Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Voorwaardelijke veroordeeling.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voorwaardelijke veroordeeling.

5 minuten leestijd

Bij den uitgever G. J. A. Ruys, te Utrecht, verscheen dezer dagen een lijvige studie — het boek is 360 bladzijden groot — van de hand van Prof. Fabius, wiens werklust en werkkracht nog even groot blijft en die door deze studie opnieuw licht tracht te verspreiden over de antireyolutionnaire beginselen in verband met ons strafrecht. Ofschoon we als kerkelijk blad niet geroepen en ook niet bevoegd zijn om over de juridische vraagstukken, die - in deze studie aan de orde komen, een oordeel te vellen, mag toch op deze hoogstbelangrijke studie wel de aandacht gevestigd worden, omdat het hier bes^inselen raakt, die niet alleen heel de opvatting van het strafrecht beheerschen, maar die ook voor Christus Kerk van het hoogste belang zijn, daar ze met onze Christelijke levens-en wereldbeschouwing in het nauwste verband staan.

Prof. Fabius keert zich in deze studie tegen het nieuwe rechtsinstituut der voorwaardelijke veroordeeling, dat zich ook in onze rechtsbedeeling • ingang zoekt te verschaffen, na reeds in de meeste landen van Europa te zijn ingevoerd. Met deze voorwaardelijke veroordeeling — de naam is minder juist, — wordt bedoeld, dat aan den rechter de bevoegdheid wordt geschonken om in bepaalde omstandigheden de straf, .die door de wet op een misdrijf is 'gesteld, niet toe te passen, mits op voorwaarde dat de overtreder van de wet zich gedurende een bepaald aantal jaren niet aan een nieuwe wetsovertreiHng zal schuldig maken; doet hij dit toch, dan wordt de uitgestelde straf op hem verhaald en heeft hij bij recidive dan dubbel te boeten. Vooral bij lichtere misdrijven wil men deze voorwaardelijke veroordeeling toepassen, omdat daardoor voorkomen wordt, dat iemand wegens een gering vergrijp in de gevangenis zou gaan, waardoor hij voor zijn leven lang geschandvlekt zou worden, terwijl men tegelijk meent, dat door dit voorwaardelijke kwijtschelden van de straf een machtige drangreden hem zal geschonken worden om niet weder tot overtreding der wet te vervallen, daar hij vooruit weet, dat hij dan dubbel zou worden gestraft. Intusschen heeft dit instituut, gelijk ^roï. Fabius aantoont, aan de hoog gestemde verwachting, dat daardoor de misdaden zouden afnemen en vooral de recidive zou worden voorkomen, allerminst voldaan. Vooral in België leidde dit instituut in de practijk tot schromelijk misbruik, daar de rechterlijke macht zelfs bij zeer ernstige misdrijven de voorwaardelijke veroordeeling toepaste en deze voorwaardelijke veroordeeling bij eerste wetsovertredingen zoozeer regel werd, dat het grootste deel der vonnissen onuitgevoerd bleef en bij het volk daardoor al meer de indruk moest ontstaan, dat eenmaal geenmaal was en men gerust en zonder voor straf te vreezen, éénmaal de wet overtreden kon. Gevolg waarvan was, dat het criminaliteits-cijfer in België, in stee van achter uit te gaan, op zeer verontrustende wijze steeg. Maar ook in andere landen, waar men met de toepassing van dit instutuut minder ver ging, zijn de resultaten toch alles behalve geruststellend, gelijk Prof. Fabius in dit wel gedocumenteerde boek aantoont, en dreigt evenzeer het gevaar, dat deze voorwaardelijke straffeloosheid of kwijtschelding van straf het rechtsbesef zal verzwakken en de misdaad zal bevorderen.

Toch is het niet alleen om dit betoog, dat we op deze studie wijzen, maar vooral omdat Prof. Fabius op uitnemende wijze aantoont, hoe aan dit vraagstuk beginselen ten grondslag Hggen, die heel de opvatting van het strafrecht beheerschen eh waarbij het in den diepsten grond gaat om de tegenstelling, of men de straf als vergelding van het kwaad en handhaving van de Goddelijke gerechtigheid beschouwt, dan wel als middel om den misdadiger te verbeteren en de maatschappij te beschermen tegen de antisociale neigingen van zekere individuen, die door hun aanleg en omgeving tot de misdaad gepredisponeerd zijn. Het kan toch kwalijk ontkend worden, na wat Prof. fabius met een breede reeks van citaten heeft aangetoond, dat dit instituut van de voorwaardelijke veroordeeling bepaaldelijk is voortgekomen uit en wordt aanbevolen door den kring van rechtsgeleerden, die van een vergeldingstraf als handhaving der Goddelijke gerechtigheid niet weten willen en dat zij juist in de voorwaardelijke veroordeeling, die al meer in de wetboeken der Europeesche volkeren werd opgenomen, een triomf zien van hun beginselen en van hun rechtsbeschouwing. En in zoover is het volkomen juist, wanneer Prof. Fabius naar aanleiding van het pogen om dit instituut ook in onze rechtsbedeeling op te nemen, daartegen zijn waarschuwende stem verheft en wijst niet alleen op de practische gevaren, maar ook op de principieele vraagstukken, die hier achter schuilen. Juist daaraan ontleent deze studie voor ons haar hoog belang. Ze stelt de principieele antithese weer scherp in het licht, komt met kracht en bezieling op voor het beginsel van het strafrecht, dat naar Oods Woord alleen het juiste is, en maant tot groote voorzichtigheid, om toch niet practisch mee te gaan met hen, die principieel lijnrecht tegenover ons staan.

Nu laten we de vraag rusten, of tegen het tegenwoordige strafstelsel geen ernstige bezwaren bestaan en of daarom niet naar een uitweg moet gezocht worden, wanneer de al te groote strengheid van het recht in sommige gevallen tot onrecht leiden zou. In Duitschland heeft men niet de voorwaardelijke veroordeeling door den rechter, maar de voorwaardelijke gratie door het administratief gezag; in Amerika heeft de rechter de bevoegdheid, in sommige gevallen de straf niet toe te passen, wanneer waarborgen worden gegeven, dat de overtreding niet meer zal voorvallen; zoo bijv. wanneer iemand, die wegens dronkenschap veroordeeld wordt, voor de geheelonthouding teekent, of wie aan vagabondage zich schuldig maakte, voor vasten arbeid zich aangeeft. Maar hoe men ook over deze hulpmiddelen denken moge, aan Prof. Fabius moge dank worden gebracht, dat hij waarschuwde om eerst de beginselen te onderzoeken, voordat men in ons strafrecht een instituut opneemt, dat feitelijk op straffeloosheid van het kwaad zou neerkomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 oktober 1914

De Heraut | 4 Pagina's

Voorwaardelijke veroordeeling.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 oktober 1914

De Heraut | 4 Pagina's