Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het eerste jaar van den schrikkelijken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het eerste jaar van den schrikkelijken

4 minuten leestijd

Amsterdam, 17 September 191S.

Het eerste jaar van den schrikkelijken wereldoorlog ging voorbij en nog doen zich geen teekenen voor, dat weldra aan de menschenslachting een einde komen zal. Al banger worden de finantieele lasten, die op de volkeren worden gelegd; al hooger stijgen de offers aan mènschenlevens, die de oorlogsmoloch vraagt; maar geen der oorlogvoerende Mogendheden denkt er nog aan, het zwaard tot de scheede te doen wederkeeren. Eer schijnt men over weer vast besloten de worsteling tot het bitter einde voort te zetten, en maken de legers zich reeds voor een tweede wintercampagne gereed. De vredesduif, door den Paus uit de ark der Roomsche Kerk uitgelaten, keerde nog niet met het olijfblad in den bek terug.

Maar hoe droef dit alles ook stemmen moge, en hoezeer het ons Christenvolk moet uitdrijven tot gebed, opdat God de Almachtige den vrede onder de natiën doe weerkeeren, toch is er te 'midden van deze sombere tragedie van ons menschelijk geslacht wel oorzaak te over voor ons volk, om dankbaar jegens God den Heere te zijn.

Nog bleef ons land voor de schrikkelijke ramp gespaard^in dezen wereldoorlog te worden betrokken. De paniek, die. een jaar geleden zich van ons volk had meester gemaakt, week. Het leven hernam allengs I zijn gewonen gang. Onze landbouw èn handel maakten zelfs ten gevolge van den oorlog niet geringe winsten. Eri wel stegen de prijzen der levensmiddelen, werden de belastingen verhoogd en eischte de handhaving onzer neutraliteit de instandhouding van een machtig leger op de grenzen van ons vaderland, maar wat zijn deze offers vergeleken bij de namelooze ellende, die door de oorlogvoerende natiën geleden wordt? Hoe hard het voor onze mannen moge zijn, dat ze nu meer dan een jaar aan gezin en arbeid onttrokken werden, wie in het buitenland zag de arme verminkten en gewonden, die van de slagvelden waren weergekeerd; zag den hangen rouw, ! die over zoö menig gezin werd gebracht, doordat de vader of zoon sneuvelde op het veld van eer, zal toch dankbaar wezen, dat geen zwaarder offer van ons volk werd gevraagd. Het bange lot, dat België trof; de schrikkelijke verwoesting, die over Gallicië, Polen en Oost-Pruisen kwam, waar duizenden dorpen zijn verbrand en vernield, had ook ons volk kunnen treffen. Is het niet een wonder, dat Nederland, dat tusschen twee der oorlogvoerende Mogendheden gelegen is en om zijn strategische positie voor elk dier Mogendheden van zooveel belang is, tot dusverre aan den oorlog ontkwam. En dat hebben we niet in de eerste plaats aan de sterkte van ons leger of aan het wijs beleid onzer regeering, maar aan de genadige bescherming van den Heere onzen God te danken.

Te ernstiger klemt daarom de vraag, of ons volk deze weldaad Gods wel genoeg waardeert. Een jaar geleden, toen het gevaar ook voor ons land zoo dreigend scheen, scheen er dieper ernst in ons volksleven gekomen; er was weer een zoeken van het aangezicht des Heeren, weer een luisteren naar Zijn Woord. Aan wereldsch vermaak werd minder gedacht en de kerkgebouwen vulden zich. De partijtwist werd vergeten en de eenheid, van ons volk werd weer gevoeld. Voor weelde en zingenot werd minder uitgegeven, maar mild stroomden de gaven der barmhartigheid om in dien nood der armen te voorzien. Onze Koningin ging ons daarbij zoo uitnemend voor, en het scheen, alsof er een betere geest óver ons volk was gekomen.

Wie thans, nu we een jaar verder zijn gekomen, zijn oor te luisteren legt naar de tonen, die uit' het hart van ons volk voortkomen, kan niet zeggen, dat deze ernst gebleven is. De spanning week. Immers de onweerswolken, die ons dreigden, waren afgedreven en het Damocles-zwaard hing niet meer boven ons hoofd. Zoo kreeg een valsch gevoel van veiligheid de overhand. De rijke oorlogswinst, ons volk in den schoot geworpen, deed het weeldeleven weer toenemen, en de gaven der barmhartigheid hielden daarmede geen gelijken tred. Zooals nog pas het verslag van Amsterdam aantoonde, nam het bezoek van bioscoop, komedie enz. toe en het publiek, dat eerst de kerken vulde, slonk weg. En niet alleen tusschen de politieke partijen, maar ook helaas tusschen de Christenbroeders werd de strijdbijl weer opgegraven.

Dat alles stemt niet alleen tot droefheid, het doet ook de vraag opkomen of de geeselroede, waarmede God de volkeren van Europa kastijdt, ons land wel gespaard zal blijven. Moge daarom althans onder ons Christenvolk een geest van verootmoediging gevonden worden. Gods weldaad zou anders door onze ondankbaarheid worden verbeurd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 september 1915

De Heraut | 4 Pagina's

Het eerste jaar van den schrikkelijken

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 september 1915

De Heraut | 4 Pagina's