Duurtetoeslag.
"Te'rfec'ht ' wijSt* een inzender in ons blad er op, dat tengevolge van den oorlogstoestand het salaris van onze predikanten ontoereikend is geworden. Zelfs al laten we de vraag in 't midden, of hetgeen de Kerken uitkeerden, vroeger voldoende was om te zorgen, dat de predikant en zijn gezin > zonder zorge leven" kon, zooals in den beroepsbrief wordt beloofd, dan spreekt het toch vi'cl van zelf, dat een salaris, dat nauwelijks voldoende was om in gewone tijden rond te komen, beslist onvoldoende is geworden, nu de prijzen der levensmiddelen met bijna 30 pCt. gestegen zijn en de belastingen met het oog op de oorlogsuitgaven zoo belangrijk zijn geklommen, dat het Rijk alleen op de inkomstenbelasting 33 pCt. verhooging heeft gelegd.
Algemeen is dan ook de billijkheid erkend, dat aan degenen, die van een gering salaris moeten leven, een duurtetoeslag wordt gegeven. Mr. de Vrjes drong nog pas in zijn referaat'op de jaarvergadering van den bond der antirevolutionaire gemeenteraadsleden met kracht er op aan, dat de gemeenteraden aan degenen, die in dienst der gemeente staan, zulk een duurtetoeslag zouden schenken. En waar zoo in de maatschappij het recht op zulke een diiurtetoeslag steeds meer erkend wordt, daar heeft de Kerk van Christus zeker nog veel meer de verplichting om in dezen bijzonderen nood van Christus' dienaren te voorzien. Z^s geldt dit niet alleen ten opzichte vSn "de predikanten, maar evenzeer, gelijk , .een ander inzender opmerkte, ten opzichte van de emeriti-predikanten, en de predikantsweduwen en weezen. Het krap gemeten pensioen, hun toegekend, reikt in deze dure tijden niet meer toe, zelfs niet voor de eenvoudigste levensbehoeften.
Of nu het middel, dat de inzender aanbeval, om aan de predikanten te vergunnen meer vacaturebeurten te Vervullen en dan tegelijk de vergoeding voor deze bewezen diensten te verhoogen, . aanbeveling verdient, betwijfelen we. Vooreerst zou dit alleen ten goede komen aan die predikanten, wier dienst 'in zulke vacante kerken gevraagd wordt, terwijl anderen, die wellicht even groote behoefte aan versterking van hun inkomsten hebben, er niet van zouden profiteeren.En ten tweede zou dit er toe kunnen leiden, dat een predikant zijn eigen gemeente ging verwaarloozen, ten einde een behoorlijke bijverdienste te krijgen. Veel beter schijnt het ons daarom, dat de Kerkeraden, aan wie bekend is, dat hun predikant door de buitengewone omstandigheden in [ financieelen nood verkeert, hem een buitengewone toelage geven. Laat men niet zeggen, dat dit onmogelijk is, omdat daardoor te veel van de offervaardigheid der gemeente zou gevergd worden. De buitengewone winsten, die tengevolge van den oorlog inzonderheid door onzen boerenstand gemaakt zijn, hebben de financieele draagkracht van ons volk niet onbelangrijk verhoogd. En het zou waarlijk geen te groot offer wezen, wanneer van'deze winst een klein deel jwerd afgestaan om in den dringenden pood , 'onzer predikanten te voorzien.
Onze predikanten zijn geen klagers. Liefst dragen ze hun nood in stilte. Maar er wordt in menige pastorie gebrek geleden. Er zijn er, waar reeds maanden lang zelfs geen stukske vleesch meer op tafel is gekomen. Mog« d-kafom dit ernstige woord bij onze Kerken ingang vinden. Een Dienaar van het Wuord voortdurend in zorg en kommer te laten leven, terwijl God de Heere in zoo menig opzicht ons volk zijn zegeningen schenkt, zou een oordeel Gods over ons roepen. Wie het altaar bedient, moet ook van het altaar kunnen leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 19 september 1915
De Heraut | 4 Pagina's