Uit de Pers.
Over de Voorlezing in den Kerkedienst van een stuk uit de H. Schrift gaf Dr. A. K. Jr. in het orgaan van de Gereformeerde Kerk te Rotterdam, deze opmerking ten beste:
Het is een zeer oude en ook een zeer goede gewoonte, om bij elke bediening van het Woordeen gedeelte der Heilige Schrift aan de gemeente voor te lezen. In vroeger dagen had die voorlezing een ander aoel dan nu. Toen niet ieder een Bijbel in eigen huis had, en de inhoud van den Bijbel niet zoo bekend was, werd de Heilige Schrift geregeld in de openbare samenkomsten der gemeente voorgelezen om het volk met den Bijbel zei ven bekend te niakèn. Wie wilde weten wat er in den Bijbel stond, moest wel naar de kerk om daar de Schrift in geregelde volgorde te hooren voorlezen. Die toestand bracht dus als vanzelf mee, dat keel de Bijbel achtereenvolgens in de samenkomsten gelezen werd.
Toen. later-door boekdrukkunst en bijbclversprciding ieder een exemplaar der Heilige Schrift in eigen huis had en de Bijbel overal thuis gelezen kon worden, verviel natuurlijk dat doel; Men ging toen naar de kerk, niet om den Bijbel te hooren voorlezen, maar om hem te hooren uitleggen en verklaren en om ÖL^ bediening van het Woord te ontvangen.
Toch is de gewoonte om een gedeelte der Schrift voor te lezen, blijven standhouden. Alleen maar, men stelde zich daarbij nu een ander doel voor oogen. Er is een tijd geweest waarin men vóór den eigenlijken dienst, voordat de prediker begon, den Bijbel ging voorlezen om de menschen stichtelijk bezig te houden. Men was van oordeel dat er iets voor de gemeente die saamgekomen was, gedaan moest worden zoolang de dienst nog niet was aangevangen. En wat was dan beter dan uit den Bijbel voorlezen! Dit was nu wel goed bedoeld, maar niet juist gedacht, want het is toch waarlijk niet eerbiedig den Bijbel voor te lezen »om de menschen maar bezig te houden.« En het ging ook niet eerbiedig toe, als de leden der gemeente al maar binnenkwamen en naar hun plaats zochten onder dat voorlezen.
In onze Gereformeerde Kerken is gelukkig met die oneerbiedige gewoonte gebroken, en wordt de Heilige Schrift voorgelezen als de geheele gemeente saam is en als de Dienst met het votum geopend is. Die voorlezing van een Schriftgedeelte wordt nu een deel van. den Dienst, behoort bij de bediening van het Woord, en wordt gedaan niet door een «voorlezer», maar door een ambtsdrager. Het Woord Gods wordt nu op tweeërlei wijze aan de gemeente gebracht. In de eerste plaats onmiddellijk, als het eigen Woord van God, zooals het door Hem rechtstreeks aan de gemeente is geschonken, en dat Woord wordt onveranderd, zonder eenige toevoeging van menschelijke uitlegging en verklaring, voorgelezen. En in de tweede plaats middellijk, waar de Dienaar het Woord Gods bedient, door het te verklaren en toe te passen.
Men voelt, het is iets anders, als in het Huis des Heeren het rechtstreeksche Woord Gods door een ambtsdrager aan de gemeente wordt voorgelezen, dan wel of door een Dienaar het Woord ambtelijk wordt verklaard en toegepast. In verband hiermee valt over het doel der voorlezing van de Heilige Schrift in de samenkomst der geloovigen wel iets te zeggen. Als nu reeds maar vaststaat, dat die ambtelijke voorlezing heden ten dage niet plaats heeft om een onkundige gemeente met den Bijbel bekend te maken, en ook niet om een saamkomende gemeente bezig te houden totdat de eigenlijke dienst begint, maar dat de ambtelijke voorlezing der Heilige Schrift een integreerend deel is van den Dienst des Woords, waarin het Woord Gods èn onmiddellijk èn middellijk tot de gemeente gebracht wordt.
