Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Leesdienst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leesdienst

6 minuten leestijd

Nauwelijks hebben we de vraag beantwoord, of een-ouderling desnoods, wanneer de predikant afwezig is, een huwelijk kerkelijk mag bevestigen, of naar aanleiding van ons ontkennend antwoord wordt nu de nieuwe vraag tot ons gericht, of een ouderling, wanneer hij den zoogenaamden leesdienst waarneemt, het recht heeft aan de gedrukte predikatie, die hij voorleest, allerlei stichtelijke vermaningen en toepassingen toe te voegen, met het oog op de behoeften der gemeente.

Het antwoord op " iieze vraag kan niet moeilijk wezen, rnits men maar vasthoudt aan het beginsel, dat ons bevestigingsformulier stelt, en waarop we reeds een vorig maal wezen, dat de ambten van predikant en ouderling altoos moeten onderscheiden blijven. Op zich zelf is het daarom niet ongeoorloofd, dat een ouderling een sstichte lijk woord* spreekt, natuurlijk niet als bedienaar van het Woord maar als broeder onder de broederen. Onze Kerken hebben steeds deze vrijheid gehandhaafd; . ze is gegrond in wat de Apostel Paulus ons meedeelt aangaande het »profeteeren« in de Christe lijke gemeenten; en wanneer een geloovige bijzondere gaven . van God ontvangen heeft om zulk een stichtelijk woord te spreken, moge deze gaven ook in desaamkomsten der ^ gemeente wel gebruikt worden. Zelfs * behoeft men daarvoor niet eens het ambt van ouderling te bezitten ; de bevoegdheid daartoe kan evengoed aan een gewoon gemeentelid geschonken worden Alleen hebben onze kerken daarbij steeds den eisch gesteld, dat Ie zulk een oefening dan nooit met de bediening des Woords op één lijn mocht gesteld worden en ook in haar uitwendigen vorm niet het karakter van een predikatie mocht aannemen, maar een stichtelijke toespraak , moest blijven; en 2e dat niemand deze^bevoegdheid zich zelf mocht aanmatigen, maar dat degenen, die meenden deze gave ontvangen te hebben, zich bij de Kerken moesten aanmelden door deze moesten onderzocht worden, en eerst wanneer dit onderzoek, gunstig afliep, van de Kerken de bevoegdheid daartoe ontvangen moesten. Zelfs degenen, die aan een Hoogeschool gestudeerd en den graad van candidaat in de Theologie verkregen hebben, mogen niet in onze Kerken optreden om zulk een stichtelijk woord te spreken, zonder vooraf praeparatoir geëxamineerd te zijn. En nog veel minder komt daarom dit recht toe aan degene, die geen theologische studie doorgemaakt hebben en nog nooit geëxamineerd zijn. Ook het ambt van ouderling brengt als zoodanig deze bevoegdheid zeker niet mede; \ve\ ligt in de verkiezing tot dat ambt de erkenning opgesloten, dat zulk een broeder de gave der regeering bezit, maai-daaruit volgt niet, dat hij door de Kerk gekeurd en goedgekeurd is om een stichtelijk woord te spreken. Ouderlingen, die als , , oefenaars" wenschen op te treden, hebben eerst naar de bepaling onzer Synoden aan een classi caal examen zich te onderwerpen.

Reeds hieruit nu volgt, dat een ouder-4ing, die een predikatie voorleest, niet de bevoegdheid heeft, althans wanneer hij niet kerkelijk daarvoor geëxamineerd is, om aan deze predikatie allerlei stichtelijke vermaningen, hoe goed deze op zich zelf ook mogen wezen, toe te voegen. Zet men daarvoor eenpnaal de poort open; dan zal de een een paar zinnen er aan toevoegen; een ander zal heele stukken uit de geschreven of gedrukte predikatie weglaten en daarvoor zijn gedachten in de plaats schuiven; en een derde zal de predikatie vrij naar zijn eigen inzicht weergeven, zoo dat van een voorlezen in het geheel geen sprake meer is.

