Buitenland.
Duitschland. Het ongeloof zichweer. verheft
Onder den iiidruk van den oorlog, dien het Duitsche volk te voeren had, is de propaganda voor het ongeloof een tweetal jajen genoodzaakt geweest zich in te binden. Maar nu begint zij zich van lieverlede weer te verheffen. Zoo is men te Berlijn opnieuw begonnen het volk te bearbeiden, om de landskerk te verlaten. Onderscheiden vereenigingen, die aan de kerk vijandig zijn, hebben aan de zuilen van Pruissen's hoofdstad-aanplakbiljetten laten danslaan, waarbij vijf stuks sKirchenaustrittserklarungen mit Anleitung" voor 5 Pfennig (3 cents) te koop worden geboden. Het aanplakbiljet was' met roode letters gedrukt en onderteekend door vijf vereenigingen : »de vrije religieuse gemeente; de humanistische gemeente; het comité sConfessionslos"; de bond der Confessionslosen; de bond van vrijdenkers voor lijkverbranding. Op een ander rood aanplakbiljet prees de svrij religieuse gemeente" hare verschillende vergaderingen in haar vereenigingshuis te Berlijn aan, waarbij de aandacht gevestigd werd' op efen voordracht, die naar het opschrift het verraad van Judas als een Sage wil voorstellen.
Het blijkt dus, dat een vijftal vereenigingen, die openlijk verklaren dat zij de kerk des Heeren bestrijden, weer het oorlogspad zijn opgegaan. Een tijdlang kon het' ongeloof, onder den indruk van machtige gebeurtenissen, den moed missen zijn stem te verheffen ; als de indrukken flauwer worden, blijkt het, dat het zijn kracht niet verloren heeft.
ENGLAND Het tooneel aan het front.
A1 stiet gij den dwaas in een mortier met een stamper in het midden van het gestooten graan, zijne dwaasheid zoude van hem niet wijkens. Aan deze Schriftuurplaats dachten wij, toen wij het volgende in The Christian lazen:
» Wanneer een g^eneraal van het leger gedrongen wordt een beroep te doen op den ondernemer van, schouwspelen, om het gehalte van, hetgeen zij laten uitvoeren wat verheffender te maken in het belang van de soldaten en, zeelieden die er naar luisteren, mogen wij wel aannemen, dat er iets verkeerds zijn moet in het karakter vin vele publieke vermakelijkheden. En toch, dit is hét wat generaal Smith-Dorrien deed in de kolommen van de Morning Post van verleden week. Een van de antwoorden die den volgenden dag verschenen, spreekt het vermoeden uit, dat er een gebrek moet zijn in het departement van Lord Chamberlain. Maar wie er de schuld van draagt, het schandaal blijft hetzelfde. Telkens is de aandacht op dit' onderwerp gevestigd, met weinig kennelijk resultaat. De aanplakbiljetten op de muren geven genoegzame aanduiding van het gehalte van sommige srevuesc die in het 'bijzonder stuitend zijn. Wij vragen waarom de onderneme.rs van music-Halls het goed vinden, dat zekere 'populaire komedianten onnoembare vuile dubbelzinnigheden laten hooren! Het is eene beleédiging aan de mansctetp die tot den dood voor oogen gehad heeft, als men aar zulke vuilheid' aanbiedt; en de generaal eeft gelijk als hij zegt, dat de jongens dit ook iet verlangens.
Het laatste is echter min juist. Omdat het ubliek, in dit geval de soldaten, zulke dingen egeert, wordt het hun geboden. De tooneelirecteurs weten wat in den smaak valt van un volk, en wat niet. Maar de legerautoriteiten oesten hier ingrijpen.
In Duitschland wordt over hetzelfde bitter geklaagd. Niet, dat tooneelopvoeringen aan het front plaats hebben die aanstoot verwekkep. Maar in Berlijn worden" stukken ten tooneele gevoerd die schandelijk zijn, terwijl »daar buiten duizenden en nog eens duizenden vari onze edelste mannen ook voor dit soort hun bloed moeten vergieten, en ontelbare edele vrouwen en meisjes zich den eerenaam van sGermaansche heldinnens opnieuw waardig makenc, gelijk een Duitsch Christelijk blad zich uitlaat. Er wordt naar verlangd, dat de zedenpolitie of anders de militaire overheid deze ergernissen wegneme.
