Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

7 minuten leestijd

Ook het vervolg van wat Ds. Wielmga in de m Overijsselsche Kerkbode schreef naar aanleiding van de „waarschuwing" door de Wac/i/er-gToep aan de professoren der Theologische School gericht, nemen we over:

Om de beteekenis van de waarschuwing aan het adres van onze hoogleeraren te Kampen goed te gevoelen, moeten wij op nog ééns omstandigheid letten. Z> e Wachter, het orgaan van de officieuze eschermers en verzorgers onzer school, is zielkundig goed opgezet. Er is een staf van redacteuren en vaste medewerkers, die de opleidingskwestié'' vooral uit schriftuurlijk en historisch oogpunt beschouwen. Doch daarnaast is ook ruimte gelaten voor het vrije woord, het woord van d.n man uit et volk, die uiting geeft aan wat er zoo in de kerken leeft, en meer dan een redacteur of vaste edewerker dat kan, ook menigmaal ronduit zegt wat men al zoo fluistert ofmaar denkt. Langzamerhand vormde zich zoo een klein getal van geheel losse medewerkers; een tamelijk scherpe mixtuur. In die ingezonden stukken kan men veelellezen wat de Wachter-manncn (de uitdrukking is van hen zelven) willefi, maar wat men nu niet zoo officieel zeggen kan. Nu de redactie eenmaal begonnen is die stukken altijd maar op te nemen, hebben ook deze mannen van het vrije woord een soort historisch recht verkregen, en om te weten wat er in de kerken omgaat, moet men vooral op hun woord letten. Het is menigmaal van wondere oprechtheid.

Een dier broeders spreekt in een ingezonden stuk, onder het motto: Ende desespereert niet, een hartig woordje aan het adres van de hoogleeraren te Kampen, dat een ernstige waarschuwing inslui.

Na eerst gezegd te hebben, wat hij van deze Haagsche Synode denkt, die hij als een voortzetting van de Synode ter benoeming van den vijfden hoogleeraar als »Den Haag IV" betitelt, en die zelfs bij de lage verwachtingen welke hij er van had, hem nog is tegengevallen, krijgt eerst Prof. Honig een beurt. Deze broeder heeft immers in zijn_ rectorale oratie den wensch uitgesproken, dat de icwestie van het doctoraat nu maar moet blijven rusten. De inzender laat Prof. H. weten, dat deze wel als aftredend rector, in een officieel woord zoo iets kan zeggen, maar dat hij het er niet mede eens is, en dat het niet gaan zal. Prof. H. kent z.i. te weinig »het acdeve element dat reeds zooveel deed in de opleidingskwestie en dat ook vóór de toekomst nog niet meent rust te kunnen nemen." «Prof. Honig is een man des vredes; nam tot nog toe meer een passieve dan een actieve houding in de opleidingskwestie aan", maar, daar komt het gezegde feitelijk op neer, weet eigenlijk niet waar het hun om te doen is; dus wat hij als aftredend rector zeide, behoeft voor hen niet zooveel waarde te hebben.

Zoo wordt in het blad tol steun aan de Theol. School, de aftredende rector dier school eventjes in een hoek gezet.

Doch dat is maar terloops. De man die gewaarschuwd moet worden in het publiek, welke waar­ f schuwing de redactie van IJc PVaih/cr opneemt zonder een woord van kritiek, is Prof. Hoekstra. Zeker, er was zooals br. Br. (de man van het vrije woord, vriendelijk vergoelijkend spreekt), in zijn optreden «wel iets dat goede hope geeft voor de toekomst die wij met dezen jongen Hoogleeraar tegemoet gaan« (vooral dat »jonge« wijst er op, dat men wat volgt hem nu niet zoo euvel moet duiden) maar ook was zijn gesproken woord eenigszins een verrassing». Hij heeft het jus promovendi gevraagd voor de school, niet als school der kerken, maar als wetenschappelijke school. En Prof. Bouwman als redacteur der Bazuin, het officieele blad der school, heeft daar zijn volle instemming mede betuigd, Wat br. B. verder schrijft is niet geheel duidelijk; maar dat doet er niet toe; hoofdzaak is dat hij Prof. H. nu in het publiek gaat afstraffen. Ja hij doet erger. Hij verklaart dat men Prof. H's woorden niet nemen moet zooals hij ze uitgesproken heeft: Prof. H. bedoelt niet «dat de school ten opzichte van het doctoraat eene zelfstandigheid zou hebben, waar de Synode zich eigenlijk niet mede te bemoeien zou hebben», of liever hij verzoekt Prof. H. zijdelings, om zich nader te verklaren, maar dreigt hem d n tevens zijn uitgesproken stelling niet te handhaven, want dan zouden de gevolgen weleens niet te overzien kunnen zijn.