Hierbij komt, dat zulk een toevoegen van stichtelijke vermaningen door den ouderling-voorlezer aan de gedrukte predikatie van een Dienaar des Woords twee elementen dooreenraengt, die gescheiden moeten blijven. Een leesdienst draagt een ander karakter dan een stichtelijke toespraak door eeri broeder-geloovige. Een leesdienst dient bm, wanneer men geen bediening van liet Woord doo, r de levende stem van een Dienaar des Woords kan krijgen, dit gemis te vergoeden door een geschreven predikatie, die in druk uitgekomen is, aan de gemeente yoor té lezen. Zulk een predikatie is niet een stichtelijke toespraak, niaar is in zekeren zin een bedienen van het Woord . Gods, Wel treedt de Dienaar des Woords zelf niet op n zijn ambtelijke qualiteit om het Woord te bedienen, maar het is toch zijn woord, dat aari, de gemeeiite gebracht wordt. Oi de Apostel f.aulus.zelf optrad vóot-de gemeente te Corinthe om té prediken; dan wel of ceji door fiein "geschreven brief aan de gemeente" werd vöoVgelfezen dóór een dor ambtdragers aldaar, rtiaakt wat den inhoud van het woord - betreft geen verschil. In béide gevallen trad Paulus "op met het gezag en de autoriteit, welke in het ambt van Apostel hem geschonken waren. Zood.ra nu een ouderling, in plaats van zulk een geschreven predikatie vodr te lezen . en zich daartoe ' te beperken ^ daaraan zijn eigen gédach; tén' gaat toevoegen, wordt daardoor de gren? ' uitgéwischt, die tusschen het predikaniï)t en het ouderlingenambt. moet : blijven bestaan. Er is niets geen bezwaar tegen, dat zulk een ouderling, wanheer hij meent daarvoor gaven van God ontvangen te hebben, kerkelijk examen aanvraagt, en wanneer hij dan bij afwezigheid vari den. predikant, op uitnoodiging van den Kerkeraad, een stichtelijke toespraak houdt. .Maar dan. is dit ook een stichtelijk woord, dat geheel van hem uitgaat en waarvoor hij verantwoordelijk is. Treedt hij echter op in den leesdienst, dan brengt hij niet ïijn wOord, maar het woord van een afwezigen predikant, en door in dat woord zijn eigen woord te mengen, mengt hij feitelijk de ambten dooreen en veroorlooft zich wat hem niet toekomt. Bij een leesdienst moet het juist zoo scherp mogelijk uitkomen, dat de ouderling niet zijn eigen gedachten brengt, maar uitsluitend en alleen dienst doet als orgaan om het woord van een predikant tot de gemeente te brengen Natuurlijk bedoelen we dit niet in dien zin, alsof de ouderling-vooriezer in de predikatie geen letter of woord zou mogen wijzigen. Dat zou letterknechterij wezen, die in Christus' Kerk niet te pas kortit Het kan wezen, dat de predikatie te lang is en daarom bekort moet worden; welke bekorting dan vanzelf medebrengt, dat enkele zinsneden moeten veranderd worden ; ook kan het wezen, dat zulk een predikatie vreemde woorden bevat, die men liever door HoUandsche woorden wil vervangen, of dat er gedeelten in voorkomen, die voor een dorpsgemeente niet passen en die men daarom liever wil weg laten. In zulke gevallen heeft de ouderling-voorlezer volkomen het recht en de bevoegdheid, om wijzigingen aan té brengen, want hij moet beoordeelen, wat tot nut en stichting der gemeente dienen moet. Evenzeer als hij de verantwoordelijkheid draagt voor de keuze van de predikatie, en daarom zich van te voren rekenschap zal geven, welke predikatie hem 't meest geschikt voor de gemeente voorkomt, zoo mag hij ook in deze predikatie weglaten, wat voor de gemeente niet passen zou. Maar hoe-zeer we in dit Opzicht zijn vrijheid niet willen beperken, moet zijn dienst toch altoos een leesdienst blijven en hij moet dien leesdienst niet willen veranderen in een preekdienst, wat met zijn anibt in strijd zou wezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 25 januari 1914

De Heraut | 4 Pagina's

Leesdienst

Bekijk de hele uitgave van zondag 25 januari 1914

De Heraut | 4 Pagina's