Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland.

7 minuten leestijd

Duitschland. Een woord tot de Evangelische Christenen in het buitenland. Het volgende stuk is door Zendingsvrienden in Duitschland gepubliceerd:

«In de onvergelijkelijke wereldhistorische periode, waarin voor de christenheid de brug tot de geheele niet-christelijke menschheid geslagen en het haar toevertrouwd was om een toonaangevenden invloed op haar uit te oefenen, staan de Christelijke volken van Europa op het punt elkander in een broedermoordelijken oorlog te vernielen.

Een stelselmatig leugenweefsel, dat het internationaal telegrafisch verkeer beheerscht, zoekt in het buitenland ons volk en zijne regeering met de schuld van het uitbreken van den oorlog te belasten, en heeft het gewaagd onzen Keizer het recht te ontzeggen van God om zijn bijstand aan te roepen. Daarom is het ons, die ook onder de Christenen van het buitenland bekend staan als mannen, die aan de uitbreiding van het Evangelie onder vreemde volkeren en aan het aanknoopen van banden van cultuur en van vriendschappelijke betrekking tusschen Duitschland en andere Christelijke volken gearbeid hebben, een behoefte, in het openbaar ons getuigenis over dezen aanslag te laten hooren.

Drie en veertig jaar heeft ons volk den vrede bewaard. Wanneer in andere landen krijgsgevaren ontstonden, heeft het zich beijverd, die op tijd te stillen of te verminderen. Zijn zin was voor een vreedzamen arbeid. Het heeft tot de beste cultuurbezittingen der moderne menschheid zijn eerlijk deel bijgedragen. Het was er niet oP bedacht, anderen licht en lucht te benemen. Het wilde niemand van zijn plaats dringen. In een vreedzamen wedijver met andere volken ontwikkelde het die gaven, die God het gegeven had. Zijn vlijtige arbeid bracht hem rijke vruchten. Het gewon ook een bescheiden aandeel aan de taak tot kolonisatie in de onbeschaafde (primitieve) wereld en beijverde zich, zijn bijdrage te leveren tot de nieuwe vorming van Oost-Azië. Aan de vreedzaamheid van zijn gezindheid heeft niemand, die de waarheid zien wilde, kunnen twijfelen. Alleen gedwongen door een misdadigen aanval heeft het nu het zwaard getrokken.

Terwijl onze regeering er op uit was, den rechtvaardigenzoen voor eenroekeloozen Koningsmoord te localiseeren en het uitbreken van den krijg tusschen twee genabuurde grootmachten te verhoeden, bedreigde een van hen, terwijl hij de bemiddeling van onzen keizer inriep, in tegenspraak met het gegeven woord, onze grenzen en dwong ons ons land tegen verwoesting door Aziatische barbaarschheid te verdedigen. Toen kwamen bij onze tegenstanders ook zij, die volgens hun bloed, geschiedenis en geloof onze broeders zijn, en met welke wij ons in de gemeenschappelijke wereldtaak als bijna met geen ander volk verbonden voelden. Tegenover eene wereld die in de wapenen is, zien wij het duidelijk, dat wij ons bestaan, onze eigenaardigheid, onze cultuur en onze eer te verdedigen hebben. Onze vijanden worden door niets weerhouden, daar hun, volgens hunne meening, het uitzicht geopend is, dat zij, door deel te nemen aan onze vernietiging, voordeel op maatschappelijk gebied, of vermeerdering van macht, een stuk van ons moederland, van ons koloniaal bezit of van onzen handel, zullen verkrijgen. Tegenover dit woeden der volken staan wij in vertrouwen op den rechtvaardigen God zonder vrees. Juist omdat deze oorlog ons misdadig opgedrongen werd, treft hij ons als een eenig volk, in welke het onderscheid tusschen stammen en standen, van partijen en belijdenissen verdwenen is. In heilige geestdrift, strijd en dood niet schuwend, zijn wij allen ziende op God eendrachtig en met vreugde bereid, ook ons laatste voor ons land en onze vrijheid te offeren.

Ook de begrijpelijke verbittering van een volk, welks neutraliteit, door ons vijandige zijde reeds geschonden, onder den dwang van den onverbiddelijken nood niet gewaarborgd blijven kon, verontschuldigt geen onmenschelijkheden en neemt de schande niet weg, dat zoo iets op oud-christelijken bodem geschieden kon.

Niet te noemen gruwelen zijn tegen in het buitenland wonende Duitschers, tegen vrouwen en kinderen, tegen gewonden en artsen gepleegd. Wreedheden en schaamteloosheden, die i menigen Heidenschen of Mahomedaanschen oorlog niet gebeurd zgn. Zijn dat de vruchten, aan welke niet-Christelijke volken zullen kennen, wiens jongeren de Christelijke natiën zijn?

