Buitenland.
Duitenland. Terug tot het heiden Diiitschland. Terug dom.
In Duitschland verschijnt een maandschrift, , , Nieuw Leven" getiteld, dat vooral in de kringen der „Wandervögei" verspreid wordt. Het doel van dit tijdschrift is om de jeugd van Duitschland het geloof aan de Openbaring Gods te ontnemen en haar weer te brengen tot de oude Duilsche afgoden, dus tot het heiden dom. De redacteur Dr. Hunkel zegt in dat blad, dat hij z? lf de Landskerk heeft verlaten, en heweert daarbij, dat hij anderen niet wü aansporen om hetzelfde te doen; maar de manier waarop in zijn blad over het Christendom gespreken wordt, zal het gevolg hebben dat velen van de Kerk des Heeren vervreemden, wanneer men daaraan geloof slaat. Volgens „Nieuw Leven" is de Chr. religie een Semitische, die beïnvloed werd door de wegzinkende vervalschte Grieksche en RoTneinsche Godenleer. Duitschers kunnen een Arische, Germaansche religie hebben en in der daad hebben zij nooit een andere gehad. Het vreemde gewaad van de Christehjke rehgie is voor Duitschers een onwaarheid. Het moet eindehjk afgeworpen worden, het Duitsche ras moet van den duizend-jarigen vloek van de zelfvervreemding bevrijd en tot zich zelf terug gevoerd worden. De redacteur sprak zelfs, dat hij' gelooft in het Evangelie van het ras en agn de goddelijke wereldzending van het Ger manendom. De ' Jongeling moet zich bewust worden, dat het „Wandervogeltum" een onbewust zoeken is van de reine Duitsche jongelingsziel naar het verloren Arisch-Germaansch-Duitsche godendom. In de jeugd mo«t men als levensdoel kiezen, het volk het kostehjkst kleinood terug te geven, dat men na duizend jaar wedergevonden heeft. Bij het feest van het St. Jansvuur werd een rede gehouden, waarbij men den Heüigen Baldur aanriep, dat hij de jeugd met zijn vuur zou doorgloeien!
Of, nu Duitschland zulke vreeselijke dagen doorleeft, mannen als Dr. Hunkel voortgaan een. dergelykefi toon aan te slaan? Laat ons hopen, dat de vernedering die dit land ondergrjit, het geneze van het aanbidden van de afgoden, die het land schier aan den rand van den ondergang hebben gebracht.
N.-Amerika. Ds. Bultema voor de Synode. •'
In Juli kwam de Synode der Chr.-Geref. Kerk samen. Op hare vergaderingen kwam ook de zaak van Ds. Bultema aan de orde, welke een hjvig boekdeel schreef, waarin hij het Chiliasme, of de leer van het duizendjarige rijk, verdedigde. Deze zaak had een formeele zijde eneenmaterieele. Vormelijk kon de vraag gedaan worden, of de zaak van Ds. Bultema, schrijver van > Maranatba", op de Synode kón behandeld worden, daar zij niet door den Kerkeraad van Muskegon I en .door de Classis behandeld werd.
De Synode besloot niet den persoon van Qs. Bultema in behandeling te nemen, maar wel de stellingen in Maranatha verdedigd, omdat de dingen daarin verkondigd de geheele kerk gelden, die ook door de publicatie van het boek voor de^ aandacht der kerk gebracht zijn en langs kerkelijken weg ter Synodale tafel waren gekomen.
Wat de materieele zijde der quaestie betreft, besloot de Synode de gevoelens in „Maranatha" uitgedrukt, niet te toetsen aan de Schrift. Als Ds. Bultema langs wettigen weg graTamina tegen de belijdenis had ingebracht, had men de belijdenis aan de Schrift kunnen toetsen.
Nu kon men volstaan met hetgeen Ds. B. geleerd had te toetsen aan de beüjdenis. De Commissie die over deze zaak in de synode had te rapporteeren, het eerst eenige aanhahngen uit onze Confessie voorafgaan, waaruit ten duidelijkst bhjkt dat onze Geref] Kerken het koningschap Tan Christus over zijne Kerk belijden en ook de eenheid der Kerk Tan alle eeuwen, Israël niet uitgesloten, stellen. Voorts lezen wij in bedoeld rapport:
Uit een puur confessioneel oogpunt beschouwd, gaat ons verschil met den broeder niet over zulke punten als: Het Duizendjarig Rijk, Tweeërlei opstanding of De terugkeer der Joden naar Palestina. Waar het om gaat is de Eenheid der Kerk van alle eeuwen en in het allernauwste verband hiermede het Koningschap •van Christus.
a. Pag.-191. Ds. B. schrijft: «En een oorzaak van dit droef verschijnsel (gebrek aan g^me& telijke zekkennis) moet hierin gezocht worden, dat men Israel en de Gemeente als wezenlijk éen beschouwt .... Wij zijn echter ten stelligste overtuigd, dat deze gedachte niet naar de Schrift is ... .
