Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

„Ons bleesch".

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Ons bleesch".

7 minuten leestijd

Komt, en laat ons liein aan deze Ism.-ielieten verkoopen, en onze hand zij niet aan hem; want hij is onze broeder, ons \-leesch. En zijne broeders hoorden naar hem. (lunchi.s .v : 27.

Voor het verband in het gezinsleven is Jiida's zeggen over Jozef; > hij is ons vleesch't van zoo vèr strekkende beteekenis. De broeders' mochten de hand niet aan Jozef slaan, pmdat hij kun eigen vleesch was. ()ok in hoogeren zin hun Ijroeder, maar hier kwam dan toch bij, dat hij ook hun vleesch was. Zoo toch staat er, wat Juda aan Jacobs overige zonen betuigde: »Ünze hand zij niet aanj, Jozef, want hij is onze broeder, hij is ons vleesch^.

Hierin ligt iets opgesloten, dat juist in de laatste jaren meer uit is gekomen, namelijk dat niet alleen in onze .s^V/, en niet enkel in omtn geest, maar ook in oi-is Uchaain zich iets persoonlijks uitspreekt, en dat er tot - zelfs in ons 7'leesch een eigenaardig iets ligt, dat bij den een anders is dan bij zijn buurman, en zoo ook in de ééne familie een eigenaardigheid heeft, die treft, en die ge elders zoo niet vindt.

Men weet hoe Piertillon er zelfs de aandacht op vestigde, hoe de vleeschdraad aan de vingertoppen bij den één zoozeer verschilt van den ander, dat men thans overal de vingertojipen afdrukt in was, om bij diefstal of moord hieraan te toetsen, of men in den gevatten persoon al dan niet met den wezenlijken n-iisdadiger te doen heeft. En zoo ook weet men, 'hoe onze politie bij onraad er op uittrekt met een geoefenden hond, omdat zulk een hond. enkel op zijn reuk afgaande, in staat is, zoo ge hem eerst eea

kleedingstuk van den verdachte laat ruiken, : door dien reuk deri schuldige op te sporen.

Indien nu alle "vleesch eender was, zou dit nat-uurlijk niet kunnen. ET volgt aizob-'óok'hieruit, dat • het vleescï) - van den éénèn mensch verschilt van het vleésch Van'den anderen mensch. En hieruit volgt nu als vanzelf wat hier in Juda's. xeggen ligt, dat ook in , het ^éne gezin en in de ééne familie tot zelfs de aard en eigenaardigheid van het vleesch, dat zeaanzich dragen, van wat bij "andere famiiiën gevonden , wordt, versGhiltf

Zooals het met den gast is, zoo blijkt 't dus ook met ons lichaam te staan.

Neemt ge een familie van drie, vier geslachten, dan verschillen de personen zeer merkbaar van elkaar, maar toch hebben, door alle die geslachten heen, de familieleden in hun aard en kaïufcter iets gemeenschappelijks. Tot zelfs tn de adellijke huizen en in de Vorstenfamiliën neemt de geschiedschrijver dit telkens waar.

, Doch juist zoo schijnt 't nu ook naar het .lichaam, of wilt ge naar het vleesch, te staan. In het, lichaam spreekt, evengoed als in den : , geest van een familie of van een gezin, van deh , éénen kant iets, : dat de leden der familie persoonlijk onderscheidt, maar ook anderzijds iets dat hun gemeenschappelijk is, en hen van .andere families onderkennen laat.

Door de tweeheid van man . en vrouw, die eerst in het huwelijk é.in worden-, - moge er zoo in den geest als in het bloed, iets tweezijdigs opkonien, zooals men gedurig kinderen vindt, die meer naar vader, naast kinderen die meer naar moeder aarden. Maar de uitkomsl_^blijft dan toch, dat de familieband volstrek'r niet enkel in den gcfnt^ maar wel ter dege ook in het hlaed blijkt te zitten, z-oodat Juda's zeggen: ïHij is niet alleen onze broeder, maar ook ons vlccfchi^ nog steeds zijn volle bevestiging ook in ons leven vindt.

Dit nu moet uiteraard ook het familielevefn beheerschen, en vooral den band tüsschen broeders en zusters ift eenzelfde gezin nauwer aantrekken ; iet!~ waar maar al te vaak veel aan schort..

