Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland.

5 minuten leestijd

Zuid-Aürika, Streven naar zelfstan digheid onder de negers. De Ethiopische kerk. (II).

De Ethiopische kerk werd gesticht door een predikant uit de negers, Mokone genaamd, die zich in zijn tienjadgen dienst bij de Wesleyaansche zending zóo had onderscheiden, dat hem het oppertoezicht over onderscheidene kerken werd opgedragen. Van deze positie maakte hij in 1893 gebruik om zelfstandig op te treden. De door hem gestichte gemeenschap gaf hij met het oog op Hand. 8 : 27, waar van den Kamerling uit Moorenland, „een Ethiopisch man", gesproken wordt, den naam van Ethiopische kerk. Eerst trachtte deze kerk zich volgens haar oorsprong uit te breiden onder de kciogen die door de Methodistische en andere Engelsche Zendingsgenootschappen waren vergaderd. Eerst later zocht men de negers die door de Fransche missie aan de Zambesi, door de Berlijnsche, de Hernhuttérsche en Hermannsburger Zending gewonnen waren, over te brengen tot de Ethiopische ketk.

In de eerste jaren trachtte Mokone de ge kleurde predikanten van andere Zendiisgsvereenigingen voor zich te winnen. Zij moesten het weten, dat alleen eeue kerk van inboorlingen, die van de Europeesche zendelingen on­ , afhankelijk was, voor Afrika ten zegen zijn kon. Maar Mokone had de zedelijke kracht niet om zijn denkbeelden tot werkelijkheid te maken. Een poging om met bisschop Turner van deAmerikaansche negerkerk, der „African Methodist Episcopal Church", saam te werken, bleef zonder praktisch resultaat. Mokone kreeg van andere zijde hulp.

J. M. Dwane, een welsprekend Evangelist der Wesleyaansche Methodisten, had zich voorgesteld eene zelfstandige negerkerk in Afrika op te richten. Van een collecte-reis in Engeland met een groote som gelds en met de beste aanbevelingsbrieven uit Engeland naar Afrika teruggekeerd, meende hij zonder de Zendingsgenootschappen zijn weg te kunnen gaan. Hij gaf daarom aan de Methodistische kerk een scheldbrief en wist een aanhangersschaar te verzamelen die uit verschillend materiaal bestond. Daarmede had hij echter zoo weinig succes, dat hij redacteur werd van Jimho, een courant die de belangen van de Afrikaansche inboorlingen bepleitte. Deze positie bevredigde hem evenwel niet, zoodat hij zich bij de Ethiopische kerk aansloot. Maar ook daarbij kon hij niet vinden wat hij zocht. Mokone wees hem toen op Turner, bisschop der Afrikaan-Methodistische Ëpiscopaalsche kerk onder de negers. Men hield raad met andere Echiopiërs en zond een gezantschap naar Amerika onder leiding van Dwane en Kabe om te spreken 07er maatregelen, die in de toekomst zouden te nemen zijn voor de Afrikaansche negerkerk Te Philadelphia vergaderden zij met de leiders dier Kerk, Dr. Turner, Dr. Choppin en Abram, wien zij den toestand hunner landslieden in Afrika afschilderden, zich zelven daarbij als in elk opzicht onderdrukt voorstellend. Een conferentie ter onderzoeking dezer aangelegenheid werd te Georgië gehouden. Dese conferentie besloot de Ethiopische kerk te steunen. Daardoor was de Ethiopische kerk tot eenafdeeling van de „African Methodist Episcopal Chutch" geworden. Dwane zou haar leider sijn; men gaf hem drie exemplaren der Ametikaanscbe kerkorde, en beloofde geldeiijken steun en toezending van predikers.

In Afrika teruggekomen, werd Dwane niet door allen vriendelijk ontvangen. Ds blanken waren op hem vertoornd om de overdreven voorstelling van de onderdrukking dt: r negers de negers verweten hem dat hij hun den naam bezorgd had, dat zij onredelijk en otJdJtnkbaar waren voor weldaden die hun door de Zandingsgenootschappen bewezen waren. Dwane stoorde zich daaraan niet, maar stichtte in 1897 me Mokone, Kaïiyane en Tile de Afr. Metb. Ëp kerk, terwijl hij daarbij den ouden naam van Ethiopische kerk behield. Hij hoopte dat zijn kerk door de Zuid-Afrikaansche regeeringen zou erkend worden. Dit geschiedde wel door Transvaal, maar niet door Natal en de Kaap Kolonie. Als door de Amerikaansche A. M. E. C. be noemde superintendent der „Ethiopische kerk" riep hij in Augustus 1897 eene conferentie van gekleurde Evangelisten en Predikanten te Lesseyton samen, waar hij de saamgekomenen aanzocht zich van de zending los te m^ken, en hen die daartoe bereid waren, tot predikant aan zijn kerk ordende. Geheel ZuidAfuka werd hem tot arbeidsveld; allen, predikanten, ouderlingen, gemeenteleden, nam hij aan. Toen belijders des Heeren en zendelingen op het onchristelijke van dit streven wezen en ook aantoonden hoe ontoereikend de geestelijke toerusting der Ethiopische predikanten was, antwoordde daarop de reeds genoemde Kabe in de Christian Express, dat het ook onchristelijk was om de Ethiopische kerk te beschimpen en dat de Zending ook vele personen, die niet gestudeerd hadden, ordende en aanstelde. Ook de helpers en predikanten der Zending waren herders, tuiniers, winkeliers, politiebeambten en wagendrijvers geweest. „Gij blanken zijt niet beter dan wij gekleurden, wij hebben daarom het recht te eischen dat wij dezelfde rechten zullen hebben als gij"— dit werd door de Ethiopiërs gedurig herhaald, terwijl de schoone strijdleus werd aangeheven: „Afrika voor Christus".

De zaak scheen naar wensch te gaan; kleine zelfstandige gemeenten werden o^eriil gesticht. Echter ontbrak de organisatie van het geheel; Dwane zag geen kans die tot stand te brengen. Daarom verzocht men Dr. Turner uit Amerika daarvoor over te komen. Deze kwam reeds in Maart 1898 naar Kaapstad en hield een vergadering in Friendly Hall. Volgens het program dat hij toen ontwikkelde, wilde hij geen politiek drijven, doch in de praktijk bleef hij er niet buiten. Zijn toehoorders wees hij er bijv. op, dat zij rechtens de blanken moesten haten, daar zij „de slavernij ingebracht, de landen der kleurlingen in bezit genomen en hen zelve door verraad weggeleid hadden". Ook zijn parool: „Afrika voor de Afrikaners", was geschikt om politieke harstochten te doen ontbranden. Het was Dr. Turner niet duidelijk, hoe nauw de Christelijke zelfstandigheidsbeweging met staatkundige vraagstukken verbonden is. Van Kaapstad uit bereisde Turner nu geheel Zuid-Afrika. Ook bij ovetheidspersonen legde hij bezoeken af en toonde ook daardoor, hoe consciëntieus hij zijn zending opvatte, maar ook hoe weinig hij van den politieken toestand op de hoogte was.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 15 juni 1913

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 15 juni 1913

De Heraut | 4 Pagina's