Nu de zomerruste weer voorbij
Amsterdam, 15 September 1916.
Nu de zomerruste weer voorbij is en onze redactie opnieuw haar arbeid hervat, richt zich de blik in de eerste plaats op hetgeen in de maanden, die achter ons liggen, wel het meest ons kerkelijk publiek in spanning heeft gehouden; de beslissing van Je Hervormde Synode in zake den voorgestelden modus vivendi van de Utrechtsche hoogleeraren.
Zooals bekend is, hebben de Utrechtsche heeren ter elfder ure hun voorstel, bij de Synode ingediend, publiek gemaakt. Blijkbaar wilden ze een uitvoerige discussie in de pers over hét voorstel voorkomen. De Synode heeft met één stem meerderheid zich uitgesproken voor het beginsel in dezen modus vivendi neergelegd, maar ze achtte het voorstel, zooals het daar lag, niet geschikt om het aan het oordeel der Kerk te onderwerpen en besloot daarom, aan de voorstellers te verzoeken hun denkbeelden in reglementaire bepalingen om te werken. De Utrechtsche heeren hebben daarop-geantwoord, dat dit niet hun taak, maar de taak der S\node was, liet voorstel is daarmede, gelijk terecht is . opgemerkt, 'op de lange baan geschoven en de prognose, of het door de Hervormde Kerk zal worden aangenomen, luidt dan ook niet gunstig.
Maar al schijnt de kans voor dit voorstel om tot wet verheven te worden, niet groot, toch neemt dit niet weg, dat ook onzerzijds wel een enkel woord over dit voorstel mag gezegd worden, te meer omdat het in onze kerkelijke pers aan een o.i. niet geheel billijke critiek heeft blootge-staan.
Dat dit voorstel, waarbij aan de verschillende richtingen gelegenheid gegeven wordt — want daarop komt het voorstel neer — om op grond van eigen opgestelde geloofsbelijdenis »gemeentekerken* te vormen, die zich dan zelfstandig zouden 'kunnen inrichten, bij de Confessioneelen aanstoot en ergernis heeft gegeven, is volkomen te begrijpen. Metterdaad zou het dan ook zeer af. te keuren zijn, wanneer men in zulk een saamgeflanste groepentrits nog een Kerk van Christus wilde eeren. Wie daarom nog vasthoudt aan de gedachte, dat de Hervormde Kerk als geheel nog een Kerk van Christus is, kan.in deze Kerk nooit op grond van Gods Woord toestaan, dat wat men genoemd heeft het ongeloof gereglementeerd eri gelegitimeerd wordt.
Maar voor ons, die in de Hervormde Kerk als gc'noo(sc/iap-onmogelijk meer de Kerk van Christus kunnen zien, en er niets anders in ontdekken dan een godsdienstig genootscliap, is de nu voorgeslagen maatregel een kostelijk middel om wat er nog aan Kerk in schuilt, uit den genootschapsband los te doen raken.
Het is dus volkomen juist ingezien, wanneer Ds. Van Grieken in de Waarheidsvriend uitspreekt, dat, gaat dit voorstel door, het laatste téeken van een Kerk in dit genootschap wegvalt en de^ Hervormde Kerk da, armede de laatste pretentie prijsgeeft van als zoodanig nog een Christelijke Kerk te zijn. 'Voor ons echter kan dit geen bezwaar opleveren. Eer het tegendeel. Alleen zoo bestaat er kans, dat de heterogene elementen in de Hervormde Kerk, in onnatuurlijk verband saamgebonden, uiteenvallen. De weg daartoe wordt door dezen modus vivendi voorbereid. En in dat opzicht zouden we niets liever wenschen, dan dat de Synode dezen modus vivendi zöu aannemen en doorvoeren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 17 september 1916
De Heraut | 4 Pagina's