Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Onze jongens te velde.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze jongens te velde.

4 minuten leestijd

Volkomen terecht heeft een Engelsch blad opgemerkt, dat al bleef Nederland voor de ramp van een oorlog dusver gespaard, onze neutraliteit aan de bevolking lasten oplegt, die niet gering zijn te achten. Niet alleen door verzwaring van den belastingdruk, die, vooral nu de inkomsten minder worden, zich te scherper zal doen gevoelen, maar ook omdat we heel een gewapend leger op de grenzen moeten onderhouden en voor het moreel der troepen wel geen zwaardere beproeving is te denken, dan het wachten en niets doen. Een leger, dat geroepen wordt om te strijden, moge aan veel banger ontbering en veel schrikkelijker gevaren worden blootgesteld, maar het is toch in actie, het gevaar prikkelt tot heldendaden, de gedachte voor het vaderland het leven l: e wagen, bezielt en verheft, en op het slagveld kunnen lauweren worden geoogst. Maar een leger, dat geroepen wordt week in week uit op de grenzen te staan met het geweer in de hand, zonder iets uit te voeren en zonder zelfs een vijand te zien, wordt zoo licht der verveling ten prooi en loopt gevaar op den duur gedemoraliseerd te worden.

Waar ons land, om zijn neutraliteit te handhaven, dit heusch niet lichte offer van zijn zonen vragen moest, rust daarom te meer op ons de verplichting om te zorgen, dat alles wordt gedaan om deze verveling te voorkomen. Er moet niet alleen door het legerbestuur goed gezorgd worden voor voeding en deksel, maar er moet ook gezorgd worden voor ontspanning. We verblijden er ons daarom van harte in, dat ook van Christelijke zijde deze plicht is ingezien en dat met kracht is opgetreden om onze militairen aan goede lectuur te helpen, en te zorgen, dat er localiteiten komen, waar ze zich verpoozen kunnen. Maar meer nog dan dit alles geldt de verplichting om onze soldaten en officieren ook geestelijk voedsel te brengen door de prediking des Woords. Onze regeering heeft daarom uit de verschillende kerkgenootschappen veldpredikers benoemd, doch het getal dezer predikers is veel te klein om in de behoefte te voorzien en de Kerk heeft daarom wel degelijk hier een zelfstandige roeping te vervullen. Gelukkig is deze roeping door onze predikanten verstaan; in de forten en plaatsen, waar soldaten ingekwartierd zijn, worden geregeld bijbellezingen en bidstonden gehouden, en jiet legerbestuur werkt hiertoe gaarne mede. Van alle zijden komen daarbij de berichten tot ons, dat deze bijeenkomsten trouw worden bijgewoond, dat er belangstelling en begeerte is om het Woord te hooren, en dat zelfs menigeen, die anders in dienst weinig om de Kerk gaf, nu gaarne naar een ernstig woord luistert. Er ligt hier dus metterdaad een rijk gezegend arbeidsveld voor ons, en volkomen terecht werd er dezer dagen in een liberaal blad op gewezen, dat nu aan de Kerken een uitnemende gelegenheid is geschonken om onder degenen, die zijn afgedwaald, evangeliseerend op te treden. De ernst der tijden, waarin we leven, de bezorgdheid voor het gezin dat men achterliet, de behoefte aan toespraak en troost, maken menig hart thans ontvankelijk voor de woorden des eeuwigen levens.

Nu is deze arbeid, voor zoover bij van onze Keiken uitgaat, dusver nog niet geregeld. Het zal daarom de vraag wezen, of de Generale Synode niet goed zal doen met deze aangelegenheid eens ernstig ter harte te nemen. Met name in Limburg en Noord-Brabant, waar het grootste deel onzer troepen ligt, zijn onze Kerken veel te zwak om dezen arbeid alleen te verrichten, Wel hebben deze Kerken met groote bereidwilligheid hun predikanten voor dezen arbeid afgestaan, en roepen ze thans zelf de. hulp in van predikanten en candidaten, die deze Kerken op hun beurt helpen willen, maar deze last mag toch niet alleen op deze Kerken worden gelegd. Wel ware met het oog op deze dringende aangelegenheid het gewenscht geweest, dat de Synode een maand vroeger ware saèmgeroepen; maar zooals de voorteekenen thans zijn, laat zich toch niet voorzien, dat de oorlogstoestand spoedig voor vrede in Europa zal plaats maken, en zullen onze manschappen nog wel maanden op wacht moeten blijven staan. Ook in het einde van October gaan onze mannen nog niet naar huis, en vooral tegen den winter, als de lange avonden komen, zal goede hulp dubbel noodig wezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 4 oktober 1914

De Heraut | 4 Pagina's

Onze jongens te velde.

Bekijk de hele uitgave van zondag 4 oktober 1914

De Heraut | 4 Pagina's