b. Pag. 193. De gemeente is het lichaam van Christus Christus zelf is het Hoofd van dit lichaam.._... Maar ons wordt duidehjk geleerd, dat Hij dit door zijn Hjden geworden is en dat zijn Hoofd-zijn een deel is van zijn loon op zijn diepe vernedering. Dus moet men één van tweeën aannemen: óf de Kerk is vier duizend jaren hoofdeloos geweest, óf ze is eerst na het Hoofd ontstaan. God maakt in den regel geen hoofdelooze dingen".
c. Pag. 264. »Het is absoluut onmogelijk, om een zedelijk en Schriftuurlijk begrip van het Millennium te verkrijgen, indien wij niet ten strengste het wezens^ erschil van Israel en de Gemeente in het oog honden. Op elk gebied vloeit er namelooze verwarring voort uit de heülooze vereenzelviging van deze twee, doch nergens komt dit' sterker uit dan bij de leer van het Millennium*.
Voorts op dezelfde pagina:
„Christus is de Koning, maar van Israel, niet van de Gemeente. Met deze staat Hij in veel nauwer betrekking. Het is een weemoedige gedachte, dat zoovele geloorigen hun Zaligmaker meeuen te verheerlijken, wanneer ze van Hem gewagen als hun Koning en den Koning der Kerk.
En waar het veelal de taal der liefde is, die zoo spreekt, daar zal de Heeré die steeds het hart aanziet, het ook wel als zoodanig beschouwen, doch dit neemt niet weg, dat we hier met een schromeHjke en ver van onschuldige verstandsdwaling te doen hebben. Christus is de Koning van Israel en het Hoofd der Kerk. toj zal aan Israel het koninkrijk oprichten".
d. Bovengenoemde zijn slechts enkele van de vele aanhalingen, die we zouden kunnen maken in betrekking tot de bewuste punten. Doch genoeg. Duidelijk is dat Ds. Bultema in zijn boek leert:
1. dat er wezens-verschil bestaat tusschen Israël en de Gemeente.
2. Dat Christus geen Koning is van zijn Kerk.
4. Uwe Comm. achtte het raadzaam, eer ze haar conclusies en adviezen formuleerde. Ds. Bultema ter Vergadering te verzoeken. Doel uwer Comm. was vooral om mogeHjk misverstand uit den weg te ruimen of ook, bij mogelijke herroeping door Ds. Bultema, niet verder voort te gaan. Ook meende uwe Comm. hiervan een kort verslag te moeten "geven op uwe vergadering.
De volgende vragen werden den broeder gedaan: (Nadat bovengenoemde aanhalingen uit zijn boek hem waren voorgelezen.)
1. Neemt u deze aanhahngen nog voor uwe rekening? Antwoord: , , Wat het wezen der zaak betreft, ja, maar ik zou dat meer willen om-> 6chrijven."
2. Stelt u zich onder de jurisdictie van de beüjdenis? Antwoord: , .Ja, wanneer de Kerk haar goed verklaart"
3. Kunt ge uwe uitspraken in harmonie brengen met de behjdenis? , Ja."
4. Behooren de uitverkorenen uit de oude bedeeUng ook tot de kerk als lichaam van Christus? Antwoord: „Neen."
5. Wat verstaat u onder het lichaam van Christus? Antwoord: „De geloovigen van deze bedeeling."
b. Nog langen tijd vergaderde uw Comm. met Ds. Bultema, doch eindelijk ging ze weer op zichzelf vergaderen en besloot het volgende der Synode mede te deelen:
(1) Alhoewel Ds. Bultema voor uwe Comm. volhield, dat hij naar eigen overtuiging niet in strijd is met de belijdenis onzer kerken, toch is Ds. Bultema er niet in geslaagd om de harmonie tusschen zijn standpunt, zooals dat voorgesteld is in „Maranatha", en onze behjdenis voor^uwe Comm. aan te toonen.
(2) Ds. Bultema heeft beslist geweigerd de uitdrukkingen in zijn boek, boven aangehaald, te herroepen.
- 5. Eindehjk oordeelde de Comm. het volgende der Synode te moeten voorleggen:
a at de bovengenoemde leeringen rakende de eenheid der Kerk en het Koningschap van Christus zooals die worden voorgesteld in > Maranatha", in tegenspraak zijn met onze behjdenisschriften op die bepaalde punten.
b. De Synode wende zich tot den kerkeraad van Muskegon I en dringe er bij den kerkeraad op aan, zijn leeraar over deze zaak in behandeling te nemen.
c Dat het publiceeren van stellingen als bovengenoemde door een leeraar onzer kerken den autheur in strijdbrengt met het verbindingsformulier dat hij heeft onderteekend.
d. Dat de pubhcatie van „Maranatha" oorzaak is geworden, dat de rust der kerken is verstoord.
e. Voorts benoeme de Synode drie deputaten, die de opdracht hebben deze zaak bij den kerkeraad van Muskegon I namens de Synode aanhangig te maken en toe te Sfiiten.
Volgens dit rapport gesloten. werd door de Synode
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 3 november 1918
De Heraut | 4 Pagina's