Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het gezag der Heilige Schrift.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het gezag der Heilige Schrift.

6 minuten leestijd

De tegenwoordige vrouwenbeweging, ook'waar ze onder Christelijk kleed zich aandient, dreigt op zeer bedenkelijke wijze met het gezag van de Heilige Schrift in conflict te komen.

Het duidelijkste blijkt dit in het boek, dat Johanna Breevoort pas heeft uitgegeven over: ^De Vrouw vrijgemaakt door den Zoon des Menschem.

Volgens haar »hebben de Apostelen de roeping der vrouw niet altijd ten volle doorgrond en slechts als zeer bepaaldelijk de inspiratie des Gcestes hen dreef, hebben zij de beginselen van Christus geponeerd*, (blz, 57). In welken zin de schrijfster dit bedoelt, blijkt, wanneer ze, na eerst de uitspraken van den Apostel Paulus in Ef. 5 over het huwelijk met instemming te hebben aangehaald, vervolgt: Doch nu daalt de Godsman van zijne hoogte; is de profeet weer Apostel, een mensch door wiens vleesch en bloed en hoofd en hart de inspiratie gaat. Een kind van zijn tijd, dat zich evenmin als Mozes en de Profeten aan-dat kindvan-zijn-tijd zijn onttrekken kan«. (blz. T7, 78) Paulus persoonlijke opvatting van het huwelijk staat dan ook niet hoog, verklaart ze. In I Cor. 7 : 1-10 en 12-40 spreekt Paulus zelf. Niet met Apostolische macht. Naar zijn gevoelen" (blz, 79), En nog sterker blijkt dit, waar zij het leesverbod voor de vrouw bespreekt in I Tim, 2 : 8-12 door den Apostel gegeven. »Spreekt Paulus hier weer, zoo vraagt ze, of is het Gods Geest? Ik meen, dat het Paulus is. Hij leidt haar plicht tot stilzijn uit de Schepping af. En uit de Schepping valt geen ori d er d an i gh eid (d.w.z. van de vrouw tegenover den man) af te 1 e i d e n, " Hierop volgt dan een wonderbaarlijke exegese van het Schriftvorhaal vap de schepping der vrouw, die aaft den man tot een hulpe is gegeven, waarop we hier niet verder zullen ingaan. Volgens Johanna Breevoort ligt in het hulpe zijn van de vrouw eerder de meerderheid dan de minderheid der vrouw opgesloten, aangezien God ook zichzelf de Hulpe, den Machtige Jacobs noemt. Paulus heeft het dus geheel verkeerd opgevat. > Als Paulus dus spreekt over de dienstbaarheid en onderdanigheid van de vrouw in het huwelijk, dan daalt hij beneden de inspiratie tot onherkenbaar wordens toe, evengoed als in I Cor. 12 : 29, waar hij het heeft over het doopen van de dooden" (blz. 82, 83).

Dat lag daaraan, dat > de Apostelen de dingen nog niet helder onderscheidden*. Zoo heet het, 'dat > de Apostel Petrus op gelijke wijze onder den invloed was van heidensche begrippen (ik cursiveer), als.hij verkondigde, »dat Christus de geesten die in de gevangenis zijn, het Evangelie verkondigd beeft" (blz. 83).

Zulke uitspraken, zegt ze, behooren wel in de Heilige Schrift en zijn wel opgeteekend onder de onfeilbare leiding des Heiligen Geestes, maar dan toch zóó dat wij er uit opmerken de beperktheid van hetmenschelijk denken en het dwalen van hun geest, gelijk de Heilige Geest ons ook doet opteekenen de zonden der aartsvaders tot ome waarschur wing en verootmoediging. En evengoed als onze Gereformeerde vaderen den kloeken moed hebben gehad de Apocriefe boeken als hier en daar strijdig met de overige leer der Schrift uit te bannen, evengoed moeten wij den fleren, heiligen moed hebben om te breken met de meening alsof zulke Schriftgedeelten normatief gezag zouden hebben; wij mogen ze niet meer dan historisch gezag toekennen; als zoodanig door. den Heiligen Geest ons in de Schrift vastgesteld" (blz, 83),

En niet alleen dat de schrijfster zoo het gezag van het Apostolische woord aantast en op zijde schuift, overal waar dat woord niet overeenkomt mQt~ haar opvatting van de roeping der vrouw, omdat de Apostelen »kinderen waren van hun tijd", maar zelfs van Christus wordt hetzelfde uitgesproken, «Christus schikte zich, zoo zegt ze, naar de gebruiken van zijn tijd, evenals de wet van Mozes zich schikte naar de toenmalige zeden^'. En dan vervolgt ze:

»Christus is wel Heer van zijn tijd, maar de Zoon der menschen blijft niettemin kjnd van zijn tijd" (blz, 52), En wat de schrijfster onder dit kind van zijn tijd verstaat, bleek bij den Apostel Paulus duidelijk genoeg.

Juist omdat Johanna Breevoort in onze kringen als christelijk romancière een goeden naam heeft en dit boek zelfs door een Gereformeerd predikant wordt aanbevolen, meenen we zeef-ernstig te moeten waarschuwen tegen den invloed, die vafi dit geschrift kan uitgaan, ' Niet alleen, dat de opvatting, ' die Johanna Breevoort van de positie der vrouw heeft, zooals uit de aangehaalde citaten wel duidelijk ; b!ijkt, lijnrecht in strijd is met de duidelijke uitspraken der Schrift en daarom haar leiding niet door ons kan aanvaard worden, maar ze geeft daarbij een beschouwing van de inspiratie der Schrift en van het gezag, dat het Apostolisch woord voor ons heeft, waarmede feitelijk dit gezag geheel ondermijnd wordt en de ethische opvatting der Schrift-inspiratie wordt binnengeloodst. Nu onder Johannes Breevoort als hoofdredactrice een nieuw tijdschrift zal worden uitgegeven, dat bedoelt leiding te geven aan onze jongedochters, moeten we dan ook, zoolang de schrijfster tdit standpunt inneemt, beslist ontraden, aan onze jonge dochters dit tijdschrift in handen te geven. Wat Luther in zija strijdzang van de Reformatie zong: Het Woord Gods zullen zij laten staan, \s' ook voor onS het eerste en het hoogste. Het gaat hier niet om een of ander afgeleid dogma van de Kerk, maar om hetgeen voor ons de, hoogste en absolute autoriteit is, om het gezag van de Heilige Schrift, Wie verklaart, dat de Apostelen gedwaald hebben, en dat wat zij schreven, voor ons alleen is opgeteekend om ons te laten zien ho^ ze dwaalden, evenals het verhaal van de »zonden der aartsvaders», tast op zoo ernstige wijze het gezag van de Schrift zelf aan, dat hier met de meeste beslistheid tegen moet geprotesteerd worden. Aan een dergelijke leiding onze jonge dochters toe te vertrouwen, zou wel een zeer ernstig gevaar wezen.

Het verblijdt ons daarom, dat Mej. H. S. S. Kuyper en Mej. J. H. Kuyper, die aanvankelijk hare medewerking aan dit Tijdschrift hadden Foegezegd, zich na het verschijnen van dit boek van Johanna Breevoort hebben teruggetrokken.

Saamwerking met wie het gezag van het Apostolische woord verwerpt, is voor on« mogelijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 april 1918

De Heraut | 4 Pagina's

Het gezag der Heilige Schrift.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 april 1918

De Heraut | 4 Pagina's