Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

8 minuten leestijd

In Bethesda schrijft Ds. L M. Mulder, geestelijk verzorger te Veldwijk, - een in riiemoriam ter gedachtenis aan Ds. de Mol Moncourt, die 15 Februari aldaar overleed. Waar de naam van Ds. dé Mol Moncourt in de dagen der Doleantie vaak genoemd en ook niet weinig gesmaad ia geworden, moge dit loffelijke getuigenis van Yeldvdjk's geestelijke verzorger, die hem zoo van nabij kennen leerde, hier een plaats vinden:

Een kort levensbericht aangaande den beminden, kranken broeder, die den 15en Februari van dit jaar op-onze stichting Veldwijk in Jezus ontsliep, t vinde in dit maandschrift een plaats.

Een langen, bangen lijdensweg heeft de Heere dezen eraeritus-dienaars des Woords doen bewandelen, en wie in de gelegenheid was, hem in zijn lijden gade te slaan, en dat gebroken leven aanschouwde, kon niet anders dan met groote deernis over hem en in hem ook over zijn gade en kind vervuld zijn. Wanneef men hem, , vooral in de laatste weken en maanden zag nederliggen, kon men zich moeilijk voorstellen, dat ook hij eenmaal een door velen gezocht Evangeliedienaar was, die met gloed en liefde voor zijnen Meester de boodschap des heils bracht. En toch was dat zoo. Menigeen heeft onder zijn prediking de heerlijkheid gesmaakt van de woorden des levens. Menige ziel is door hem gesterkt. En voor sommigen was hij een geestelijke vader, en in de hand Gods het gezegend middel tot zelfontdekking.

Maar zijn werkdag heeft niet lang geduurd.

Ds. de Mol Moncourt was geboren den 27 Augustus 1856 te Groningen, waar hij in het huisgezin zijns vaders een degelijke, christelijke en ook maatschappelijk uitnemende opvoeding genopt. Na aan de Universiteit van Utrecht, waar hij om zijn godsvrucht bij zijn vrienden bekend en bemirid was, zijn studiën volbracht te hebben, ving hij !in 1883 zijn dienstwerk aan te Bunnik, waar hij yjedurende 2yj jaar met veel toewijding arbeidde en vooral de lammeren der kudde aan zich wist te verbinden.

Zijn tweede gemeente was Vriezenveen, waar een Christelijke school door zijn overmoeiden ijver tot stand kwam, en waarvan ook de eerste steen door hein werd gelegd. Opmerkelijk dat de liefde voor het Christelijk onderwijs, tot het laatst v.-in zijn leven toe, onzen broeder zoo krachtig is bijgebleven. Toen tengevolge van zijn lijden zijn ver­ , standelijke vermogens langzamerhand almeer beneveld werden, bleven er altijd nog enkele onderwerpen over, waarover hij gaarne sprak. Wat eenmaal b.v. mannen als Witteveen en Chevallier voor het Veluwsch dorpje Ermelo geweest waren en Wat het Christelijk onderwijs beteekende voor ons volk, dat waren zijn geliefkoosde onderwerpen. Wanneer men dat maar aanroerde, leefde Ds. de .Vloncourt op, en dan moest men menigmaal spoedig het gesjjrek afbreken, omdat zich rustig houden voor hem een vereischte was.

Ook de Zending had in de dagen zijner kracht de volle liefde van zijn hart. In Vriezenveen verzamelde hij reeds om zich een kring van belangstellenden in dien arbeid. En later, toen hij reeds op Ve dwijk verzorgd moest worden, had hij in zijn zakboekje de namen staan van zendelingen, die hij niet wenschte te vergeten, en die hij in het gebed bizonder wenschte te gedenken. Trouwens, de lijdende broeder sprak het eens uit töt iemand, die. hem bezocht: „Vrijdags is de dag, waarop ik altijd voor de Zending bid."

Of nu Vriezenveen een te groot en te zwaar arbeidsveld was, dan wei of de kerkelijke strijd van _de dagen der Dolean!!, ? ; zijn zwak zenuwgestel te zeer aangreep — wij weten het niet. Maar in dien tijd openbaarden zich de eerste verschijnselen der ziekte, die wel aanvankelijk hem nog niet den arbeid geheel belet en, raaar die toch met vreeze en zorg voor de toekomst vervulden, i^esloten werd het dirukke arbeidsveld van Vriezenveen vaarwel te zeggen. Wel viel het scheiden iwaar, zoowel voor den leeraar als voor de gemeente, voor wie hij «onvergetelijk* geworden was. De Heere gaf zelfs bij het afscheid nog kennelijken zegen, toen, — op de bede van den scheidenden leeraar, dat zijn laatste woord tot de gemeente niet ongezegend mocht blijven, maar vrucht mocht dragen, al was het maar voor ééne ziel — de Heere blijlcbaar medewrocht en één der samengestroomde hoorders in het hart gegrepen, werd. Doch, hoe pijnlijk ook het uiteengaan was — het scheen alzoo Gods weg te zijn en Nieuwerkerk a/d. IJse! *erd de derde gemeente.

