Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland.

6 minuten leestijd

Duitschland. sEen pleidooi voor de leer der verkiezing. Het is een verbhjdend verschijnsel, dat in de Ref. Kirchenztg. een artikel voorkomt, waarin de leer van Gods genadige verkiezing wordt verdedigd. Wij waren in de laatste jaren door genoemd orgaan in dit opzicht niet verwend, niettegenstaande voor een 35 jaar Dr. Zahn duidelijk heeft aangetoond, dat het verval der Geref. Kerken in Duitschland gepaard ging met en veroorzaakt werd door 't loslaten van de leer der verkiezing. Lic. Th. St. van Meiderich. zoo is bovenbedoeld artikel onderteekend, begint met te zeggen, jjat het een zware taak is over de verkiezing te schrijven of te spreken, en dat het zelfs bedenkeüjk is om deze leer te belijden. Van-vriend en vijand hoort men: deze leer maakt zorgelooze en krankzinnige menschen; men neemt de menschen die haar aanhangen, 'wat meer van nabij op, of niet een zedelijke vlek aan hen te vinden is. Daarom tracht men deze leer direct te loochenen — m^n heeft ze een duivelsche leer geiibemd—of haar te verzwijgen of te verzwakken, doordat men de hardheden voor het verstand wegneemt.

Dit laatste was nu in een artikel van no. 16 der Ref^ Kztg. geschied. Daarin liep de schrijver, door den nadruk te leggen op den vrijen wil van den mensch, vast. Daardoor redt hij, gehjk hij meent, de verantwoordeHjkheid van den mensch, QoA. wordt er echter door verlaagd. > Go(i biedt alle menschen het geloof aan". (eigenlijk een onbijbelsche voorstelHng), de mensch moet zich tot het geloof wenden of er zi^ van aftvehden, en God moet toezien en geduldig wachten welke beshssing de mensch nemen Wil.' De verkiezingsgedachte wordt als omsluierd wanneer men zegt: wanneer gij gelooft, zoo moogt gij daaruit besluiten, dat gij verkoren zijt. Als gij niet gelooft, zijt gij niet verkoren. Het feit van de eeuwige verkiezing zal tian van ons al dan niet gelooven afhangen. Zoo opgevat, dient zij eigenUjk slechts tot ver? klaring van zekere moeilijkheden in het leven aan deze zijde van het graf, maar zoo is zij in waarheid niet. Onopgelost blijft verder het probleem, dat er aan de eene zijde een eeuwige verkiezing bestaat en dat aan den anderen kant God aUe menschen wil geholpen hebben. Men bemerkt dat men de vrees koestert, als kon bij de prediking der verkiezing, de prediking van boete en bekeering daardoor belemmerd worden. ; £r is zooveel goeds voor en tegen deze leer in den loop dei tijden ingebracht, - zoo dikwijls en zoo diep op de zaak ingaande is zij besproken, dat men haast niet in staat is iets' nieuws in deze voort te brengen. De schrijver herinnert aan de zoo schitterend geschreven verhandelingen van Augustinus {de gratia et lib. arbitris; de corrept. et gratia; de praedest. sanctorum; de dono persev. e.a.) aan Calvijns strijdschrift tegen Pighius tde lib. arb."., dat in zes hoofdstukken deze zaak zeer uitvoerig behandelt en alle tegenredenen van Pighius schitterend wederlegt, en als voortzetting daarvan: de aeterna Dei praedestinatione. Men geve zich de moeite deze geschriften te lezen; ook Luther's omvangrijk gesctuift: de lib. arb. (over den vrijen wil) zou men hier kunnen noemen.

De schrijver trekt dan de volgende lijnen: . De Iter van de absolute eeuwige verkiezing en hare keerzijde, is bijbelsch. Het eerste geeft men algemeen toe; het laatste wordt gewoonHjk bestreden omdat men het verkeert verstaat. Het helpt echter niets, deze leer angstig.'uit den weg te gaan. Er staat nu eenmaal geschreven Rom. 9:18: gt; Zoo ontfermt Hij zich dan, diens Hij wil en Hij verhardt dien Hij wil." Het helpt ook niet dat men allerlei uitlegglngskunstgrepen aanwendt. Het theologische geweten kan meru daardoor niet tot zwijgen brengen. Het komt er op aan, open en eerlijk het ware probleem onder de oogen te zien, en te arbeiden om tot de moeihjke oplossing te komen. II. Voor de leer van de absolute verkiezing moet in leer en leven de juiste plaats ingeruimd worden. Hierop kan niet genoeg de nadruk gelegd worden. Zij "volgt op de leer van de rechtvaardigmaking door het geloof, d.w.z. alleen als een begenadigd zondaar kan ik deze heerlijke leer vatten.

Daardoor nemen wij den grond voor alle lasteringen (helaas ook van velen die aan den Bijbel gelooven) niet weg; maar strijden wij den weg af voor goddelooze redeneeringen, die deze leer losmaken van het geloof in Christus en voor eigengerechtigheid en ongerechtigheid de deur openen.

III. Deze leer is en blijft een geheim Gods. Zij is ons niet ter bespiegeling geopenbaard, maar tot vermaan en troost. Gelijk bijna geen andere leer, drijft zij tot Godvreezende aanbidding Gods. Hier geldt het woord van Augustinus, over de doctd ignorantia (geleerde onwetendheid), of: melior est fidelis ignorantia quam temeraria scientia^ (beter is een geloovige onwetendheid dan een vermetele wetenschap).

IV." Bij deze leer moet men in de eerste plaats uitgaan van de geheele onbekwaamheid van den mensch tot eenig goed en van zijn geneigdheid tot alle kwaad. Alle heü werkt God alleen. De zoogen. vrije wil is te verwerpen, gelijk het onze beste leeraars steeds gedaan hebben. Het andere uitgangspunt is de Majesteit Gods. De eigenschappen waardoor God zich als de machtige openbaart (almacht, alwijsheid, alwetendheid, algenoegzaamhèid), komen niet tot haar recht, wanneer men de tegenovergestelde leer aanneemt. Wat ware dat voor een God, die het heil van allen wil, maar dit niet kan tot stand brengen, omdat 3e mensch het niet wil! God hangt dan van den mensch af; in zake den vrijen wil had dan de mensch de macht, stond hij naast, ja boven God. Men denke zich deze gedachte eens geheel en al in! Wanneer zullen wij nog. eens leeren, Gods eere. Zijn Majesteit en heemjkheid onbeperkt te erkennen f

V. De bijbelplaatsen die schijnbaar van een algemeene genade spreken, zijn in het rechte evenwicht met de andere Schriftplaatsen te stellen en volgens het verband te verstaan. Op voortreffeUjke wijze is dit meestal reeds €oor onze oude dogmatici gedaan. Zij zijn dus als vermanend op te vatten.

VI. De leer van de vrije genade is in nauwe verbinding met die der rechtvaardigmaking te beschouwen, een bron van den heerlijksten troost en leidt tot den diepsten ootmoed voor God. Zij is eigenlijk de drijfveer van de erbarmende liefde tot den naaste. Voor de geloovigen beteekent zij de gouden keten des heils, waarvan het einde in de toekomstige eeuwige heerlijkheid te vinden is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 1918

De Heraut | 2 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 1918

De Heraut | 2 Pagina's