Deze toelichting is uitnemend en verre van overbodig. Men zou er nog kunnen bijvoegen, dat het zelfs gewenscht ware, deze lezing uit de H. Schrift, gelijk ze in de meeste Liturgieën is aangegeven niet zoo onmiddellijk na het begin van den Dienst te doen plaats hebben.
Het zou daarom niet ongewenscht z^, indien j de geachte schrijver ons een volledig overzich wilde geven van hetgeen inzake deze praelectuur uit de H. Schrift in de Christelijke Kerken van allerlei Confessie van oudsher als regel gold.
De belangrijke brochure van Dr. J. J. van Baarsel: Het probleem der Ned. Hen: Kerk., recenseerde De Waarluidsvriend in dezer voege:
't Gaat hier over de Ned. Herv. Kerk, en 't is een Ned. Herv. predikant die er over schrijft.
Misschien zijn er wel, die dat niet goed kunnen verstaan, dat een Herv. predt. zoo schrijft. Maar dat mo2st op zich zelf genomen toch niet verwonderen. Iemand die de Herv. Kerk hartelijk liefheeft, kan immers zoo vurig verlangen, dat .illes eens heel, héél anders mocht worden, omd.-it alles zoo héél, héél verkeerd is. En ja, dan zijn er die u met groote oogen aanzien en zeggen: »hebt gij de Herv. Kerk dan lief, als gij wilt dat alles zoo héél, heel anders zal worden? * Maar dan antwoorden we: «ja, we hebben de Herv. Kerk lief, en omdat we haar liefhebben snakken we naar héél, héél andere toestanden.
En héél anders wil Dr. van Baarsel de toestanden in de Herv. Kerk hebben. Héél anders dan ze nu zijn. Waartegen we dan met allerlei gevoelsargumenten wel positie kunnen innemen, zooals b.v. Dr. Slotemaker de Bruine reeds deed in de Ned. Kerkbode. Maar dat baat niet veel. Zaken zijn zaken. En er is een tijd dat men zaken ook eens zakelijk moet behandelen. En ziet, dat doet Dr. van Baarsel.
Dat hebben velen tegen dit boek. Er is te weinig gevoel in; te weinig geestelijk element. En daarom veroordeelt men dit boek
Wij verschillen hierin van gevoelen.
Dit boek is glashelder, zakelijk zonder uitvluchten, zonder breede redeneering.
't Is wél gedocumenteerd, up to date, vlot en volledig.
Welnu, men zegge wat men wil — maar men make zich niet van dit boek af met allerlei praatjes.
Men aanvaarde deze dingen — of men weerlegge ze zakelijk en wel gedocumenteerd!
En ja — aanvaardt men ze, dan zal er veel. veranderd moeten worden in onze Herv. Kerk. Maar wat recht en billijk is, dat moet.
Het dnders te doen en het anders te willen blijven doen, is dan onrechtjvoor God en voor de menschen, en zal als een vloek wederkeeren tot ons en tot onze kinderen.
Wij wenschen Dr. van Baarsel geluk met het volbrengen van deze studie. Een studie, die onder den zegen des Heeren voor Kerk en volk tot een rijken zegen kan worden — al zullen er velen zijn, die dat niet kunnen verstaan en niet kunnen toestemmen.
Wij geven geen overzicht van den inhoud van dit . boek. Geen nadere omschrijving of aanduiding.
Men bestelle het en leze het. En we hopen, dat het voor de Herv. Kerk mag leiden tot de ware vrijheid, voor de Geref. Kerk zoo noodig en zoo nuttig!
Dit is niets te sterk gesproken.
Het vlugschrift van Dr. van Baarsel is in de groote Kerk een levensteeken, dat van geloofsmoed, dege studie en hoop voor de toekomst getuigt.
Een roering, zoo men wil, in de doodsbeenderen, die tot danken stemt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 27 september 1914
De Heraut | 4 Pagina's