De Kerkelijke Tucht.
Het heeft ietwat ongelukkig getroffen, dat over dit onderwerp bijna tegelijkertijd twee studies, beide van Gereformeerde zijde afkomstig, het licht hebben gezien. Gelijk men zich herinneren zal, gaf Prof. Bouwman van Kampen de artikenreeks, die hij in de Bazuin schreef over dit onderwerp onder den titel: De Kerkelijke tucht' naar het Gereformeerde Kerkrecht, in het licht en we hebben toen de aandacht op deze studie gevestigd. Kort daarna verscheen geheel zelfstandig een nieuw werk over ditzelfde onderwerp van de hand van Ds. Joh. Jansen, Gereformeerd predikant van Burum, dat ons thans ook ter aankondiging werd toegezonden.
Gaarne willen we ook dit werk, dat van zeer ernstige studie getuigt en den schrijver alle eer aandoet, bij onze Kerken aanbevelen, en we gelooven, dat onze predikanten en ouderlingen goed zullen doen met naast het werk van Prof. Bouwman ook deze handleiding zich aan te schaffen. Hoewel beide werken, wat de beginselen betreft, met elkander overeenstemmen en van een principieel verschil natuurlijk geen sprajjte is, is er toch wel verschil in den opzet, de wijze van behandeling der stof en het doel dat de schrijvers zich voor oogen hebben gesteld. Het werk van Prof, Bouwman, dat meer een wetenschappelijk handboek beoogt te zijn voor de beoefenaars van het Gereformeerde Kerkrecht, ruimt een zeer breede plaats in aan de geschiedenis van de tucht, welke bij hem bijna honderd bladzijden beslaat, terwijl de bespreking van de uitoefening der tucht slechts ISO bladzijden omvat. Dr. Jansen laat de geschiedenis van de tucht zoo goed als geheel weg, geeft alleen in 66 bladzijden een overzicht van de tucht in het Oude-en Nieuwe Testamen, en wijdt dan verder zijn heele studie, 300 bladzijden groot, aan de tucht zelve. Reeds dit verschil'kan het eigenaardig karakter van deze studie in het licht stellen; ze is vooral bedoeld als een handleiding bij de oefening der tucht en gaat daarom dieper in op de verschillende vraagstukken, die hierbij ter sprake komen, dan Prof. Bouwman dit deed.
Ds. Jansen heeft bij deze studie bovendien een zeer goed gebruik gemaakt van wat onze beste schrijvers over het Kerkrecht, zooals Voetius, over dit onderwerp hebben gezegd; haalt telkens uitspraken aan van verschillende Synodes om de vraagstukken toe te lichten, en heeft, gelijk hij meedeelt, ook kennis genomen van de colleges, die Prof Rutgers over dit onderwerp heeft gegeven. Daarbij verstaat hij zeker de kunst, om ook moeilijke onderwerpen helder en duidelijk voor te stellen, en wat de door Kenj geponeerde beginselen en de daaruit afgeleide gevolgtrekkingen betreft, zoo verblijdt het ons te kunnen zeggen, dat we ons daarmede van harte kunnen vereenigen.
Het getuigt zeker van een niet geringe mate van werkkracht en studielust, dat een predikant een dergelijke verhandeling over de kerkelijke tucht kan schrijven. En waar deze arbeid zooveel kostelijks bevat, waarmede al onze ambtsdragers winst kunnen doen, daar zouden we het betreuren, wanneer van deze studie minder notitie werd genomen. Ze is het ten volle waard, dat onze predikanten en ouderlingen haar aanschaffen en gebruiken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 15 maart 1914
De Heraut | 4 Pagina's