„Het drinken geschiedde naar de wet, dat niemand dwong.”
En het drinken geschiedde naar de wet, dat niemand dwong; want alzoo had de koning vaste- Hjk bevolen aan alle grooten zijns huizes, dat ze doen zouden naar den wil van een iegelijk. Esther 1: 8.
Ons land teelt geen wijn. In de open lucht is zelfs de druif hier zeldzaam. De wijn dien we drinken, komt ons uit het buitenland toe. Nu heeft dit gemis aan eigen wijn er toe geleid, dat de sterke dranken hier inheemsch werden. En al mocht voor enkele jaren gedankt, dat 'al zulk jammerlijk gebruik afnam, de oorlog verkeerde ook dit weer in zijn tegendeel, en het misbruik van de alcohol nam weer toe.
Altoos nu hebben we bij dit zondige kwaad terug te gaan op Noach.
Voor den Zondvloed meldt het Mozaïsch verhaal ons niets van drankmisbruik. Wel hooren we dat 't toenmalig leven diep-onzedelij kinzonk, en opging in de leuzei^„Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij!" maar van de jammer die de wijn en de sterke drank straks brengen zou, komt nog geen enkel boos bericht tot ons. Iets wat 't vermoeden voedt, dat in de dagen voor den Zondvloed wel de druif bekend was en genoten werd, maar.dat het omzetten van de druif in wijn, nog niet was uitgevonden.
Zoo opgevat toch verklaart 't zich 't beste, dat Noach op zijn vergevorderden leeftijd, en met de grenzelooze verantwoordelijkheid die op hem rustte, er toe komen kon, om zich dronken te drinken, en zulks wel zóó dronken, dat hij zijn eere als man weg wierp, en zich tot een schande voor zijn zonen maakte. Er staat dan ook niets van berouw dat Noach overviel. Veeleer ontvangt men den indruk, dat hij in onwetendheid zich aan zijn eere vergreep, en dat niet zoozeer Noach, als veeleer Cham de schuldige werd.
Toch blijft 't in hooge mate opmerkelijk, dat de uitbreking der zonde na den vloed in dronkenschap verliep. In het Paradijs was het de edele vrucht van den boom, die tot zonde verlokte; hier is 't niet wat voedt, doch veeleer wat den dorst stilt, waardoor de zonde opnieuw uitbreekt, en men behoeft in volk na volk de zondige ontaarding slechts na te gaan, om aangegrepen te worden door het jammerlijk feit, dat 't welhaast onder alle volken een uitgaan op bedwelming werd, waarin de zonde haar lust zocht. Of het nu opium, of het wijn, of 't alcohol werd, steeds weer ziet men de zucht opkomen, om zich in een hooge bedwelming in te zetten. De levensbevinding bevredigde niet meer, en van daar allerwegen de hartstocht, om z o g h C w v d zich in een meer prikkelend zelfbederf over te zetten.
Ahasveros, van wien hier verhaald wordt, was geen Oostersch, doch een Perzisch Koning. Nu heerschte onder d^g Perzen een hooger zedelijkheidsbegrip, dan onder de Assyriërs en Babyloniërs. De Perzen zijn toch van de Jafetiten herkomstig, evenals de meeste volken van Europa, en zoo ook ons eigen Germaansch stamvolk. Hieruit verklaart het zich dan ook, dat aan het Hof van dezen Ahasveros zekere ingetogenheid den toon aangaf.
Men ziet dit in tweeërlei opzicht.
In de eerste plaats toch deed Koningin Vasthi niet mede met de groote drinkgelagen der Prinsen en Staatslieden, maar hield een eigen Hof, waarin de eere der Vrouw op alle wijs ontzien werd. En van den anderen kant staat er uitdrukkelijk bijgevoegd, dat zelfs aan 's Konings feestmaal een ieder die aanzat, geheel vrij bleef of hij drinken wilde of zich onthouden. Wie in overmatig gebruik van wijn zin had, moest dat voor zich zelf weten, doch in geen geval mocht, naar 's Konings ordonnantie, iemand die den bedwelmenden drank liever meed, door eenige usantie desalniettemin tot veel drinken genoodzaakt worden. Uitdrukkelijk staat 't er bij vermeld: »Het drinken aan 's Konings tafel geschiedde naar de wet die niemand dwong, want alzoo had de Koning vastelijk bevolen, aan alle grooten zijns Huizes, dat zij doen zouden naar den wil van een iegelijk" (vs. 7).
