Eigenaardige voorlichting.
In de jongste aflevering van het Nederlandsch Archief van Kerkgeschiedenis komt een vertaling voor van een artikel, dat de Zweedsche hoogleeraar Hjalmar Holmquist van Lund in een Zweedsch tijdschrift schreef over de nieuwere Nederlandsche kerkgeschiedkundig^ navorschingen.
Blijkbaar verstaat deze Zweedsche hoogleeraar Nederlandsch en interesseert hij zich voor onze Kerkgeschiedenis. Hij deed zelfs een reis naar Nederland, om zich bekend te maken met onze litteratuur, en liet zich door vakmannen voorlichten. Zoo achtte hij zich in staat een overzicht te geven van de kerkhistorische studiën in ons vaderland en geeft dan ook een breede lijst van namen en werken, waaraan hij dan een enkel maal een waardeerend woord toevoegt Zoo heeft hij blijkbaar ook kennis genomen van de kerkhistorische dissertaties van leerlingen der Vrije Universiteit, wagtrvan hij een viertal met lof vermeldt, nl. de proefschriften van Dr. A. A. van Schelven, Dr. Y. de Jong, Ds. H. A. van Andel en Ds, K. Dijk. Des te zonderlinger is het echter, dat hij van den arbeid van de Hoogleeraren aan de Vrije Universiteit op kerkhistorisch gebied nauwelijks eenige notitie schijnt genomen te. hebben. Moll, Acquoy en Rogge heeten bij hem de «meest uitblinkende Nederlandsche Kerkgeschiedschrijvers van de 19e eeuw"; van het tegenwoordig levende geslacht worden de hoogleeraren Pijper, Van Veen, Knappert en Pont uitvoerig besproken en met roem vermeld. Maar van een kenner onzer kerkhistorie als Prof. Rutgers — hij wordt in één adem genoemd niet Ds. J. J. Westerbeek van Eerten — wist de Zweedsche hoogleeraar slechts éen werk te noemen, dat hij verklaart niet gelezen te hebben, en aan het slot van het artikel wordt te midden van een allegaartje, dat nergens onder te brengen was, ook nog ter loops vermeld, dat »de Minister van Staat A. Cuypers (sic) en zijn zoon Prof. H. H. Cuypers over het Calvinisme schrijven”.
Natuurlijk maken we den Zweedschen hoogleeraar hiervan geen verwijt. Hij was met onze kerkhistorische studiën niet op de hoogte en moest zich, gelijk hij zelf erkent, door Nederlandsche vakmannen laten voorlichten. Maar wel is deze schets een eigenaardige bijdrage, hoe deze »Nederlandsche vakmannen" een buitenlander inlichten. Het zou misschien ondeugend wezen er naar te raden, wie deze vakmannen zijn geweest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 4 oktober 1914
De Heraut | 4 Pagina's