zendeling, vsn wat totdusver slechts een enkele maal een vreemdeling en nooit een Chinees, buiten den Keizer, had mogen zien.

Van de Zuidpoort van Peking kidt een weg van een half uur naar een raim open plein. Aan de Oost-en Westzijde daarvan zijn booge muren. We gaan door een poort in den Westelijken muur, een dikken muur met een dak van groen porceleinen pannen, en komen in t een park van dennen en sparren. Rechts van ons bevindt zich een groot gebouw, omringd door een vestinggracbt. Drie marmeren bruggen geven toegang. Het is de Vasteczaal, waar de keizer zich tot de jaarlijksche offerande van den Nieuwjaarsnacbt voorbereidde. Tegen den middag begaf hij er zich heen, en dan vastte bij tot drie uur in den nacht. Daarna ging hij naar den Tempel om te offeren en ie biddec, en keerde vervolgens weer terug om een maaltijd te nemen, door een bepaald daartoe aangesteld persoon toebereid. Dan was de plechtigheid afgeloopen en de keizer begaf zich weer naar zijn paleis.

Die Tempel bevindt zich een paar minuten gaans verder. Het is een open cirkelvormige ruimte, omgeven door een dikken muur, die gedekt is met diep blauwe dakpannen, In het Zuiden van dien muur is de poort, waardoor de keizer binnentrad; er zijn behalve die nog andere poorten.

Het midden van de open ruimte wordt ingenomen door het groote ahaar. Vier breede paden voeren er heen; zij zijn overwelfd met marmeren eerebogen. Het altaar is geheel van wit marmer en bestaat nit drie ronde platforms boven elkaar. Elk van de paden leidt tot een trap van negen treden, die naar het eerste platform gaat; van daar leiden trappen naar het tweede, dat dus . kleiner is; en vandaar evenzoo naar het derde. Elk platform is omgeven door een wit marmeren balustrade, van ongeveer een meter hoog. Het bovenste platform heeft een middellijn van twintig meter en is geplaveid in negen cirkels van groote steenen. In het midden staan vijf marmeren pilaren van een meter hoog met gebeeldhouwde drakenfiguren.

Rechts van de trap, waardoor de keizer op de bovenste platform kwam, staat een eenvoudig donkergroen marmeren altaar, een kleine drie meter hoog, met aan weerszijden een trap van negen treden. Van boven is bet uitgehold; daar bevindt zich de vuurhaard. En daar werd het dier geplaatst, die in zijn geheel wstd gelaten en tot brandoffer diende.

Rechts ten Noorden van het altaar des hemels, het groote, waarop het kleine staat, {zien we een groot rond gebouw, met blauw p'orcelein gedekt, en dat de Keizerlijke Tempel des Hemels genaamd wordt. Dit gebouw is echter niet open, zoodat wij het niet hunnen zien, en evenmin wordt ons uitgelegd, wat de keizer daar verrichtte.

Wel gaan we iets verder naar het Noorden door de Poort van het jaarlijksch gebed, We staan weer in een open ruimte, door een muur omgeven, waar we aan het Noordeinde een prachtig gebouw zien sta.'UJ. Drie trappen leiden er been, en boven aan de eene, die door den keizer wordt gebruikt, metken we een steenen verhcoging op. Daar werd telken jare een tent geplaatst. Vóór de keizer ging offeren en bidden, ging bij zich wasschen en van kleeding verwisselen. Alleen in blauw, de kleur des hemels, gekleed, mocht bij de heilige handelingen verrichten.

We treden den Tempel van het jaarlijksch Gebed binnen, al weer een cirkelrond gebouw, met twee cirkels van pilaren, de buitenste uit twaalf, de binnenste nit vier pilaren bestaande. Het zijn pilaren van ruim een Meter in middel-Ujn en bijna vijf en twintig Meter hoog. Te zamen dragen ze een koepelvormig dak, en beide, het gewelf en de pilaren, zijn alierkeurigst beschilderd in rood, blauw, groen en goud, waarbij het beeld van de phoenix en de & aak telkens voorkomen.

En in het midden van dien tempel bevindt zich het platform, waar de keizer zijn gebeden deed, en waai hij op een lijst de daden schreef, die hij, naar hij meende, in het afgeloopen jaar had verricht naar den wil des hemels.