«Maar men zou ook«, zoo schrijft hij immers:

Maar Imen zou ook een soort exotische gedachte in de heele opleidingskwestie inplanten, met de vooropstelling van deze zelfstandigheid der school, zelfs tegenover de Synode en tegenover de kerken.

Want hiermede zou een factor kunnen zijn binnen gehaald die tot onberekende en wellicht geheel onbedachte uitkomsten zou kunnen leiden. Dit zou er wel eens toe kunnef leiden, dat de school op meer dan een punt van onder het zeggenschap der kerken vandaan zou komen. Welnu, een stelling, of een handeling die dit voorname beginsel van I heel den opleidingsstrijd in gevaar brengt, moet onze volle waakzaamheid hebben.

Al was het maar op dit eene punt van het Doctoraat, als de school het zelfstandig ging verleenen, dan zoude de jurisdictie der kerken over de school tegelijkertijd genegeerd zijn, en voor der Wachtermannen besef een ernstig beginsel in de verhouding van kerk en Theol. school geschaad zijn.

Ik weet wel, de school zal dit niet ondernemen; maar dan moet men voorzichtig zijn en Prof. Lindeboom niet tegen Prof. Hoekstra uit gaan spelen, of omgekeerd. Hier komt nog een zeer fijn historisch motief bij.

Het valt toch licht te erkennen, dat het element van de leden der kerken, die zich in het gansche land opgemaakt hebben om een steun te zijn voor de school, niet zonder groote beteekenis is gebleken voor het bestaan en den bloei der school.

Tusschen de school en deze breede groep van broeders en zusters is eene hartelijke verhouding ontstaan in den loop der jaren, als is die hartelijkheid lang niet onberedeneerd. En nu is 't waar dat dit nog geen zeggenschap of jurisdictie is. Volstrekt niet, dat zouden zij ook niet willen; neen, het zeggenschap is en blijft bij de kerken. Maar wel j wil het dit zeggen, dat men bij zoo hartelijke ver­ j houding als ontstaan is tusschen bedoelde broeders en zusters en de Theol. School, op moet passen, om die hartelijke verhouding niet te doen plaats maken voor een academisch intellectualisme. Dat kon op den duur die hartelijke verhouding wel eens doen verkoelen, en dan ware de school vele vrienden en pleitbezorgers kwijt, iets wat zeer zeker tot schade voor de school zou zijn.

Zoo worden de Prof. Bouwman en Hoekstra gewaarschuwd. Willen zij met de school den steun der iVachter-\ï\e.n6.sTx genieten, dan hebben zij ook naar hunne pijpen te dansen. Dan hebben zij niet in de eerste plaats hunne persoonlijke overtuiging uit te spreken, of voor te staan wat zij zelven in het belang van de kerken en de school achten te zijn, maar wat als dogma wordt uitgeroepen door «dat element van de leden der kerken, die zich in het gansche land opgemaakt hebben om een steun te zijn voor de school; en dat niet zonder groote beteekenis is gebleken *; C'Or het besta.in en-den bloei der school*.

Zoo strijdt De Wachter' voor het welzijn der school, en waardeert zij de personen van hare hoogleeraren. Zij zullen zich toch zeker hier wel boven verheven achten.

boven verheven achten. Er staat boven deze vaste rubriek van ingezonden stukken wel: buiten verantï^oordelijkheid de redactie, maar door telkens zulk geschrijf van dezelfde personen op te nemen, hecht zij er haar zegel aan en staat zij voor hun doen mede verantwoordelijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 7 februari 1915

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 7 februari 1915

De Heraut | 4 Pagina's