De predikanten der
Amsterdam, 16 Mei 1913.
De predikanten der Hervormde Kerk Dr. J. R, Siotemaker de Bruine en Dr. A. v. d. Flier Gzn. hebben, hiertoe gemachtigd door een aantal leden der Ned. Herv. Predikantenvereeniging, een oproeping gericht tot alle predikanten dezer Kerk, van welke richting ook, om heden een vergadering te houden te Utrecht In het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen.
Wat tot deze buitengewone oproeping hen bewoog, bl^kt uit de motiveering. Ze deden dat „In de overtuiging, dat bQ de ernstige gevaren, die de Ned. Herv. Kerk zoowel van staatkundige als van kerkelijke zijde bedreigen, allereerst een krachtige stem uit haar midden moet worden gehoord“.
Welke deze ernstige gevaren zijn, die zoowel van politieke als van kerkelijke z^de de Hervormde Kerk bedreigen, wordt niet meegedeeld en weten we dus niet. Het ware wel goed geweest, wanneer de oproepingsbrief hieromtrent nader licht had verspreid. Ons is althans niet bekend, dat van politieke z^de ook maar de minste aanslag op de rechten der Hervormde Kerk zal worden beproefd. En van een kerkel^ke actie in den boezem der Hervormde Kerk, waardoor gevaar voor haar leven zou ontstaan, weten we nog minder. We wachten daarom wel met eenige spanning het verslag van deze vergadering af, waardoor over deze duistere punten licht zal ontstoken worden.
Teekenend Is echter de houding, die zoowel van Gereformeerd-confessioneele als van moderne zijde tegenover deze oproeping is aangenomen.
Dr. J. Schokking haastte zich om in de Gereformeerde Kerk zi^n geestverwanten te waarschuwen, aan deze oproeping geen gevolg te geven. Hij vreest, dat juist door deze vergadering ernstige gevaren voor de Hervormde Kerk zullen ontstaan. Zal deze vergadering toch eenig resultaat hebben, dan zal dit noodwendig er toe moeten leiden zegt hij, dat de Hervormde Kerk in den polTtieken str^d zal betrokken worden. Dit nu acht h^ glad verkeerd. Willen predikanten Invloed op politiek gebied uitoefenen, laat ze dan, - evenals andere burgers, bg een politieke organisatie zich aansluiten, maar de Kerk er niet voor spannen. Een uitnemende raad, waarmede we het van harte eens zijn, en die ons dubbel verblijdde, omdat h^ ditmaal van de Gereformeerde Kerk kwam.
Ook van moderne z^de heeft men ronduit verklaard aan deze oproeping niet te kunnen voldoen. Niet, omdat men de ver menging van politiek en kerk vreesde, maar omdat men vooraf de verklaring wilde hebben, dat de onderteekenaars het goed recht der vrijzinnige predikanten In de Hervormde Kerk zouden erkennen en geen maatregelen zouden nemen om het leven in de Kerk hun ondragel^k te maken; welke verklaring Dr. Siotemaker de Bruine en Dr. v. d. Flier weigerden te geven. Het Weekblad van de Vrije. Herv. schrift daarom:
Het is thans duidelijk geworden, dat de vergadering wordt belegd met politieke bedoelingen, en dat de heeren het geoorloofd achten, voor hun pogen de medewerking in te roepen van vrijzinnige predikanten, maar zich intusschen de vrijheid voorbehouden, maatregelen te beramen, om aan diezelfde predikanten en hun geestverwanten het leven in de kerk ondragelijk te maken en hen er uit te dringen.
Wij behoeven niet opnieuw te zeggen, hoe naar ons oordeel zulk een handelwijze heeten moet.
Intusschen komt het ons, LU de ware bedoeling gebleken is, vanzelf sprekend voor dat de vergadering door vrijzinnigen niet wordt bezocht.
Rechts en links zullen op deze vergadering van Hervormde predikanten van alle richting dus wel schitteren door afwezigheid. Alleen de ethische middenpartg zal aan de oproeping gehoor geven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 18 mei 1913
De Heraut | 4 Pagina's