Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Navragen.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Navragen.

8 minuten leestijd

Zoodra men kerkrechtelijke vraagstukken tracht op te lossen, weet men, dat men met navragen te doen krijgt. Hoe helder en duidelijk men ook poogt de gestelde vragen te beantwoorden, toch zijn er altoos enkelen, die nog niet geheel bevredigd zijn en daarom met nieuwe bedenkingen^ of vragen aankomen. En al is onze redactie bereid zooveel mogelijk deze vragers te woord te staan, toch mag door te lang napleiten het geduld onzer lezers niet op te zware proef gesteld worden.

Slechts bij uitzondering kunnen we daarom aan een verzoek om nogmaals op een reeds behandelde quaestie in te g^an, voldoen.

De eerste vraag ^ons gesteld is deze, cf verplichte aftreding wel door onze Kerkenorde geëischt wordt en wel metterdaad een remedie is tegen het insluipen van kerkelijke tyrannie. De Kerkenorde, zoo schrijft een onzer lezers, eischt wel, dat de Kerkeraadsleden geregeld aan herkiezing zullen onderworpen worden en daarin ligt het afdoende verweermiddel tegen hiërarchische neigingen, maar niet, dat de aftredenden door anderen zullen vervangen worden.

Blijkbaar is hier bij onzen lezer een misverstand in het spel, l^ant onze Kerkenorde stelt wel degelijk als regel, niet alleen dat de eenmaal gekozenen, na een zeker aantal dienstjaren te hebben vervuld, aan herkiezing zich onderwerpen moeten, maar ook dat anderen in hunne plaats zullen gesteld worden. Artikel XXVII luidt toch: „De ouderlingen en diakenen zullen naar plaatselijke regeling twee of meer jaren dienen en alle jaar zal een evenredig deel aftreden. De aftredenden zullen door anderen vervangen worden ten ware dat" de gelegenheid en het profijt van eenige Kerk bij' de uitvoering van artt. 22 en 24 eene herkiezing raadzaam maken". Al is de mogelijkheid van herkiezing dus niet geheel afgesneden, toch blijkt uit dit artikel wel, dat onze Kerken in den regel de vervanging der zittende leden door anderen gewenscht hebben. Een wet van Perzen en Meden is deze verplichte aftreding om door een ander vervangen te worden, echter niet.Waar de Schrift desaangaaude geen beslissende uitspraak doet, moet de vrijheid der plaatselijke Kerk gehandhaafd blijven. Er kunnen gevallen zijn, waarin Tiet profijt der Kerk eischt, dat de aftredeüde herkozen wordt, of althans door den Kerkeraad wederom op de nominatie gebracht wordt. Maar dit behoort een uitzondering te wezen en de Kerkeraad kan dit nooit als regel stellen, maar heeft voor elk bepaald geval een beslissing desaangaande te nemen. Anders wordt de bepaling in Artikel XXVJI tot een wassen neus gemaakt.

Het motief nu, waarom onze Kerken deze verplichte aftreding en vervanging door anderen willen, werd iri de Kerkenorde wel niet uitdrukkelijk genoemd, maar uit liet advies door Prof. Danaeus op de Middelburgschè Synode ingediend, blijkt, dat dit motief niet alleen was om den last van de ouderlingen en diakenen niet te zwaar te maken of om ook anderen.die de gaven van het ambt ontvangen hebben, de gelegenheid te geven die gaven Ie gebruiken, maar evenzeer om het insluipen eener hiërarchie in de Kerk tegen te gaan. De „verplichte herkiezing", zooals onze vrager het noemt, is geen' afdoend middel om tegen die tyrannie te waken, want de ervaring leert, dat de~fcerkeraad dan meestal de aftredenden weer op de nominatie brengt en de gemeenteleden de aftredenden opnieuw benoemen, omdat het als een soort beleedi^ ging beschouwd wordt, Wanneer een aftredende niet herkozen wordt. Blijven de eenmaal tot ouderling of diaken gekozeii broeders permanent in denKerkeraad zitting houden, ook al worden zij na twee of drie jaar aan een formeele herkiezing onderworpen, dan ontstaat daardoor toch' het gevaar, dat onze Kerken juist door de verplichte aftreding wilden bezweren, n.l. dat de Kerkeraad een hiërarchische macht in de gemeente vormen zal. Daarom blijven we met onze Kerkenorde er op aandringen, dat niet alleen regelmatige aftreding der ouderlingen en diakenen zal plaats vinden, maar ook dat als regel de aftredende leden door anderen zullen vervangen worden.

Een tweede vraag ons gesteld naar aanleiding van wat we onlangs schreven over het .doen van belijdenis door degenen, die op volwassen leeftijd gedoopt worden, is, hoe dan gehandeld moet worden met het lezen van het formulier en het stellen der vragen, indien de ure van openbare belijdenis daar is en onder degenen, die belijdenis wenschen af te leggen, zich ook bevinden, die nog niet zijn gedoopt.