Het is een aandoenlijke gedachte, het platform te zien, waar de Chineesche keizer bad. Daar is niet enkele jaren aaneen, maar gedurende tientallen van eeuwen, iedei au in den Nieuwjaarsnacht (bij de Cbineezen in het begin van Februari) gebeden door een man, die zich door vasten en wasschingen had voorbereid, en die een brandoffer gebracht had om zijn hulde uit te spreken. Daar is niet gebeden tot een godheid van hout en steen, gelijk andere Heidenen deden; de draken-en phoenix figuren zijn geen godenbeelden, maar merkteekenen van de keizerlijke waardigheid; de gebeden werden opgezonden tot den Gods des Hemels. China kende den God der openbaring niet; het tastte, of het Hem vinden mocht, en het vormde zich goden van de aarde en de zee, van den landboaw en de keuken, en toch, door alle duisternis heen, bleef het besef bestaan van een God des Hemels, hoog, ontoegankelijk voor gewone stervelingen, die Hem niet mochten naderen, maar zich verwaardigend om eenmaal per jaar de hulde te aanvaarden en de gebeden te hooren van den keizer, als vertegenwoordiger van het Chineesche volk. En mogen wij niet zeggen, dat de God des Hemels geluisterd heeft naar deze gebeden, uit de duisternis tot Hem opgezonden? Is God een God der Joden alleen? Is Hij het ook niet der Heidenen? — Er zijn gevallen bekend, dat de keizer in tijden van grooten nood, van langdurige droogte bijvoorbeeld, zich onderwond — dat is het rechte woord — om op andere tijden dan den Nieuwjaarsnacht naar den Tempel des Hemels te gaan, en in ootmoed en schuldbelijdenis, voorroover hij het verstond, te bidden om aitkomst, en — dat hij antwoord ontving in dea vorm van overvloedigen regen.

Maar datzelfde historische platform in den Tempel des Gebeds is dit jaar gebruikt gebruikt geworden tot een geheel ander doel. Zie ginds op twee van de pilaren een aankondiging van het Christelijk Evangelisch Verbond, een verbond der verschillende Christelijke kerken van Peking, meldende, dat hier Evangelieverkondigingen zullen worden gehouden. Daar, op het platform des keizers i^taande, heobsn in deze tien dagen zendelingen gepredikt tot het verzamelde volk; we lezen bi^r nog op een katoenen doek de namen der sprekers. Een ga& sche reeks van vergaderingen zijn er gehouden. Hier, waar duizenden van jaren aaneen de offeranden werden gebracht, die de zonden niet kunnen wegnemen, waar de keizer zijn gebeden opzond tot een God, dien hij niet kende, daar is thans verkondigd, dat God van den Hemel Zijn Zoon op aarde heeft gezonden, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet zou verderven, maar het eeuwige leven hebben. Is dat niet iets gcoots, iets wonderbaars in onze dagen ?

We verlaten den Tempel des Hemels, steken het plem over, en treden nog een aan de andere zijde door de poort ia den muur een open ruimte binnen, waar de god van den landbouw wordt vereerd. Hier ploegde de keizer persoonlijk jaarlijks den grond, en in den tempel ginds bad hij , om zegen op den veldarbeid. En ook hier is bet Evangelie gepredikt. De Christenen hebben er een loods opgeslagen, ia tweeën verdeeld ten behoeve van de mannen en de vrouwen, ea met blijdschap lezen we boven de ingingen vas die loods: „Bekendmaking van de Waarheid vaa het Koninkrijk Gods". „Verkondiging van hst Evaageiie dat de wereld kan behouden”.

China is een republiek geworden; het keizerschap is gebroken, maar het is niet afgeschaft, want zonder keizer zou China zonder opperpriester zijn. Doch de keiier, Poe-Sii, is een kind van zeven jiar, die nog den priesterdienst niet kan verrichten, ea niemand mAg hem vervangen. Feitelijk is op dit oogenblik Coina zonder zijn officieelsn voorbidder. Ea nu is de gelegenheid aangegrepen door de trouwe Caristenen, om zelfs in deze gewijde gebouwen het Evangelie der zaligheid te prediken.

De deuren staan in China open als ooit te voren. Zullen we dan niet de Evangelieprediking in China steunen door ons gebed en door onze gaven?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 april 1913

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 april 1913

De Heraut | 4 Pagina's