,,Een ieder de plage zinjns harten".
Alle gebed, alle smeekinge, die van eenig mensch, van al uw volk Israël, geichieden zal; als zij erkennen, een ieder de plage zijns harten, en een ieder zijne handen in dit huis uitbreiden zal. 1 Kon; VIII:38.
In 't roerend schoone gebed, dat Salomo bij de inwijding van den Tempel aan Israels God opdroeg, is geen bede zoo aangrijpend als zijn gewagen van de plage die ons menschelijk hart achtervolgt.
Het was, of er zich bij voorbaat de zielsaaiikiacht in uitsprak over wat hem zelf in de latere jaren van zijn Koningschap zoo diep i; ou doen vallen.
Het ging bij Salomo om de gebedsverhooring. > Hoor GIJ dan in den hemel, zoo bad hij, hoor alle gebed en alle smeeking die van eeiïig mensch uit al uw volk Israel geschieden zal«, mils op één beding en op één onverbiddelijke voorwaarde, en die voorwaarde was, dat »een ieder de plage zijns harten zou erkennen.« En om 't nog stelliger uu te spreken, besloot hij met de bede: > Hoor Gij dan in den hemel, en geef een iegelijk naar al zijn wegen, gelijk Gij zijn hart kent.i
l)ie uitdrukking »de plage zijns hartenc dringt zoo diep iu ons innerlijk wezen door, en Salomo, die later zoo bitter aan de plage zijns harten bezweek, koos hier uit eigen zielsbevindiiig het zoo aangrijpende woord.
Een ieder kent vooral in hei Oosten de beteekenis van wat een plage is. Reeds bij de insecten begint dit, zooals de muskiet en zijns gelijken den slaap in 't Oosten storen, en de luis, die van boven op u neer valt, ook zelfs in Zuid-Europa den slaap bijna onmogelijk maakt. Men omhangt dan zijn legerstede met gaas om 'c booze insect af te weren, maar de plage is nooit geheel af te weren. De plage van 't stekend insect vervolgt u eiken nacht weer zonder eind.
En dit nu past.Salomo ook op geestelijk gebied toe. Ook op dit gebied kint een ieder 't best zelf de plage, die hem altijd weer de ziel onrustig maakt. De boezemzonde is voor wie beter wil en hooger zoekt, een echte kwelling. Telkens wil men er van af, en strijdt er tegen, en toch keert, tot God ons huipe verleent, de booze plage altijd terug.
Het beeld van de plage spreekt hier zoo sterk en grijpt zoo aan. Natuurlijk, de onbeschaamde wereldling en de niets ontziende zondaar weet daar niet van. Voor hem is de verleiding geen plage, maar een gezochte prikkel. Maar heel anders staat 't met wie, zonder nog tot besliste bekeering te zijn doorgebroken, toch gaariie met de religie op goeden voet staat.
Dan toch poogt men van jaar tot jaar ïijn God nader te komen, in Godsvrucht toe te nemen en heiliger zin in zijn ziel aan te kweeken. Alleen, het komt niet tot een beslist breken met zijn zonde. Wel breekt zulk-een met wat hem openbaar in opspraak zou brengen. Daar wacht hij zich zelfs zorgvuldig voor, maar achter de schermen kan er bij zulk-een nog zooveel meê door. Niet dat hij 't zoo wil, of er jacht op maakt. Veeleer staat 't met zulk-een vlak omgekeerd. Hij gaf er wat voor, als hij ook aan de verborgen verleiding eens voor goed ontkomen kon. Maar de verleiding in 't verborgene is hem nog te machtig. Telkens weer overvalt ze hem, en eer hij er op bedacht was, om zich te weer te stellen, ligt hij weer onder de zelfaanklacht. Het is dan de oude plage die hem opnieuw verraste en overviel. De giftig? steek van den plager bracht hem opnieuw de oude wonde tos. • En als hij dan, ontzet en verlegen hierover, tot schreien voor zijn God geneigd is, dan loopt 't altoos weer op de oude zielsklacht eu op de oude belijdenis uit: o God, de plage is mij weer te machtig geweest. Verzoen mij .toch, en sta mij weer bij !