Ons antwoord daarop is, dat de openbare belijdenis des geloofs in de gemeente tweeSYlei karakter kan dragen. Deze openbare belijdenis des geloofs kan of geschieden dOur degenen, die in hun jeugd gedoopt zijn en nu openlijk belijdenis des geloofs wenschen af te leggen om tot voll? leden dêr Kerk te worden aangenomen en tot de gemeenschap van het Avondmaal te worden toegelaten. Voor deze belijdenis des geloóTs gelden de vragen, die achter ons Kort Begrip, of zooals in de uitgave der .liturgische formulieren door Prof. Rutgers bezorgd, van het Avondmaalsformulier staan aangegeven en die elke Kerkeraad naar bevind van zaken nader formuleeren kan. Maar deze openbare belijdenis des geloofs kan ook geschieden door degenen, dje m hun jeugd niet gedoopt zijn, dus nog met als lidmaat der gemeente beschouwd kunnen worden, maar nu na de belijdenis des geloofs het heilig sacrament van den Doop willen ontvangen, dan daarmede tegelijk de volle rechten van een lid der gemeente ontvangen en dan ook tot de deelneming aan het Avondmaal gerechtigd en verplicht worden. Voor deze belijdenis des geloofs heeft de Kerk de vragen niet aan den Kerkeraad overgelaten, maar ze geformuleerd in het Formulier van den doop der volwassenen Al zijn deze vragen in sub'stantie dezelfde als bij de openbare belijdenis des geloofs, die toegang tot het Avondmaal verleent, toch zijn ze voor dit speciale geval omschreven. En het beantwoorden van deze vragen is dan de publieke actie van het afleggen van de geloofsbelijdenis. Niet alleen de inhoud dezer vragen wijst dit uit, zooals we hebben aangetoond, maar het Formulier zelf van den Doop der volwassenen noemt ze ook zoo, want vlak aan deze vragen gaat vooraf, dat het niet geoorloofd is volwassenen te doopen, dan die van het geloof door mondelinge belijdenis rekenschap kunnen ge­ ven. Wel volgt daarop in de toespraak tot den volwassene, dat hij op de voorgestelde vragen antwoorden moet, opdat het blijke, dat hij de Christelijke religie aanneemt, waarin hij in het bijzonder door den Dienaar is onderwezen en waarvan hij mede voor hem belijdenis gedaan heeft, maar dit ziet op de belijdenis des geloofs, die bij het onderzoek voor den Kerkeraad of diens deputaten werd afgelegd, evenzoo als dat bij degenen, die tot het Avondmaal toegelaten worden, geschiedt. De belijdenis des geloofs geschiedt eerst voor de ambtsdragers en daarna publiek voor de geheele gemeente. En juist om die publieke belijdenis van de gemeente is het bij de nu volgende vragen te doen.

Hieruit nu volgt van zelf, dat wanneer er belijdenis des geloofs wordt afgelegd in de gemeente, dan ook onderscheid gemaakt moet worden tusschen degenen, die deze belijdenis des geloofs afleggen om tot iiet Avondmaal te worden toegelaten, en degenen, die de belijdenis des geloofs afleggen om gedoopt te worden. Wanneer men eerst beide groepen openbare belijdenis afneemt, en dan degenen, die gedoopt willen worden, nog eens belijdenis des geloofs gaat afnemen (want dat bedoelen de vragen in ons doopsformulier) dan neemt men tweemaal achter elkander aan dezelfde personen belijdenis des geloofs af, wat niet geoorloofd is. Een rechter, die een getuige hoort, vraagt eenmaal den eed, maar mag dit niet tweemaal echter cl kander doen. En de belofte bij de openbare belijdenis des geloofs voor het aangezicht des Heeren afgelegd, staat riien een eed volkomen gelijk. Tweemaal achter elkaar zulk een belofte of eed, geheel van denzelfden inhoud, te vragen, zou 't uitlokken wezen van een lichtvaardig, zweren, wat de Kerk zeker niet doen mag. Daarom wezen we op het woord van Christus, dat ons ja ja moet wezen en dat al wat daarboven gaat uit den Booze is.

Vraagt men ons, hoe de zaak geregeld moet worden, dan is dit uit hetgeen we stelden, QA. reeds duidelijk genoeg. Aan degenen, die op volwassen leeftijd gedoopt wilica worden, mag maar éénmaal de publieke belijdenis des geloofs en de daarmede verbonden belofte worden gevraagd. Een belijdenis des geloofs die óf daaraan nog afzonderlijk even voorafgaat of na de doopsbediening volgt, is daarom niet geoorloofd. Wordt dus in dezelfde godsdienstoefening, waarin de publieke belijdenis des geloofs plaats vindt van de jonge lidmaten, ^die tot het Avondmaal wenschen toegelaten te worden, oOk de doop aan een volwassene bediend, dan moeten beide ]))echtigheden scherp uit elkaar werden-] gehouden. Eerst kan dan belijdenis des geloofs worden afgenomen van degenen, die tot het Avondmaal wenschen te gaan; de vragen door den Kerkeraad vastgesteld worden aan hen gedaan en zij alleen hebben op die vragen te antwoorden na van hunne zitplaatsen te zijn opgestaan. Daarna komt dan am de orde de doop der volwassenen; het F'ir muiier stelt voor hen de vragen vast en eerst bij het stellen van deze vragen staan zij 1 o en geven daarop hun antwoord, \vaarna dm de bediening van den doop volgt. Zoo allem wordt het onderscheiden karakter van beide handelingen gehandhaafd en wordt een onnoodige herhaling van het'afleggen der i..elofte voorkomen. Geschiedt de doop mee in dezelfde godsdienstoefening, maar op een anderen Zondag, dan behoeven de Candida ten van den doop ook niet bij deze publieke aflegging van de geloofsbelijdenis aanwezig te zijn, omdat zij daar nog niet tot het afleggen der geloofsbelijdenis geroepen worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 mei 1918

De Heraut | 4 Pagina's

Navragen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 mei 1918

De Heraut | 4 Pagina's