Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland.

6 minuten leestijd

Noorwegen. Scheiding van Kerk en Staat. De Gem e ente fac u 11 eit.

De berichten die in den laatsten tijd uit Noorwegen kwamen, betroffen voornamelijk den strijd over scheiding van Kerk en Staat en de „Gemeenetfaculteit". De vraag is, of de kerk de noodige vrijheid van beweging krijgen zal, en of de Luthersche kerk hare belijdenis zal kunnen handhaven. Daar de kerk in Noorwegen afhankelijk is van den staat, welke staat zich steeds meer als een godsdienstlooze openbaart, zoo is deze. afhankelijkheid een beletsel voor de kerk om hare roeping te vervullen.

Men kan met volle recht zeggen, dat de Noorweegsche staatskerk even onvrij als de Russische. Zij heeft geen andere organen als die van den staat; zij bezit geen zelfstandige gemeentelijke organisatie. De predikanten zijn staatsambtenaren onder den Koning als Opperste Bisschop. En het is te verklaren, dat zij alles vermijden, wat hen' minder aangenaam maken kan bij de machthebbers in den staat. Men blijft anders zoo licht waar men is, en wordt nooit predikant in een stad. De verzoeking is groot om de huig naar den wind te hangen.

Hoe meer de staat zich als cultuurgemeenschap openbaart en hoe meer de. cultuur in onze dagen zich van het Christendom afkeert, hoe grooter de spanning wordt tusschen staat en kerk. Wanneer de predikanten altijd krachtig voor het beginsel der kerk hadden gestreden, zou de kerk thans niet in zulk een droeven toestand verkeeren. Maar dat deden de meesten hunner niet, en zij doen het nog niet. De staat zorgt door zijn Theologische faculteit er voor, dat de predikanten steeds meer gemoderniseerd worden, zoodat zij voor de Luthersche kerk of ook maar voor den Bijbel steeds minder gevoelen; zij toonen alleen in sociale dingen belangstelling. Men wil de menschen zoo gelukkig mogelijk op deze aarde maken; men wenscht een vrederijk op deze aarde, en zoekt daarom zich zoo nauw mogelijk aan den staat aan te sluiten. Hoe het na den dood gaat, weet toch niemand, zoo spreken velen; een hel is er niet. Daarom hebben zij in den zin van den Bijbel en van de Belijdenis geen Verlosser noodig. Zij houden Jezus voor een mensch met buitengewone gaven toogerüst.

Hoe meer zulke denkbeelden onder de predikanten de overhand krijgen, hoe slechter gaat het met de zaak van de vrijmaking der kerk staan. Er was een tijd, waarin de overheid zich welwillend tegenover de kerk toonde. Daarom werd eene commissie benoemd, welke voorstellen doen zou tot reorganisatie der kerk. Eenige voorslagen dier commissie werden in 1908 aangenomen. Zoo is de manier waarop nieuwe leden bevestigd werden, veranderd; in plaats van eene persoonlijke belijdenis der confirmanten kon een belijdenis der gemeente plaats hebben, wanneer eene gemeente of een deel van eene gemeente dit verlangde. Dat daardoor de beteekenis van het doen van openbare belijdenis des geloofs verloren ging, behoeft geen betoog. Voorts werd de regeling van de kerkvisitatie veranderd, terwijl aan gemeenteleden toegestaan werd bij de godsdienstoefeningen te prediken; ook gaf men vrijheid tot bediening van het. H. Avondmaal buiten de kerkgebouwen door predikanten of leeken. Wij kunnen niet zeggen, dat deze veranderingen verbeteringen mogen genoemd worden, wel toonde men dezulken in het gevlij te willen komen, die het godsdienstig leven buiten de predikanten der staatskerk om zoeken te bevorderen. Maar de hoofdzaak, de reorganisatie der kerk, hetzij als staatskerk of als vrije kerk, werd niet ter hand genomen. Wel had de zegevierende partij bij de jongste verkiezingen, de linkerzijde, een paragraaf in haar program opgenomen, waarin werd te kennen gegeven dat men gezind was de kerk vrij te maken van den staat; doch toen een predikant met kracht zich daartegen verklaarde, liet men deze paragraaf vallen. Dit heeft tengevolge gehad, dat de volksvertegenwoordiging en de regeering zich niet geroepen gevoelden met kerkelijke reorganisatieplannen voor den dag te komen; daarbij komt, dat in den zomer van 1913 een £iantal andere conservatieve predikanten en jongere moderne collega's eene partij vormden tot behoud van de staatskerk. Hierbij moet men in aanmerking nemen, dat de meeste leden der kerk meer vrees dan liefde voor de kerk koesteren. In den strijd voor de vrijmaking der kerk zien zij slechts een streven van predikanten om meer macht te kunnen uitoefenen. Ook meenen zij, dat als de kerk vrij wordt gemaakt, zij door de volksmassa zal overheerscht worden. Zij zijn immers van meening, dat in deze «doode* volkskerk, de «doode* predikanten en de «doode* volksmassa elkander de hand zullen reiken om de levende christenen meer dan tot hiertoe te onderdrukken, terwijl in de staatskerk alle richtingen dezelfde vrijheid genieten. Het is opmerkelijk, dat christenen die aan Gods Woord vasthouden eenzelfde lijn trekken met predikanten die Gods Woord verwerpen. Ook hierin stemmen zij overeen, dat zij den nadruk leggen op de subjectiviteit in de rehgie en minder hart hebben voor de objectieve genademiddelen der kerk. Geen wonder, dat in Christiania de z.g. Pinksterbeweging een tijdlang opgang maakte.

Het ziet er dus in de Luthersche Kerk in Noorwegen niet rooskleurig uit. Gelukkig, dat er een schare predikanten en gemeenteleden gevonden wordt, die op den grondslag van de Augsburgsche confessie staan en voor het goed recht der Luthersche kerk strijden. De onlangs gestorven bisscnop Dr. A. Baug tg Christiania, sprak eenigen tijd voor zijn dood: «Wij moeten geheel in het moeras ondergaan, voor wij weder in de hoogte komen*. Maar het kan ook zijn, t dat de Kandelaar van Gods getuigenis wordt weggenomen, als een oordeel over de ontrouw der kerk.

Er is echter in Noorwegen een lichtpunt, en dat is de Gemeentéfaculteit, opgericht om jon», gelieden op te leiden tot predikanten die op den bodem der belijdenis van de kerk staan, Eerst hebben de rnodernistische theologische professoren der Staatsuniversiteit met alle kracht tegen deze instelUng gestreden. Vooral was hun een examenrecht van deze predikantenschool een doorn in het oog. Maar dat verhinderde niet, dat het Storthing eene verordening op het examen vaststelde, volgens welke de beide faculteiten elkander zouden controleeren. Doeh de mannen der universiteitsfaculteit konden dit op den duur niet dragen. Er kwamen ook bedenkelijke dingen bij het schriftelijk examen aan het licht. Daarom werd door de Staatsfaculteit en hare vrienden voorgesteld, aan de Gemeentefaculteit een zelfstandig examenrecht te geven, Dit werd haar door het Storthing toegestaan. Dientengevolge is het aantal studenten der Gemeentefaculteit van 30 tot 40 gestegen,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 mei 1914

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 mei 1914

De Heraut | 4 Pagina's