Naar dezer dagen in de pers
Amsterdam, 9 October 1914.
Naar dezer dagen in de pers werd meegedeeld, zou de pas gekozen paus van Rome Benedictus XV als een zijner eerste regeeringsdaden een ernstige poging willen doen om den vrede in Europa te herstellen. Evenals zijn nobele voorganger .Pius IX, die niet ten onrechte de vredespaus werd genoemd en wiens uiteinde, naar men zegt, zelfs verhaast is geworden door het plotseling uitbreken van den wereldkrijg, zou ook deze Paus diep bewogen zijn met het lot der Christelijke volkeren, wier bloei en welstand door dezen bloedigen oorlog dreigt vernietigd te worden, en zou hij alle krachten willen inspannen om als vredesmiddelaar dienst te doen. Hij zou daartoe niet alleen al zijn invloed willen doen gelden bij de oorlogvoerende mogendheden zelf, opdat zij het zwaard weder in de scheede zouden steken, maar ook de hulp willen inroepen van de neutrale staten, zelfs van die welke niet in officieele relaties tot den Pauselijken stoel staan, dat wil dus zeggen van de Protestantsche natiën, opdat aan dezen oorlog een einde kome.
In Roomsche kringen verwacht men van deze poging veel, ook omdat de tegenwoordige Paus een fijn diplomaat is, uitstekend op de hoogte met al wat aan de hoven van Europa omgaat. Of deze poging vooral bij de Roomsche vorsten, die aan den oorlog deelnemen, invloed zal uitoefenen ten goede, dan wel zal afstuiten op hoogere staatsbelangen, zal de toekomst uitwijzen. IVIaar hoe dit ook zijn moge, ook wij als protestanten kunnen eerbied hebben voor deze nobele gedachte, die den Paus bezielt, en van harte hopen, dat zijn opzet gelukken moge.
Zelfs komt de vraag op, of uit dit voorbeeld van den Paus ook voor onze Protestantsche Kerken niet iets te leeren valt. Zeker neemt de Roomsche Kerk in dit opzicht een geheel eigenaardige positie in omdat ze, soepel als ze is in haar levens uiting, de kunst verstaat om tegelijk een nationale Kerk te zijn en toch haar internationaal karakter te bewaren. Ze is natio nale Kerk, in zooverre ze ook in deze dagen weer toont, hoe ze heel het leven van het volk, waar ze gevestigd is, medeleeft; de Roomsche geestelijkheid in Duitschland en Oostenrijk is even vurig patriotisch gezind en bidt even hartelijk om de overwinning van den Tweebond, als de Roomsche geestelijkheid in België en Frankrijk aan de zijde staat van haar vaderland, en het is zelfs aandoenlijk te zien, hoe de priesters in Frankrijk, door de Republiek zoo bitter verongelijkt, thans door den dienstplicht gedwongen, het priesterkleed afleggen en met heldenmoed vooraan in de gelederen staan, om voor diezelfde republiek te strijden en hun leven te wagen. Maar hoe patriotisch de Roomsche geestelijkheid in deze landen ook optreedt, tegelijk bezit de Roomsche Kerk een macht, die boven de volkeren en natiën staat, die geen vaderland en geen aardschen koning heeft, en die juist daarom de belangen van het Christendom in het algemeen kan behartigen en bij de Vorsten en Mogendheden er op aan kan dringen, dat aan dezen wrceden oorlog, die almeer een menschenslachting dreigt te worden, een einde worde gemaakt. En kwalijk kan ontkend, dat de Roomsche Kerk daardoor niet weinig aan invloed wint, dat zij, zonder aan het patriotisme van haar geestelijken te kort te doen, toch tegelijk in de bres kan springen voor de Christelijke humaniteit en de Christelijke cultuur.
Voor de Protestantsche Kerken, die zulk een internationale organisatie en zulk een centraal gezag missen, is de positie veel moeilijker. Ze zijn overal in den volsten zin »nationale" kerken geworden en zoo met het volksleven saamgegroeid, dat ze, waar hun land in oorlog gewikkeld wordt, schier niets voor den vrede kunnen doen. Elke roepstem tot vrede, door zulk een Kerk gericht tot de mogendheid, met wie men in oorlog is, zou als dwaasheid worden afgewezen, en wanneer de Kerk zich met zulk een roepstem wendde tot de eigen regeering, zou ze gevaar loopen verdacht te worden van onvaderlandlievendheid en van heulen met den vijand. De groote zedelijke kracht, die anders van Christus Kerk zou kunnen uitgaan, om de volkeren weer tot vrede te vermanen, ontbreekt hier dus zoo goed als geheel. Men zag het nog pas weer in Engeland, waar de geestelijkheid, niet alleen van de Episcopaalsche Kerk, maar ook van de nonconformiste^', , bij monde van haar uitnemenste tolken openlijk verklaren kwam, dat Engeland in dezen strijd het recht volkomen aan zijn zijde had en daarom het volk werd opgewekt, om met alle kracht dezen strijd vol te houden tot het bitter einde toe. En er is geen twijfel aan, dat ook de geestelijkheid der Protestantsche Kerken in Duitschland, wanneer ze daartoe geroepen werd, eenzelfde verklaring, maar dan ten gunste van Duitschland's recht, zou afleggen. Natuurlijk bidt men daarom in deze Kerken ook wel om vrede, maar men denkt daarbij liefst aan een viede, die door overwinning van het eigen leger bevochten wordt, en van een daad, om de volkeren tot vrede te manen, is geen sprake.
Maar hoe moeilijk door deze vernationaliseering der Protestantsche Kerken het vraagstuk ook moge geworden zijn, toch mogen we door de Roomsche Kerk ons niet laten beschamen. Niet alleen omdat de positie der Roomsche Kerk ongemeen zou versterkt worden, wanneer zij alleen de rol van vredestichtster op zich nam, maar bovenal omdat de Protestantsche Kerken ter wille van hun band met het nationale leven hunne hoogere Goddelijke roeping niet verzaken mogen. Van een diplomatieke zending namens de Protestantsche Kerken naar de hoven der verschillende oorlogvoerende Mogendheden kan daarbij natuurlijk geen sprake wezen. Maar wel kunnen de Protestantsche Kerken èn door de prediking op den kansel èn door het geschreven woord haar invloed ten gunste van den vrede doen gelden; ze kunnen de vorsten en volkefen bidden om aan dit vreeselijk oorlogsspel een einde te maken, en ze kunnen elke poging steunen, die tot bemiddeling en vredestichting leiden kan. En de beteekenis van dezen invloed, dien de Kerk kan uitoefenen, onderschatte men niet. De publieke opinie is in onze dagen een macht, waarmede ook de regeeringen te rekenen hebben. Juist die publieke opinie nu kan de Kerk door haar prediking bewerken. En naarmate die publieke opinie in Europa en Amerika steeds krachtiger om herstel van den vrede op deugdelijken grondslag roepen zal, is er kans, dat de pogingen tot bemiddeling zullen slagen. In den oorlog tusschen Japan en Rusland is het aan Amerika's president gelukt een eervollen vrede te bewerken; de thans door president Wilson beproefde poging om di^ vrede te bewerken tusschen de oorlogvoerende Mogendheden, mislukte; maar wanneer de publieke opinie, wanneer met name de Christelijke Kerken in Europa en Amerika steeds luider op herstel van den vrede aandringen, dan zal niet alleen daarin een aansporing liggen voor den president om deze poging te herhalen, maar ook de kans van welslagen daardoor niet weinig worden verhoogd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 11 oktober 1914
De Heraut | 4 Pagina's