De Synode der
Amsterdam, 30 October 1914.
De Synode der Hervormde Kerk, die deze weken weer zitting hield te 's-Gravenhage, doet u altoos weer denken aan de „lichte snelle kemelin", waarvan de profeet Jeremia sprak, en die, in plaats van een vasten gang te volgen, , , haar wegen verdraait".
Zooals het jonge kemelveulen in de weide ronddartelt, gansch onberekenbaar in zijn luimen en grillen, nu eens vriendelijk u tegemoet ijlend, dan weer plots, verschrikt over eigen stoutheid, met snelle wending zich omkeerend en ijlings u ontvliedend, zoo wispelturig en onbestendig is ook dit hoogeerwaarde college, dat de hoogste bestuursrnacht der Hervormde Kerk in handen heeft en leiding heeft te geven aan het geestelijk leven in onze zoogenaamde «nationale Kerk«.
De Synode was ditmaal vi^eder in hare meerderheid orthodox; natuurlijk niet orthodox in dien zin, dat de Gereformeerden er de overhand hadden, maar zoo, dat Gereformeerden en Ethischen saam bij stemming de meerderheid hadden tegenover de Modernen en Groningers.
Ge zoudt van deze Synode dus verwacht hebben, dat ze althans ditmaal ernst; zou gemaaktvhebben met de belijdenisquaestie. De groote vergadering te 's Gravenhage gehouden, lag nog versch in ieders geheugen, Saamgeroepen, op last der S)'node zelve, had deze massale vergadering van ambtsdragers uit dè-Hervormde Kerk gelegenheid geschonken aan de vertegenwoordigers der orthodoxie, om een beslist, kloek en krachtig getuigenis af te leggen tegen de ontwrichting van de fundamenten der Kerk en het almeér loslaten van de vastigheden van ons geloof. Zelfs de tegenstanders kwamen onder den indruk van het mannelijk woord. Moderne predikanten verklaarden openlijk, dat ze de onhoudbaarheid van hun positie in de Hervormde Kerk hadden ingezien. En de schrijver van het Kerknieuws in de Nieuwe Rotterdammer achtte, dat, nu de onverzoenlijkheid van beide richtingen zoo duidelijk aan het licht was getreden, vreedzaam uiteengaan het beste heilmiddel was. Ieder verwachtte dan ook, dat de Synode, die thans kwam, een beslissend woord zou spreken. Zelfs dreigde Dr. Kromsigt, wien niemand voorliefde voor de Separatie verwijten zal, in de Gereformeerde Kerk de Synode, dat wanneer deze den ernst der tijden ook nu nog niet verstond en weer opnieuw aan 't modderen ging, een bfeuke onvermijdelijk zou worden. En niet alleen, dat zoo verschillende stemmen in de pers uiting gaven aan wat er omging in de gemoederen, maar de aannemingsquaestie, die in tal van gemeenten tot beroering aanleiding had gegeven, toonde dat de spanning zoo hoog was gestegen, dat de wanden der Kerk nauw den druk konden weerstaan en een catastrophe schier onvermijdelijk volgen moest, wanneer de veiligheidsklep niet werd opengezet. -
En wat deed nu de Synode, die onder deze ernstige omstandigheden sarnenkwam en naar welke ieder opzag om van haar het beslissend woord te vernemen?
Ze speelde met de beUjdenisquaestie, die toch het hart der Kerk .raakt, als de kat met de muis. '.^^Ém'l^mgS^^
Een voorstel van den Kerkèraad van Delft orii in het reglement op het Hooger onderwijs de bepaling op te nemen, dat de kerkelijke hoogleeraren hun onderwijs zullen geven »overeenkomstig de beginselen en het karakter der Nederlandsche Hervormde Kerk, kenbaar uit hare belijdenisschriften", werd zonder hoofdelijke stemming afgewezen. Zoo zullen de mannen, die de Hervormde Kerk aanwijst om haar a. s. predikanten te onderwijzen, ook voortaan volkomen vrij blijven, om hun te onderwijzen wat zij zelf willen. Van eenigen band aan de belijdenis der Kerk, als wier dienaren zij optreden, zal geen sprake wezen. Volbloed modernen als de hoogleeraren Knappert te Leiden en Cannegieter te Utrecht zullen voortgaan met de studenten in moderne richting te onderwijzen. En bij de benoeming van nieuwe kerkelijke hoogleeraren zalmen het oude spel zich weer herhalen zien, dat de Synode bereid is als kerkelijke hoogleeraren mannen van iedere richting te benoemen, ook al gaat deze lijnrecht tegen de belijdenis der Kerk in; maar dat alleen aan hen van wie vaststaat, dat ze van harte met die belijdenis instemmen, geen plaats zal worden gegund in het corpus doctum, dat voor de opleiding van de predikanten zorgt.