Polen. De Evangelische Kerk d e öorlog.
Het is wel te denken, dat de Evangelische Kerken in Polen veel te lijden gehad hebben van den oorlog dib hun land onder de heerschappij der Centrale Mogendheden bracht. Een verslag van een Poolsche predikanten-conferentie der, Augsburgsche confessie deelt daaromtrent het een en ander mede. Deze conferentie werd onlangs te Warschau gehouden, en ying aan met eene Godsdienstoefening in de St. Johanneskerk. De eerste voordracht werd., gehouden door den predikant Holz van Lodz. Deze deelde mede, dat dé EvangeUsche kerk in de districten Kalisch, Petrikau, Warschau, Plotzk en Augustow 140, 000 zielen of 31 pCt. verloren hadden, waarvan 100', 000 door deportatie naar het binnenland van Rusland. Van het wedervaren dezer menschen weet men tot hiertoe weinig.
Uit vele gemeenten werden de mannen van 17 tot 60 jaar verdreven, alleen vrouwen en kinderen bleven achter; uit enkele gemeenten werden ook de vrouwen uitgewezen. Enkele predikanten zijn mede verbannen, andere hebben vrijwillig het lot hunner gemeente gedeeld; in het geheel hebben de gemeenten 15 predikanten verloren. De onderwijzers en voorzangers hebben bijna voor de helft hun land moeten verlaten. Enkele gemeenten werden in haar geheel gedeporteerd ; in ééne gemeente bleef alleen een man' van bijna honderd jaren achter.
Groot is de schade die aan kerkegoed geleden werd. Archieven en kerkboeken werden hier en daar vernietigd, op enkele plaatsen is het altairgereedschap geroofd. Er werden 5 kerken vernietigd, 18 kerken, 15 pastorieën, 10 gemeentehuizijn en 46 bedehuizen zijn' zwaar beschadigd, 30 , bedehuizen werden vernield en 68 scholen deels tot een puinhoop gemaakt, deels zwaar beschadigd. De gemeenteleden hebben, doordat zij genoodzaakt waren hunne eigendommen achter te laten, groote finantieele schade geleden. Zes Duitsche veldpredikers dienen de gemeenten op de plaatsen waar zij gestationeerd zijn.
De ellende waaronder de Evangelische kerken in Polen lijden, verhinderde niet, dat op deze conferentie gehandeld werd over het in 1917 te houden gedenkfeest der Reformatie. De Generalsuperintendent Grundlach betoogde dat ter herinnering aan het feit dat voor 400 jaar de beweging tot de Reformatie aanving, een gedenkteeken moest opgericht wOrden, niet van marmer of van metaal, maar door een groote daad van helpende liefde.