Overdrijven mag men de beteekenis van dien band • uiteraard niet.; en op zich zelf ligt er niets ongerijmds in, dat een zoon of dochter zich nauwer hecht aan , een vriend of vriendin, uit een ander gezin, dan aan eigen familie. Ware dit anders, het huisgezin zou zelfs niet tot zijn ^echt kunnen komen... Maar de'grondslag en het uitgangspunt van alle samenleving moet dan toch liggen in den gesiiisHand en die gezinsband moet deels naar ziel, maar ook naar het lichaam bestaan. Niet toch alleen is er een familiegeest, die ons saam moet binden met de onzen, maar er is ook een verwantschap van de familie in het vleesch, en ook wat. hierin ligt, moet in uw saamleven met de uwen tot zijn uiting en tot zijn recht komen. . .

Wij zijn als familieleden, met name'als broeders en zusters, uit éénen bloede, en alzoo uit één vleesch. Niet alleen de-geest, maar ook het bloed en het vleesch heeft in elke familie iets eigenaardigs. Natuurlijk treden ook hier door tweede huwehjk, en zooveel meer, afwijkende verhoudingen in, maar loopt de geslachtslinie door van Overgrootvader tot achterkleinkinderen, dan blijft er altoos iets eigenaardigs heerschen, en zulks niet alleen in de ziel, - maar ook in het vleesch. Jn de gelaatstrekken kan dit reeds zoo sterk spreken, dat ge in een familielid uit de 16e eeuw reeds .dezelfde trdcken vindt die ge nu als karaktertrek in uw familie waarneemt. Ook het i< lees(h heeft in de onderscheiden families een ci^en kenmerk. Ook het vleesch is in de ééne familie onderscheiden van het vleesch in het andere geslacht, niet alleen in formatie van trekken, maar ook in het vleesch zelf. En al is 't dat wij dit niet meer merken, - gelijk straks werd aangeduid, zoo kojnt dit toch in v^-at de hond waar kan nemen, nog soms uit.

J uist. zoo als God aan alle menschen niet één geest, , maar geest in eindelooze variatie toebedeelde, juist zoo beschikt de Schepper ook over het yl'eesch, en ook over het bloed. En daarom kon Juda naar waarheid betuigen; Spaart uw broeder, want hij is ans rlfes'ch.

\^an deze klare scheppingseigenschappen echter doolde onze saamleving steeds meer af. Onder de dieren spreekt dit één zich voelen in 't bloed en in 't vleesch, in de eerste levensdagen althans, nog vaak sterker dan onder menschen, en zoo ook onder de natuurvolkeni krachtiger dan onder de beschaafde natiën. En hieraan is het, jammer genoeg, zoo vaak te wijten, dat 't onder broeders en zusters van - tzelfde gezin maar al te dikwijls ? oo vreemd toegaat, dat er eer^het tegendeel dan; -het trekken van deri eenheidsband in te bespeuren valt. Zelfs het Christelijk gezin is hier lang niet altoos vrij van.

Zoo , nu was het ook reeds in de dagen van Jacobs zonen. Deze gingen zelfs zóóver, dat ze jozef .om hals wilden brengen.. En' juist ter bestrijding hiervan beroept Juda zich op het onloochenbare feit, dat ze samen toch immers één bloed en'één vleesch. waren, eff dat die eenheid die zich ia de familiebijzonderheden van het ééne vleesch uitsprak, ook geestelijk op hen in moest werken, ora den broederband weer' te doen trekken..

Vandaar dat Juda in dit zijn diepgevoeld zeggen ook ons nog toespreekt. \'ooral in Gereformeerde kringen neigt men maar al te vaak iets te sterk naar het eenzijdig geestelijke, en veronachtzaamt en verwaarloost maar al te vaak de beteekenis , van wat (ïod tot ons zegt in het zienlijke, in wat het bloed raakt, en in wat samenhangt met den familieband in ons I'lasr/i. Zelfs onze onderschatting van wat ons in de edele kunst' geschonken is, hangt hiermede saam.

Maar de eisch, 'die uit, deze eenheid < "'< z/ '/ vleesch in dezelfde familie-en in hetzetïïle gezin opkomt, doelt toch allereerst en allermeest op het teederder verkeer, dat broeders en zusters, " uit eenzelfden vader geboren, saam moét verbinden. . .....

Zelfs dit zoo vaak lo.s naast elkander leven van broeders, en zusters uit éénen bloed is een miskenning van den band, ' waarmee (iod tot in ons vleesch ans saam heeft verbonden.

Ook in uw lichamelijk wezen zijt ge niei maar van menschelijk vleesch, maar draagt elk geslacht een eigen vleesch. V.a het besef ten aanzien, van uw, broeder of zuster : Ik ben met hem van ééaen bloed en van één vleesch moet telkens weer de broeder-en zusterliefdé sterken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 maart 1916

De Heraut | 4 Pagina's

„Ons bleesch".

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 maart 1916

De Heraut | 4 Pagina's