Buitenland.
Zuid-Afrika, Streven naar zelfstandigheid der negerkerken.
De pogingen, die in Zuid Afrika aangewend werden om de volken tot belijdenis van den Christus te brengen, werden gezegend. Doch het kan niet ontkend worden, dat de ontwikkeling der negers, nadat sij opgeheven zijn uit den ellendigen staat waarin zij veskeerden, tot zelfstandige leden van de Kerk van Christus onder leidiag van hen die hun het Evangelie brachten, nog wel iets te wenschen overlaat. Vooral in den laatsten tijd hebben vele zwarte Christenen de weldaden, die de zending uit vrije liefde hun bewees, als hun toekomende reebten beschouwd. Anderen zijn nog verder gegaan, zij maakten zich vau de zending los. Nu is het te verstaan dat menschen en volken, die de kinderschoenen uittrokken of op het punt zijn om dit te doen, niet meer onder voogdij willen staan, maar hun eigen weg begeeren te gaan. Van de bekeerde Afrikaansche negers had men dit echter niet verwacht. In Duitsche zendingsktiogen is men met het zelfstandig maken dsr gemeenten die uit het heidendom gewonnen werden, minder gereed geweest dan in Engelsche, Men was ia Duitschland overtuigd, dat gemeenten die pas uit het heidendom vergaderd werden, slechts zelden rijp genoeg zijn om op eigen voeten te staan. Eerst in den laatsten tijd hebben de Broedergemeente, de Berlijnsche missie en voor deze de Parijsche zending coder de Btsuto's het zelfstandig maken der gemeenten zich ten doel gesteld.
Dat de zendingsbesturen dit niet deden gereven door de zucht om hunne lasten minder e maken, maar door wijze voorzichtigheid, werd oor de zwarten niet altijd ingezien. Daartoe werkte mede, dat de helpers uit de inboorlingen oor de zendingsgenootschappen op dezelfde anier werden behandeld. Zoo eerden bijv. door e Duitscheis inboorlingen die daarvoor geschikt waren tot helpers, door de Engelschen tot redikanten aangesteld. Dat de Engelsche zeningsgenootschappen een schrede verder gingen an de Duitsche, lag niet daaraan dat hun bekeerlingen grooter geschiktheid hadden. Maar de inbooiiingen-predikanten moesten zich, even oed als de helpers der Duitsche genootschappen, aten welgevallen, dat zij onder toezicht werkten en dat bun een arbeidsveld werd aangewezen. Ook de Duitsche genootschappen lieten dikwijls allen arbeid door helpers verrichten, maar de zendelingen hadden over ben opzicht. Daarbij waren, de tractementen der helpers, met het oog op hunne geringe behoeften, gering, vergeleken met die der zendelingen. De helpers onderwezen de katechumenen; wanneer zij b konden gedoopt worden, was^dit het werk der zendelingen. De helpeis mochten ook niet deelnemen aan de conferentiëa die over zendingszaken beraadslaagden en besluiten namen, terwijl de blanke zendelingen wel deelnamen aan de conferentiën der helpers. Dat alles geschiedde met het doel, om van lieverlede de gemeenten rijp te doen worden voor zelfstandigheid. Maar door de zwarte helpers werd het onderscheid dat gemaakt werd, opgevat als eene vernedering, In het eerst kwam daarbij, dat het negerras als zoodanig zich wilde los maken van de heerschappij der blanken, later kwam er een scheiding, zoodat men zoowel van een streven naar politieke als naar kerkelijke zelfstandigheid kan spreken. Dat alles geldt van Zuid-Afrika, maar zeker zal men in andere deelen van dit werelddeel dezelfde dingen zien gebeuren.
In Zuid-Afrika kan men wijzen op de Bapedikerk, de Ethiopische kerk, de Presbyttriaansehc kerk van Afrika en op de kerk van den levenden God, die toonen dat het streven naar zelfstandigheid onder de inboorlingen van Zuid-Afrika een verschijnsel is, waarmede rekening moet gehouden worden.
Het Bapedisme heeft zijn oorsprong in den Berlijnschen zendeling Winter. De Bapedi zijn van den stam der Basutos, Toen Winter een tijd lang onder hen gearbeid had, kreeg hij de overtuiging, dat de Bapedi intelligent genoeg waren om hunne kerkelijke aangelegenheden buiten het Zendingsgenootschap om te regelen. Hij had zich geheel in het denken en gevoelen der Bapedi ingewerkt. Dit was hem echter niet genoeg, hij meende ook verplicht te zijn al de eigenaardigheden der Bapedi te moeten overnemen en met zijn gezin niet meer op Europeesche manier te gaan leven. De Berlijnsche zending bood toen V/inter aan, op kosten van het genootschap naar Berlijn te komen; maar na ruggespraak met zijn aanhangers sloeg hij dit af. Daarop werd Winter als zendeling door de Berlijnsche zending ontslagen. Met Winter braken in 1889 nog acht helpers of Christenen uit de negers met de Berlijnsche zending. Vijf van hen ordende Winter tot predikant over de 500 hem volgende Bapedi-Christenen, Alle pogingen om Winter van dezen weg af te brengen, mislukten. Men verkreeg alleen, dat hij een overeenkomst teekende, waarbij hij zich verbond om alleen onder de Bipedi te werken, terwijl de Berlijnsche zending aannam op zijn terrein niet te arbeiden.
Maar de Bapedi-predikanten hielden zich daaraan niet. Zij konden dit ook moeilijk; want als sij hun kerk wilden uitbreiden, dan moesten zij ook onder de bekeerde negers buiten hun gebied werken. De Bapedikerk heeft overigens een praktisch middel uitgevonden om nieuwe krachten aan te winnen. Zoodra een helper van een zendingskerk tot hen overtreedt, wordt hem, als hij begeert tot predikant te worden geordend, gezegd; „Goed, gij kunt geordend worden, maar eerst moet gij 100 gemeenteleden weten aan te wijzen". Het gevolg is, dat zij gaan werven en woelen buiten het hun aangewezen terrein.
In 1894 verbonden zij zich te Ga Matlake in Noord-Transvaal „onder drinken en andere schandelijke dingen" met den heidenschen hoofdman dier streek tegen de Berlijnsche zending, zonder die echter schade te doen. Dit woelen had echter een eind, toen de Bapediagent met den hoofman, ten gevolge van een opruiend artikel in de Bapedi courant, in hecbtenis genomen werd.
Pniël verloor in 1908 59 gemeenteleden. Lobetal 60 aan de Bapedianen. Zoo ging het bijna op alle Zendingsstations van Noord-en Zuid-Transvaal. Maar velen keerden weder terug.
Ook de Hermannsburger Zending heeft in 1908 last gehad van separatie. Daar streefde de zendeling Behrens naar een snellere ontwikkeling der bekeerde negers tot zelfstandigheid. Toen hij zijn plannen aan de gemeente had medegedeeld, kwam het daarin tot gisting, die eerst eenigermate tot bedaren kwam, toen hij gezegd had het door hem uitgesproken denkbeeld aanstonds te willen verwezenlijken. Trots dezen eigenmachtigen stap wilde hij den band met Hsrmannsburg nog aanhouden, hetgeen door het bestuur geweigerd werd. Het gevolg was, dat 1000 inboorlingen sich van de Hermannsburger Zending losmaakten.
Behalve de Duitsch-Luthersche zending heeft geen andere van het optreden der Bapedikerk te lijden gehad.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 25 mei 1913
De Heraut | 4 Pagina's