Uit de Pers.
Te Utrecht, op 23 April, kwam men de vorige week bijeen om de Ned. Herv. Kerk te r reorganiseeien; en de heer Kromsigt leidde er de besprekingen in.
Ziehier uit diens rede enkele fragmenten, gelijk de Nederl, die ten beste gaf.
Hij stelde voorop, dat een kerk zonder belijdenis niet denkbaar is, maar dat die belijdenis dtr kerk moet leven en onderworpen blijven aaa het gezag der Heilige Schrift, en daarop liet hij volgen:
De band moet een geestelijke band blijven. In een belijdende kerk moet een beroep op Gods Woord mogelijk zijn. Dat moet een steeds onderhondende betrekking zijn tusschen het afgeleide water (belijdenis) en de levende bron (de H. Schrift). De belijdenis mag niet worden geïsoleerd, dan versteent ze. Zij moet vastzitten aan de Schrift.
Dit kan alleen, als er een kerk is, die de belijdenis op levendige wijze belijdt. De kerk moet de mond zijn, die de belijdenis uitspreekt.
Wat zijn de levende waarheden 7 Dit is gemak kelijker te voelen dan te zeggen. Het zijn waar heden, waarin een hart klopt. Ze moeten niet alleen door het verstand worden verstaan, maar door het hart worden gegrepen. Het is vooral de verdienste der ethische broeders, hier inzonderheid den nadruk op te hebben gelegd. Zij zeiden: de waarheid op godsdienstig gebied is iets anders dan die op wiskundig gebied. ïMet het hart gelooft men ter rechtvaardigheida. Ook op bet gebied van letterkunde en geschiedenis heeft men waarheden, waarbij gevoel en hart sterk' mee spreken. Dat dit op den voorgrond werd gesteld, is van belang, in verband met heel ons wijsgeerig denken na Kant en noodig tot ontwikkeling der Christelijke cultuur.
Het is de fout der jongere ethischen geweest. dat zij geheel of zoo goed als geheel het verstandelijk element uit de belijdenis der waarheid hebben willen verwijderen. O. a. heeft prof. Valeton dat sterk gedaan, en ook Ritschl — een teeken, hoe een groot theoloog zich ernstig vergissen kan. Zij lieten alles in het ethische opgaan en daardoor werd dit hoe langer hoe vager. De tegenzin tegen de dogmatiek werd hoe langer hoe grooter, terwijl zich daarbij nog voegde de historische critiek om de verwarring te vermeerderen. In den laatsten tijd toouen echter ethischen als Dr. De Hartog en Dr. Gerretsen weer nieuwe belangstelling voor dogmatische vraagstukken. Hoe kan nu het ethische kariiktar der waarheid het zuiverst tot zijn recht komen ? — Alleen als er verband wordt gelegd tusschen de belijdenis en Gods Woord. Men kan Gods Woord maken tot een dood ding, een relegie, zooals Rome heeft gedaan; een wetboek, waaruit het hart, het levend geloof in Jezus is weggenomen. Als nu mogelijk is, dat Gods Woord wordt gemaakt tot een dood boek, hoeveel te meer zal dat mogelijk zijn met de belijdenis der Kerk! De ervaring bewijst dat eiken dag. Dat hebben de doleerenden gedaan, toen wij haar noemden met dien leelijken, notarieelen naam van accoord van kerkelijke gemeenschap. Zulk een accoord hoort thuis in het Vrije kerkbegrip, dat geheel een Remonstrantsche opvatting is. De band tusschen de belijdenis en Gods Woord is alleen te leggen door middel van de levende Kerk. Het is dus noodig, dat de Kerk zich uiten kan door middel van haar wettige organen. Dit nu is, in het kort, alleen mogelijk wanneer de regeermacht hersteld wordt door classlcale vergaderingen.
En voorts vernam men:
Rijzen er in de gemeente beiwaren tegen de belijdenis, dan moeten deze getoetst worden aan de Schrift. Tot dusver is dit in de Hervormde Kerk niet mogelijk; althans is het na 1816 onmogelijk geworden, toen de Kerkelijke vergaderingen werden opgeheven. .Sindsdien werden de gemeenteleden hun eigen rechters. Dit ging nog, zoolang men zich beriep op de Schrift, maar de verwarring werd veel grooter, toen men zich beriep opdemenschelijke rede.
De belijdende kerk moet zich fundeeren op den levenden Christus. Zij moet een mond hebben, waardoor zij zich kan uiten. Als zoodanig kunnen alleen fungeeren de herstelde Classicale Vergaderingen. Dat men deze niet wil — zoowel rechts als links — komt alleen voort uit ongeloof; omdat men het niet aandurft alleen met Gods Woord. Ter linker-en ter rechterzijde staan we tegenover individualistische bewegingen, die elk een eigen partijactie voeren.