Nu heeft een ieder, in dit opzicht, zijn eigen plage, en ge kunt een ander nooit naar u zelf afmeten. Salomo bad het daa ook zoo omstandig : Verhoor al wie bidt o God, mils zij erkennen een ieder de plage zijns harten. Bij Salomo zelf weten we thans na zooveel eeuwen nog zeer goed wat de plagen zijns harten waren. Salomo viel over de vrouw, bezweek voor de schittering van 't goud en keurgesteente, en misbruikte ten slotte de hem van God zoo bijzonderlijk verleende wijsheid.
Tegen deze drie ziels-euvelen heeft Salomo wel gestreden, en in zijn gebed bij de inwijding van den Tempel bad hij er zoo ernstig tegen, dat ge aan zijn gebed voelt, hoe hij toen reeds er tegen in worstelde, maar Ae.plage bleef hem vervolgen; en 't bezwijken er voor voorkwam hij niet.
Juist daarom is 't in de gewone saimleving zoo uiterst moeilijk voor ons om de één den ander te verstaan, klaar in te zien wat ieders plage is, en er elkander tegen te sterken.
Vader en moeder merken 't telkens weer, hoe hun vier, vijf kinderen volstrekt niet allen aan dezelfde plage lijden, en hoe ze nog minder steeds juist de plage van vader of moeder hebben. Oppervlakkige kennis van uw kind kan u daarom uw kind ten goede niet genoegzaam wapenen, en alleen dege, diepgaande ouderliefde bekwaamt u, om uw kind voor de plage die 't kwelt, te beveiligen.
En zoo ook kunt ge in *t leven allerminst al uw kennissen en vrienden naar een zelfde type beoordeelen. Een ieder heeft den eigen plager zijns harten. En daarom kunt ge met uw God alleen de plage van uw eigen hart uitdrijven.
Waak er daarom vooral tegen, dat ge niet, uit ingebeelde eigen voortreffelijkheid, er toe komt, om een ander te veroordeelen, omdat hij kennelijk bezweek voor een plage, die tiw plage niet is. Gevolg daarvan toch is schier altijd, dat ge toornt tegen de plage van een ander, die u vreemd is, en juist dientengevolge voor de plage van uw eigen hart stekeblind blijft.
Men rekent dan bij deze plagen veelal uitsluitend met zinnelij ken hartstocht, met gelddorst en met leugenzia en houdt zich zelf, wijl door geene van deze drie sterk aangetast, van al zulke plagen vrij. En dit nu maakt, dat de even gevaarlijke plagen van hooge inbeelding, van hooghartige levensopvatting, van ingebeelde braafheid, en alles op zij duwende eigen wijsheid, niet voor zonde worden aangezien, en vaak levenslang niet alleen worden verontschuldigd, maar geliefkoosd als karaktertrekken, waarop men zich verheft.
Ons innerlijk zielsbestaan is zoo veelzijdig saamgejteld, dat de plagp gedurig weer in den 'steek van een ander geestelijk insect uiikomt. Zekere algemeene menschenkennis kan daarom hier geen heil brengen. Het komt bij deze plagen vooral op een zeer speciale kennis bij een ieder van zijn eigen hart aan. Wat stond de plage niet bij Petrus heel anders dan bij Thoma» ! Wat waren de feilen bij Luther, die toch ook weer met aard en karakter saamhingen, anders dan bij denman van Geneve, 't Zelfbehoud tegen de plage hangt er daarom aan, of een iegelijk onzer door zelfkennis zichzelf weet te doorgronden, en, met defe kennis gewapend, den strijd tegen zich zelf opneemt, en zich er aan ontworstelt.
Dr. A. K.
Amsterdam, 19 October.