N.-Amerika. Een waardige toespraak. De Algemeene Conferentie (Synode) der Episcopaalsche Methodisten werd op 1 Mei te Saratoga Springs van dit jaar geopend. Er waren 835 afgevaardigden uit alle werelddeelen vergaderd. De bisschop Cranaton hield daarbij een rede, waarbij in het laatste deel het volgende werd gezegd: sDaar dit de laatste-maal is, dat ik XtA eene algemeene conferentie spreken zal, en ik in dit jaar herdenk dat ik voor vijftig jaar predikant werd, gevoel ik mij verplicht nog een woord te spreken. Onze lieden gelooven, dat een oorlog alleen geoorloofd is als het leven en de vrijheid bedreigd is. Wij Methodisten in de Vereenigde Staten hebben geen verlangen naar stoffelijk voordeel, dat voortspririgt uit het vergieten van stroomen menschenbloed; ookbegeeren wij geen deel van het geldelijk profijt, dat uit het vervaardigen van oorlogsmunitie getrokken wordt. Wij zijn steeds bereid, elk offer aan geld, goed en leven te brengen tot bescherming van oiis land; wij zullen niet ophouden tot God te 'bidden, dat de Zone Gods de duivelen uit het bloedend lijf eener gemartelde menschheid drijve. Wij gelooven niet, dat het vaderlandslievend gehandeld is, wanneer • een paar Amerikanen 'op hun formeel recht staan, in een tijd als de tegenwoordige, alleen om persoonlijke redenen op de, zee te varen, op het gevaar af van de verschrikkingen en de verwoestingen van den oorlog over hunne Amerikaansche medeburgers te brengen. Als de president der Vereenigde Staten zich heden onder mijn gehoor beVond, zoo zou ik hem verzekeren, dat zoo eenige Methodisten onder den invloed van een invloedrijken politieken leider, deze hooge beginselen .verloochenden, de groote massa van onze menschen volle• sympathie heeft vpor zijn vaderlandslievend en christelijk streven, om ons volk voor een inwikkeling in de verschrikkingen van den Europeeschen oorlog te bewaren, èn dat onze kerk er op uit is, den geest van sympathie en hulpvaardigheid tegenover alle volken die door dèh oorlog bezocht zijn, aan te kweeken. Wy zijn voor svrede op aarde» en voor eene Christelijke welwillendheid tegen alle menschen en volken op aarde.«
Wanneer algemeen in N.-Amerika zoo gedacht en gesproken werd, zou de zaak van den vrede in de nieuwe wereld beter gediend zijn.
Egypte.
Een zonde van Engeland. sEen van de zwartste zonden waaraan wij als natie schuldig stain, zoo schrijft het Engelsche blad sThe Christiana, is onze politieke gedragslijn in Engelsch Egyptisch Soedan. De Engelsche regeering heeft niet geduld, dat in de laatste 18 jaar het Evangelie van Gods genade verkondigd werd aan de Muzulmarinen in Karthoem, of in eenige stad of dorp op tien graden noorderbreedte. Maar Muzulmannen hebben vrijheid de heidenen van dit groot grondgebied te bearbeideji, oni hun verachtelijke religie, die tot veriaging van het vrouwelijk geslacht leidt, te verbreiden, terwijl een Christelijk zendeling in geen Muzulmansch district komen-mag om aan Mahomedanen het Evangelie te verkondigen. Als dit maar alles was. Maar er is nog iets ergers. De grootste en meest succesvolle propaganda van den lèlam in Afrika geschiedt door het Gordon College (gebouwd met' Christelijk geld) en door het onderwijssysteem van Jjet gouvernement. De rechters van de Muzulraansche godsdienstige wet en de onderwijzers op de scholen die den Koran leeren, worden opgeleid en uitgezonden door het Gordon College, om mannen én jongens in Soedan het Mahomedanis, me te leertn! Overal waar een Muzulmansch rechter komt, wordt hij een middelpunt voor de verbreiding van den Islam, en overal waar een school 'gesticht wordt om den Koran te onderwijzen, wordt deze het machtigste m'iddel om de valsche religie te verbreiden.
Hierdoor heeft in de laatste 18'jaar de Engelsche r'egeering den Islam aan Soedan opgedrongen. Ook van uit het lage standpunt van politieke wijsheid gezien, is dit een stuk van de grootste dwaasheid. Eén Muzulmansch Soedan is een anti-Christelijk Soedan, dat slechts wacht op en verlangt naar den dag om sde ongeloovigen« te verdelgen. Engeland moest door zijn ervaring in zake de Madhistische bewegingen geleerd hebben.
Een echt Muzelman kan nooit een loyaal onderdaan van een Christelijken staat zijn.
Op deze wijze gaat het Engelsche blad voort en eindigt met de bede, dat het Christelijk volk van Engeland tot God zal roepen, om verlost te worden van de-bloedschuld die op het land rust.
Wij Nederlanders worden als voorbeeld aangehaald, dat wij de Muzulmansche propaganda op Java verboden hebben !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 1916
De Heraut | 4 Pagina's