Van verbod of opgelegde beperking was alzoo geen sprake. Wat daarentegen scherp te keer werd gegaan, ~ was het misbruik, en hierbij vóór alles het booze misbruik, dat men eershalve of fatsoenshalve het te veel drinken niet laten kon.
In Babyion en Ninive was dit misbruik op alle rhanier ingeslopen, doch in Perzië, als land van heel andere herkomst, was alle gedwongen drinken opzettelijk en voorbedachtelijk door 's Konings besliste tafelorde afgesneden.
Ook in Perzië dronk men aan 't Hof, maar alle gedwongen drinken sloot 's Konings paleisorde ten stelligste uit.
Habakuk (11:15, 16) maakt bij deze Perzische paleis-orde, _vergeleken, zelfs Israel beschaamd, en-zonder overdrijving mag geklaagd, dat ook menig Christenland, bij deze Perzische ordonnantie vergeleken, den hoogen levenstoon dalen deed, en dit volstrekt niet alleen onder de ruwe, lage klasse.
Wat men van de Ridders uit de middeneeuv/en in de historie beluisteren kon, verraadt maar al te bang en bitter, hoever het drank-en wijnmisbruik onder de Christelijke Ridders was ingewoekerd. Wat in studentenkringen aan de groote Rijksuniversiteiten insloop, is nog maar al te bekend. En ook al daalt ge af in meer gewone kringen, dan is het droef om de berichten aan te hooren, die u tot zelfs in de vergaderingen van kerkvoogden in een vorige eeuw zoo hinderlijk veel misbruik op 't spoor brachten.
De strijd tegen het misbruik is ten slotte ook in het Christenland aan de orde gekomen, doch niet hier 't eerst. De eerste 'ofificieele bestrijding van het misbruik vindt ge bij Ahasveros, en eerst veel later is ze ook in het Christenland tot een macht geworden.
Die welbewuste strijd is vooral van Scandinavië kan worden, dat 't misbruik van wijn en drank 't eerst zoo radicaal werd aangetast, dat 't bijna uitsleet. Vandaar kwam het verzet tegen wijn en drank ook ons land binnen Met goed gevolg is die strijd nu ruim 't vierde van een eeuw niet kracht doorgezet. En na" de worsteling die zoo bitter was, is er thans alle oorzaak tot dank. We zijn er' nog niet, en 't kwaad blijft nog vuortwoekeren. Maar toch^ we gingen reeds reuzenschreden vooruit.
Krachtig hielpen de Teetotalers hiertoe mede. Die totale afschaffing van het gebruik was de echt Angelsaksische manier om 't kwaad aan te tasten; een manier die in Amerika en in Engeland dan ook op wonderbaar. succes roemen mocht. In Amerika is men nog altoos zoover, dat er aan den middagdisch zoo goed als nooit wijn of likeur gedronken werd. En al lijkt dit nu fraaier dan 't is, het wijst toch op een onedacht sterk resultaat.
Doch juist het feit, dat zulk een totaal terzij etten noodig was, toont in wat gevaarlijken en etleidbaren toestand men-verkeerde. Zal 't oed'en normaar zijn, dan moest in een Chrisenland zulk een geforceerde maatregel niet noodig ezen. Uit de Schrift zien we, hoe men van udsher in Israël' de vrucht, van den wijnstok ok in druivendrank genoot. En wat hier vooral terk spreekt, de Christus zelf en zijn apostelen ronken niet alleen wijn, maar zelfs werd het ijngebruik bij het heilig Sacrament van het vondmaal door Christus zelf verordend.
De geheelonthouding kan daarom nooit de steeds gewenschte uiting van zelfbeheersching zijn. Dat de noodzakelijkheid intrad om tot geheelonthouding zijn toevlucht te nemen, was gevolg van de zonde en van de verwording die de zonde in het zedelijk zelfbesef aanbracht. En din tienmaal liever geheel-onthouding, dan dat ge u zelf niet bedwingen kunt, en toch weer door de oude zonde u laat mêesleepen. En hierin bedriege men zich niet. Maar al te veel toch komt 't ook in gezinnen van trouwe Christenbelijders voor, dat men saam aanzittende, er zijn eere in stelt, onder een ad fundum, gelijk 't dan heet, op ingestelde toasten en dronken, door aldus mee te drinken te antwoorden. Altoos weer de oude zonde van 't Oosterland, en een toch weer vervallen in 't misbruik dat Ahasveros in Susan door zijn koninklijk verbod bestreed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 27 januari 1918
De Heraut | 4 Pagina's