Twee promoties.
Nauwelijks had de Vrije Universiteit na de Paaschvacantie haar geregelden arbeid weer hervat, of ze werd geroepen aan twee harer leerlingen den doctorstitel te verleenen, terwijl het toeval wilde, dat deze beide leerlingen, die op eenzelfden dag promoveerden, de een uit Zuid-Afrika en de ander uit Noord-Amerika af komstig was; waardoor wel bleek, hoe de beteekenis onzer Hoogeschool waarlijk niet tot Nederland beperkt is.
Over het proefschrift van den heer Postma, die tot Doctor in de Faculteit der Letteren promoveerde, zullen we hier niet uitweiden, omdat deze dissertatie, die io het Latijn geschreven is en handelt over het Godsbegrip bij den Latijnschen dichter Virgihus, buiten het bereik van het meerendeel onzer lezers valt. Alleen mogen we onze verblijdenis er over uitspreken, dat ditmaal eens niet een. theoloog, maar een litterator uit Zuid-Afrika overkwam om aan de Vrije Universiteit zijne êtudiën te voltooien. Voor de rechtsgeleerde faculteit zal het wel moeilijk wezen om studenten uit Afrika te trekken^ zoolang het oud-HoUandsche recht, dat nog in Afrika geldt, aan de Vrije Universiteit niet onderwezen wordt, maar voor de studie in de Letteren is er geen enkel bezwaar. En we hopen, dat het voorbeeld van Dr. Postma navolging zal vinden.
Voor ons theologisch publiek is van meer belang de dissertatie, waarop Ds. S. Volbeda, die predikant was bij de Christelijk Gereformeerde Kerk te Grand Rapids, tot Doctor in de Theologie promoveerde, en die handelt • over de intuïtieve philosophie van James Mc. Cosh. Zeker is deze philosoof, die tot de Schotsche School behoort, en eerst in Dublin en later te Princeton optrad als hpogleeraar, in ons land minder bekend en ligt zijn beteekenis ook minder in zijn theologischen, dan wel in zijn philosophischen arbeid. Maar daarom zijn we niet minder dankbaar, dat Dr. Volbeda op zoo uitnemende en heldere wijze ons de beteekenis van dezen Christelijken philosoof heeft uiteengezet en ons een overzicht van zijn stelsel heeft geschonken. Waar onze tijd zoo sterk weer in het teeken der philosophic staat en ook de Christendenkers steeds meer de behoefte gevoelen, om hun standpunt uiteen te zetten tegenover de philosophische stelsels van onze dagen, loont-het zeker de moeite na te gaan, wat een man als Mc. Cosh, die op beslist Christelijk standpunt stond en aan wiens wetenschappelijk inzicht ieder hulde zal moeten brengen, over de diepste vragen, die bij de philosophie aan de orde komen, gedacht heeft. Over de vraag, in hoeverre het hem gelukt is, van Christelijk standpunt uit een bevredigende oplossing van deze vragen te vinden, behoeven we ons hier niet uit te laten. Die vraag zou alleen in een wetenschappelijk tijdschrift aan de orde kunnen komen. Hier kunnen we slechts onze dankbaarheid uitspreken tegenover Dr. Volbeda, die ons met dezen Christendenker in nadere aanraking bracht, en bij al de bewondering, die hij voor zijn landsman voelde, toch tevens zijn zelfstandigheid bewaarde en waar dit noodig was ook critiek oefende.
Te meer verblijdde ons deze philosophische studie bij een Doctor Theologiae, die straks naar Amerika weerkeert, omdat, gelijk de promotor Prof. Bavinck terecht opmerkte, juist in Amerika het groote gevaar dreigt, dat een anti-christelijke philosophie al meer op het volksleven invloed zal krijgen. Door de Theologie in Kerkelijke Seminaria op te sluiten en met deze kerkelijke kweekscholen zich tevreden te stellen, heeft de Christelijke Kerk, gelijk hij zeide, haar hooge roeping niet vervuld om heel de wetenschap.voor God op te eischen. Er is daardoor een dualisme ontstaan, dat zich wreekt; want deze aan zich zelf overgelaten wetenschap, die met het licht van Gods Woord niet meer rekent, ondermijnt de Christelijke beginselen bij het volk. Ook in Amerika, zal men den steeds wassenden stroom van den afval van het Christendom stuiten, is het daarom broodnoodig, dat de Christelijke Kerk er weer toekomt, niet alleen voor een Christelijke Theologie, maar voor een Christelijke wetenschap te zorgen, en dit kan alleen, wanneer een Christelijke L^niversiteit het ideaal wordt. Dr. Volbeda heeft door deze dissertatie ongetwijfeld blijk gegeven, dat hij voor deze grootsche roeping van het Christendom oog heeft, en van harte hopen we, dat hij straks in Amerika weergekeerd, voor dat ideaal moge ijveren. h
Hier in Holland zal hij niet alleen door zijn wetenschappelijke studie, maar vooral door de uitnemende gave van het Woord te bedienen, die hem geschonkefi was, en waarmede hij al deze jaren zoovele onzer Kerken gesticht heeft, in dankbare herinnering blijven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 10 mei 1914
De Heraut | 4 Pagina's