In het binnenland van Afrika is de oorlog zonder gewetensbezwaar overgebracht, ofschoon mihtaire ondernemingen die aldaar plaats hebben, niet tot zijn beslissing kunnen medewerken, en dit ofschoon het deelnemen van inboorlingen, die eerst voor enkele tientallen jaren gepacificeerd zijn, aan een oorlog van blank tegen blank, het vreeselijk gevaar van een opstand van inboorlingen te voorschijn roept. Deze primitieve volken leerden het Christendom kennen als een Godsdienst van liefde en vrede, in tegenstelling met den haat der stammen en de wreedheid der hoofden. Nu worden ze opgehitst om tegen elkander krijg te voeren, en dit door de volken die hun het Evangelie brachten. Zoo worden bloeiende zendingsvelden vertreden.

In den oorlog, dien de Czaar als een beslissende strijd tegen Germanendom en Protestantisme geproclameerd heeft, is tegenwoordig onder voorwendsel van een bondgenootschap ook het Heidensche Japan betrokken. De zendingsvelden worden nu schouwtooneelen van verbitterde oorlogen van volken, die aldaar in bijzondere mate de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het zendingsbevel droegen.

Het stuk herinnert er voorts aan, hoe de Duitsche Christenen met blijdschap deel genomen hebben aan de Edinburgher zendingscon­ . ferentie, en met andere volken verlangden saam te werken aan de bearbeiding van niet-Christelijke volken, en zegt dan verder: «Niet om der wille van ons volk, welks zwaard blank en scherp is — maar ter oorzake van de eigenaardige taak der Christelijke volken in de beslissende ure der wereldzending, wenden wij ons tot de Evangelische Christenen in neutrale en ons vijandelijke landen.

Wij hoopten van God, dat het besef van verantwoordelijkheid van de christelijke volken ten opzichte van de gelegenheid die het geopend had, een stroom van nieuw leven zou doen ontstaan. Reeds bespeurden wij in onze Duitsche kerk sterke werkingen van dien zegen, en de gemeenschap met de christenen in andere landen en de gehoorzaamheid aan de opdracht van Jezus, was ons heilige vreugde.

Wanneer deze gemeenschap nu jammerlijk verbroken is;

wanneer de volken, in welke zending en broederliefde eene macht begonnen te worden, in een moorddadigen krijg door haat en verbittering verruwen;

wanneer in het Germaansche Protestantisme een schier onheelbare breuk ontstaan is;

wanneer het Christelijk Europa een edel deel van zijn wereldpositie inboet;

wanneer de heilige bronnen, uit welke zijne volken leven scheppen en aan de niet-Christelijke menschheid aanbieden moesten, verontreinigd en verstopt worden.

Zoo komt de schuld hiervan, dit verklaren wij hier voor onze Christelijke broeders iü het buitenland met rustige zekerheid, niet voor rekening van ons volk. Wel weten wij dat God door dit bloedige gericht ook ons volk tot boete roept, en wij verheugen ons, dat het zijn heilige stem hoort en zich tot Hem keert.

Daarin weten wij ons met alle Christenen van ons volk één, dat wij de verantwoordelijkheid voor de vreeselijke zonde van dezen oorlog met alle gevolgen voor de ontwikkeling van het rijk Gods op aarde, van ons volk en van zijne regeering mogen en moeten afwerpen. Naar onze diepste overtuiging moeten wij deze verantwoordelijkheid werpen op hen, die het net van de oorlogssamenzwering tegen Duitschland sedert lang in het verborgen arglistig hebben gesponnen en nu over ons wierpen, om ons te verstikken.

Wij beroepen ons op het geweten onzer Christelijke broeders in het buitenland en stellen hen voor de vraag, wat God nu van hen verwacht, en wat geschieden kan en moet, opdat niet door verblinding en roekeloosheid in het groote uur Gods der wereldzending, de Christenheid van hare kracht en recht tot bodendienst aan de niet-Christelijke menschheid beroofd worde.

De heilige God leidt zijn zaak ook door den storm van den oorlogsgruwel en laat door menschelijke boosheid zijn doel niet verijdelen. Zoo treden wij voor Hem met het gebed:

Uw^aam worde geheiligd! Uw^Coningrijk kome! Uw wil geschiede!

Dit stuk is door 30 voorstanders van de Zending ondèrteekehd.

Wij nemen het zonder commentaar over. W^orde het gelezen en overwogen.

Gelukkig, dat Nederland als volk zich in deze niets heeft te verwijten.

In Engeland heeft dit stuk aanleiding gegeven tot een tegenschrift van een aantal predikanten van naam in Engeland en Schotland, hetwelk gericht is aan een der mede-onderteekenaars van het Duitsche geschrift, den hoogleeraar Harnack te Berlijn. Tot onze spijt zijn wij het Engelsche vertoog nog niet machtig kunnen worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 september 1914

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 september 1914

De Heraut | 4 Pagina's