Links de modernen, die strijden voor de kerk zonder belijdenis. Rechts velen — niet allen — van den Gereformeerden Bond, die geneigd zijn voor de Vrije Kerk; want in hun belijdenis, die ze gemutileerd hebben, brengen ze feitelijk het vryekerk begrip.
Tegenover de actie dier beide partijen moet staan onze beweging voor reorganisatie der Kerk. Wij moeten deze zaak door middel van een voorstel in alle classes aan de orde stellen. (Applaus).
Bij zijn repliek vernam men nog:
De belijdenis-kerk is dood; maar een belijdende erk houdt een beroep open op Gods Woord en past haar belijdenis aan den tijd. Het feit bestaat, dat zelfs van onverdacht-Gereformeerde kerk o. a. wordt opgekomen tegen enkele expressies in de artikelen tegen de Remonstranten, dateerend uit 1619. Wat hebben Dr. Kuyper o. a. altijd gedaan ? Gewezen op dwalingen en nog eens dwalingen, maar zij hebben niets anders gedaan, dan oude dwalingen in de belijdenis laten en er nieuwe inbrengen.
Ds. Klomp kwam in verzet en zei onder meer:
Ds. Klomp is het nog niets eess met Dr. Kromsigt na zijn antwoord aan Ds. Eringa. Belijdeniskerk is veel helderder dan belijdende kerk. Dr. Kromsigt heeft zich met het verschil vooral willen keeren tegen de Gereformeerden, en meende, dat hun belijdenis dood was. Maar dat Dr. Kuyper art. 36 heeft kunnen veranderen, is bewijs genoeg, dat die belijdenis niet dood is. En voorts: Dr. Kromsigt heeft dezelfde pluriformiteit op het oog als Dr. Kuyper. Want Dr. Kuyper houdt ook gevoels-en verstandsmenschen gaarne samen. Maar hij wil geen verschil in geloof. En dat wil Dr. Kromsigt ook niet; wat hij zegt:
Wanneer iemand zich niet bij de belijdenis kan neerleggen, moet hij maar uit de kerk treden.
Nog krasser liet de heer Kromsigt zich toen in zijn dupliek hooren:
Dr. Kromsigt houdt vol, dat d^ uitdrukking belijdende kerk hier alleen juist is. Belijdeniskerk brengt ons in verkeerde richting. Belijdeniskerk geeft iets, dat dood is, niet te veranderen. Zie maar naar de Geref. kerk van Dr. Kuyper. Zij is dood. Er wordt door de gemeenteleden gesproken over politiek en over kerkelijke vraagstukken, maar niet over het geloof des harten. 90 pCt. der predikanten zijn aanhangers der intellectualistisch-Hegeliaansche theorie, die zij van de universiteit en van Dr. Kuyper hebben meegekregen.
Sprekers opinie is, dat de belijdenis, zooals ze thans daar ligt, de beste uitdrukking geeft van zijn geloof, maar hij wil die meening niet aan anderen opdringen en er zijn punten, waar kwestie over kan zijn.
Dr. Kuyper heeft wel iets aan de belijdenis veranderd, maar er niets nieuws In gebracht, in verband met de ontwikkelmg der cultuur. Spreker merkt ten slotte nog op, dat in Dr. Kuyper's theo-' logie tal van ongereformeerde elementen zijn, zoo o. a. dat alleen een wedergeborene bekeerd zou kunnen worden.
Dit liep dan toch al te erg.
Een Eringa taal stem riep: Dat is schandelijk, en Ds. protesteerde tegen zoo onbtoederlijke
Ten slotte trok Dr. Kromsigt zijn laster dan ook ten deele in.
Dr. Kromsigt trekt zijn woorden: De Ger. Kerk is dood, in. Zoo kras bedoelde hij het niet. Maar wel heeft hij willen uitdrukken, dat de Geref. Kerk geen bloeiend geloofsleven heeft, al zijn er natuurlijk wel enkel waarachtige vrome menschen in, die een echt geestelijk leven bezitten.
Kan men zich anders dan diep bedroeven over zulk een hoonend optreden van een man als Dr. Kromsigt.
Waar is hier de broederlijke liefde?
Waar is hier het buigen van de knie voor de waarheid?
Alles tegen de Gereformeerden, om met de Ethischen in bond te komen. En dan toch boven zijn weekblad als titel schrijven: De Gereformeerde Kerk,
Het is diep pijnlijk. Gelukkig, dat van andere zijde het Gereformeerde element toch in de Ned. Herv. Kerk weer krachtig opleeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 4 mei 1913
De Heraut | 4 Pagina's