De derde... en helaas na korten tijd ook de laatst e! Ofschoon reeds lang het hart overhelde naar de Doleantie, tot uittreden was het nog niet gekomen. Doch dat geschiedde nu in Nieuwerkerk. Dageii van moeite en groot verdriet braken echter daarmede aan. Voor de rust van eigen hart en geweteij werd de gewichtige stap ondernomen, maar ander-i zijds vermeerderde aan den buitenkant van het leven de strijd en de onrust. Op een gegeveii tijdstip moest binnen drie dagen de pastorie ont-; ruimd worden en kwam het gezin van den dienaaxi des Woords in de grootste moeite, want nergensi was er een huis te vinden, waar het gezin, bestaande uit man en vrouw en twee kinderenj met eene dienstbode, intrek kon nemen. En wei gaf de Heere uitkomst, toen, nadat in de pastorie met den kerkeraad de zaak in het gebed voor den Heere gebracht was, schier onmiddellijk na het Amen een broeder der gemeente aanbelde met de boodschap, dat hij voor het gezin een gedeelte van zijn huis wilde ontruimen, maar al dergelijke omstandigheden grepen toch het zenuwgestel van Ds. de Moncourt te zeer aan. De kwaal verergerde. Zoolang mogelijk werd de arbeid voortgezet. Ook in Nieuwerkerk werd een school gesticht. Maar: eindelijk werd toch een tijdperk van rust noodig; straks gevolgd door aanvrage om emeritaat. En ofschoon aanvankelijk de verpleging in eigen huis te Zeist nog plaats hebben kon, toch werd ook dat te moeilijk; zoodat sedert Mei 1894 de stichting-Veldwijk hem op de lange lijst harer kranken ingeschreven vindt.

Wat er' in die meer dan twintig jaren is door-A-órsteld én geleden, laten wij rusten. De vorm zijner krankheid was van dien aard, dat wel langzamerhand de toestand achteruitgaande was, maar toch bleef er gedurende langen tijd een betrekkelijke mate van helderheid. Dat maakte voor den lijder eeherzijds het dragen van zijn kruis moeilijker, omdat hij zich nu rekenschap kon geven van zijn toestand, anderzijds echter was dat ook weer een groote gunst des Heeren, want nu kon hij nog veel genieten en veel ook getuigen van wat er in zijn binnenste omging en van zijn liefde tot Christus.

En dat heeft hij trouw gedaan. Anderen heeft hij vertroost, en zijn Bijbel, dien hij altijd bij zich droeg, was hem, een «portefeuille met bankpapier geldig bij de hemelsche bank< , waarmede hij soms degenen, die hem verzorgen moesten, beinoedigde.

In den laatsten tijd werd het echter almeer een snelle afloop der wateren. De samenkomsten op den Rustdag konden niet meer.worden bijgewoond. Dè lijder werd bedlegerig. De geestestoestand werd al minder. Zoodat, toen in het begin van Februari er nog een longontsteking bijkwam, de toestand al spoedig van dien aard werd, dat men niet anders verwachtte of Ds. de Moncourt zou heengaan. Maar heerlijk was het te merken, hoe ook in die laatste dagen uit dezen lichamelijk en geestelijk zoo diep ingezonken lijder de kracht der genade naar voren trad. Met een beslistheid, die we niet meer verwacht hadden, gaf hij op de vraag of het oog op den Heere Jezus gevestigd was, ten antwoord: door Gods genade ja! En bij eene aanhaling uit den 25en Psalm, stak hij nog den laatsten , avond zijns levens de hand uit en Het den ring zien, dien hij droeg, met de woorden er op: »De Heere is mijn Herder*.

. En zoo is dan onze broeder , heengegaan. Hij heeft nog in zijn krankheid een lichtspoor nagelaten. Lijdende heeft hij anderen lijden geleerd, en stervende heeft hij ons gewezen op Hem, die als de Goede Herder eenmaal alle zijne schapen binnen brengt in zijns Vaders huis. Wel mocht, toen met eénen kleinen kring van familie en vrienden op Veldwijks doodenakker het stoffelijk overschot van den ontslapene ter aarde besteld werd, de eenige dochter, ook namens haar lijdende moeder, bij de geopende groeve allereerst woorden van dank aan den Heere spreken, die aan haar lieven vader zoo heerlijk de macht zijner genade had geopenbaard en onder zijn lijden hem zoo menigwerf had verkwikt.

En wat Veldwijk betreft, wij hebben de heerlijke beteekenis onzer stichting dieper dan immer gevoeld aan het sterfbed en bij de geopende groeve van dezen dienstknecht des Heeren. Welk een voorrecht voor hem, dat Veldwijk er was! En welk een eere voor Veldwijk, Gods kinderen te kunnen dienen in zoo groot leed en onder zoo zwaar kruis.

Op Veldwijks kerkhof sust het stof van Ds. de Moncourt. Doch wij staren hem na met blijdschap in het hart, want wij stemmen van hai te in met het aangrijpende woord, dat zijn hooggeachte gade ons schreef;

„Het witte kleed der gerechtigheid van Christus en de palmtak der overwinning, door Hem die ons liefgehad heeft, sieren den voor ons onvergetelijken echtgenoot en Vader. Wij hopen hem eenmaal weer te zien, waar wij altijd zullen juichen, Gods bedoelingen zullen verstaan en nooit meer zullen weenen over het leed, dat hier ons deel was, maar ons toch nader bracht tot God".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 2 mei 1915

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 2 mei 1915

De Heraut | 4 Pagina's