En precies evenzoo ging het met de voorstellen om althans aan deze a.s. predikanten bij hun proponentsexamen een vasten band aan te leggen, door in de proponentsformule achter de woorden: de beginselen en het karakter van de Hervormde Kerk hier te lande", in te voegen de woorden: zooals deze gekend worden uit hare belijdenisschriften", eri achter de belofte »om te verkondigen het Evangelie van Jezus Christus", de woorden uit Rom. 4:25: overgeleverd om onze zonden en opgevyekt om onze rechtvaardigmaking". Ook deze beide voorstellen werden met 11 tegen 5 stemmen verworpen. De Synode handhaafde de vage, nietszeggende proponentsformule; elke toevoeging, waardoor aan proponenten die met haar belijdenis het niet e!? ns zijn, de toegang tot het ambt geweerd werd, werd verworpen. Zelfs de eigen woorden aan de H. Schrift ontleend, waarin de belijdenis aangaande Christus werd uitgedrukt, mochten niet in het proponentsformulier worden opgenomen. Natuurlijk niet, omdat de Synode den euvelen moed had deze uitspraak der Schrift zelve als onwaar te verwerpen. Er waren uitvluchten en doekjes voor 't bloeden genoeg bij de hand, waarmede dè Synode haar feitelijke verloochening van deze grondwaarheden der Schrift bedekte. Maar feit is en blijft, dat deze zoogenaamd orthodoxe Synode deze woorden, die letterlijk aan de H. Schrift ontleend zijn en waarin steeds door heel de Christelijke Kerk de hoofdzaak van haar Christelijk geloof is gezien, niet in de proponentsformule wilde opnemen, en door deze weigering thans wettelijk heeft vastgesteld, dat ook wie loochent, dat Christus is overgeleverd om onze zonden en is opgestaan tot onze rechtvaardigmaking, vrij als predi-, kant op haar kansels mag optreden. Dat is de eigenlijke beteekenis van dit besluit. En toch, indien men uit deze beide beslissingen, waarbij het om de leervrijheid ging, zou willen afleiden, dat de Synode in alles den modernen ter wille was, vergist men zich. Ze handhaafde wel de leervrijheid voor de predikanten; ze deed dit ook voor dq hoogleeraren, die de prekanten opleiden, maar bij de zoogenaamde aanneming der lidmaten bleek ze plotseling van gezindheid veranderd en nam ze een beslissing, die wel zwak, maar dan toch ongetwijfeld ten nadeele van' de modernen was. Het voorstel van de niodernen om bij de belijdenis het doen van belijdenisvragen te laten vervallen en alleen onderzoek te doen naar de gebleken mate vari kennis, , werd eenparig afgewezen uit vrees > ; voor te groote losbandigheid». En de Synode ging nog verder. Het voorstel van confessioneele zijde om uit het de.sbetreffeiide reglement de bepaling te laten vervallen, dat deze belijdenisvragen, althans wat ïden geest en de hoofdzaak betreft van de daarin vervatte belijdenis, verklaring en belofte«, moesten voorgelegd worcks aan de zoogenaamde aannemelingen, werd met 10 tegen 9 stemmen aangenomen. De vragen moeten dus letterlijk worden gedaan en de moderne predikanten zullen niet meer met een beroep op de «geesten hoofdzaak», deze belijdenisvragen, naar willekeur kunnen veranderen. Zelfs een laatste nood.sprong van de modernen, om dan althans in 't artikel de verklaring op te nemen, dat de aannemelingen op deze vragen naar »geest en hoofdzaak* mochten antwoorden, vond geen genade in de oogen der S}node. Het zoo dikwijls gewraakte »geest en hoofdzaak», waarmede de achterdeur voor allerlei willekeur was opengezet, zal dus, wanneer dit besluit wet wordt — eerst een volgende S)'node beslist er definitief over — uit het reglement vervallen, en de modernen. klagen dan ook bitter, dat dit een teruggang, een verkorting der vrijheid is. Enkele jaren geleden, schrijft de Hervormittg, doopdwang en nu vragendwang. het wordt er niet frisscher op in onze Kerk." En de verslaggever der Synode noemt dit zelfs een »voor de vrijzinnigen noodlottig besluit." Hier zegepraalde dus de orthodoxie, en de bittere verwijten van moderne zijde over dit besluit tot de Synode gericht, toonen wel, hoe hard de slag aankwam. Alles zal dan ook wel op haren en snaren gezet worden om te zor gen, dat een volgende Synode dit besluit niet tot »wet« verheft. Het zou feitelijk beteekenen, dat geen modern lidmaat meer met goede conscientie kon aangenomen worden. Want met die belijdenisvragen, zooals ze letterlijk luiden, kan een moderne het niet eens wezen. Alleen met verkrachting van zijn conscientie kan hij op die vragen ja antwoorden.
Zoo heeft de Synode dus toch de orthodoxen weer in het gelijk gesteld? Ge vergist u, in dezelfde zitting nam ze een nieuw besluit, dat voor de Hervormde Kerk niet minder fataal is als wat ze in zake het onder\\ijs harer hoogleeraren en de proponentsfcnmule besloot. Voorgesteld was om in de derde belijdenisvraag de woorden in te voegen, na de belofte, dat men de verordeningen der Hervormde Kerk zou opvolgen, »in gehoorzaamheid aan Gods Woord." Metterdaad stak in deze bijvoeging een fundamenteel beginsel van het Gereformeerde Kerkrecht. Het in gehoorzaamheid aan Gods Woord sluit toch in, dat niet het Reglement, maar Gods Woord in de Kerk te beslissen heeft, en zou bij conflict tusschen het Reglement en Gods Woord de vrijheid hebben gelaten, om Gode meer te gehoorzamen dan de S}'node. En juist dat wilde de Synode niet. Haar reglement is de hoogste wet in de Kerk. Het voorstel werd dan ook afgewezen.
Zoo heeft deze Synode niemand bevredigd. Ze stelde evenzeer de confessioneelen als de modernen te leur. Van hoogeren moed om voor de waarheid Gods op te kómen en een beslissing te geven in het kerkelijk leven, was geen sprake. Het was een geven en nemen, een bemiddelen en modderen, een sparen van de kool en de geit.
En wie de wonderlijke wegen van deze S\'node nagaat, zal het niet te kras vinden, wanneer we in den aanvang van ons artikel haar vergeleken bij de lichte snelle kemelin van Jeremia.
Ze was immers ongestadig in al hare wegen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 november 1914
De Heraut | 4 Pagina's