Op 20 October zal de Vrije Universiteit wederom haar dies natalis herdenken. Naar gewoonte zal ook ditmaal een bidstond voorafgaan, die hedenavond in de Keizersgrachtskerk zal gehouden worden. Als voorganger zal daarbij optreden Dr. K. Dijk, predikant bij de Gereformeerde Kerk te 's Gravenhage. Het verblijdt ons, dat het Locaal-Comité wederom een leerling onzer Hoogeschool uitnoodigde om dezen bidstond te leiden. Dr. Dijk bezit niet alleen de rijke gave van het woord, maar heeft ook een warm hart voor de Alma Mater, waaraan hij werd opgeleid. Moge zijn bezielend woord tot gebed ons opwekken, en zij de Geest der gebeden hem geschonken, waar hij de nooden en belangen onzer Hoogeschool den Heere onzen God zal opdragen.
In de openbare Senaatszitting, die Zaterdagmiddag te 3 uur in het Gebouw van den Werkenden Stand zal gehouden worden, zal Professor Dr. P. A. E. Silleris Smitt, na het houden eener rede en de vermelding van de fata academica, het rectoraat overdragen aan Prof. Dr. F. W. Grosheide, die voor het nieuwe Academiejaar door Directeuren tot rector is ben»emd. De ernstige ongesteldheid, waaraan Prof. SiUevis Smitt geleden heeft en die voor een goed deel hem het waarnemen van zijn taak onmogelijk heeft gemaakt, heeft wel menigmaal de vrees doen opkomen, of zijn leven voor ons gespaard zou blijven. Gelukkig is dié vrees echter beschaamd, en al zal hij tot volkomen herstel van de zoo geschokte kracht voorloopig nog van college-geven zich moeten onthouden, toch heeft de geneesheer die hem behandelt, er geen bezwaar in gezien, dat hij de fectorale rede zou houden. Van harte ver-heugen we ons in dit aanvankelijk herstel, en hopen, dat de kracht hem geschonken worde om weldra zijn taak in haar geheelen omvang weer te kunnen hervatten. Aan Prof. van Gelderen, die zoo bereidwillig tijdens de maandenlange ziekte van den Rector diens taak waarnam, komt wel een woord van bijzonderen dank toe. Dat de dies-viering onzer Hoogeschool ditmaal een zeer sober karakter zal dragen en aan al wat naar feestbetoon zweemt, gespeend zal blijven, spreekt wel van zelf. Zelfs de gebruikelijke receptie ten huize van den nieuwen Rector, om hem geluk te wenschen, zal dit jaar niet plaats vinden. De zware slagen, die onze Hoogeschool troffen, doordat in dit jaar twee van haar •oudste en meest geziene hoogleeraren haar ontnomen werden, evsnzeer als de bange nood der tijden, waarin we leven, en waardoor zulke zware offers van ons volk gevraagd worden, zouden elke feestviering misplaatst doen zijn.
Maar al draagt onze Hoogeschool rouw om de smartelijke verliezen, door haar geleden, toch gaat ze met geloofsvertrouwen op den Heere onzen God dit nieuwe jaar tegen. Palma sub pondere crescit, de palmboom groeit onder de verdrukking door. Het aantal studenten dat zich voor 't eerst liet inschrijven, slonk, trots de mobilisatieongclegenheden, niet, maar klom veeleer. Over aanvulling en uitbreiding van het corps der hoogleeraren wordt ernstig gedacht. En al blijven we nog o zoo ver van het gestelde ideaal af: een volledige, heel de wetenschap omvattende Universiteit op Gereformeerden grondslag, toch mogen we dankbaar wezen, dat er geen achteruitgang, maar groei is.
Zij voor het nieuwe levensjaar, dat ze ingaat, de blik onzer Hoogeschool op Hem» geslagen, die alleen haar de gaven, krachten en talenten voor haar heerlijke taak schenken kan. En stelle Hij door Zijne genade onze School steeds meer tot een rijken zegen voor ons Christenvolk en tpt eere van Zijnen ""naam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 21 oktober 1917
De Heraut | 4 Pagina's