Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Is de Hervormde Kerk een schijnkerik?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Is de Hervormde Kerk een schijnkerik?

6 minuten leestijd

III.

Was onze eerste bedenking dus, dat uit de praemisse van Prof. Fabius, dat het anti-Hervormde Genootschap een schijnkerk is, noodzakelyk zou moeten volgen. dat de doop in deze Kerk bediend, dan ook geen doop meer wezen zou, onze tweede bedenking is, dat met den door kem aangegeven maatstaf niet valt uit te maken, wanneer dat Genootschap een schijnkerk is geworden. Als de eigenlijke oorzaak, waarom hij dit Genootschap voor geen Kerk verklaart, geeft Prof. Fabius aan dat dit Genootschap »gecn belijdenis heeft". Het kenmerk van een Kerk is toch volgens hem, dat zulk een Kerk een belijdenis moet hebben. Wel heeft de Hervormde Kerk nog in naam een belijdenis, maar deze belijdenis is opgesloten in een kelder en boven op dezen kelder is het Genootschap opgetrokken. Vraagt men nu, wanneer dit geschied is, dan wijst Prpf. Fabius zelf in zijn historisch betoog aan, dat dit niet eerst is geschied in onze dagen, maar reeds in 1816, toen de Koning di^"Genootschap heeft gesticht, zooals hij zelf dan ook zegt, dat dit Genootschap (dat geen Kerk is) op dien kelder is opgetrokken. Maar dan is dit Genootschap ook niet eerst in 1834 of in 1886 een schijnkerk geworden, maar is het van zijn oorsprong af steeds een schijnkerk geweest. Waaruit dan verder volgen zou, dat er van 1816 af in Nederland geen Gereformeerde Kerk meer is geweest, dat deze in 1816 had opgehouden te bestaan en 'dat eerst in 1834 en daarna door de nieuwe actie in 1886 deze Gereformeerde Kerk weer ontstaan is, waarmede de continuïteit van de Gereformeerde Kerken zou worden geloochend. Natuurlijk kan Prof. Fabius" dit niet bedoelen, want hij zelf heeft meermalen met nadruk betoogd, en we zijn het daarin van harte met hem eeras, dat in 1834 en daarna in' 1886 geen nieuwe Gereformeerde Kerk is gesticht, maar dat de van ouds bestaande Gereformeerde Kerk toen, door den band met de Synodale organisatie te verbreken.-tot reformatie is gekomen. Het ontbreken van een belijdenis kan dus niet zonder meer gelden als een bewijs, dat de Hervormde Kerk geen Kerk of een schijnkerk is, althans wanneer men dit niet van de Synodale organisatie los gedacht van de plaatselijke Kerken wil verstaan, maar van het anti-Hervormde Genootschap als. geheel met zijn plaatselijke afdeelingen. Prof. Fabius zelf erkent toch, dat in dit Genootschap, hoezeer in zijn vrije levensuiting belemmerd, toch ware (plaatselijke) Kerken gevonden werden.

Aan het slot van zijn betoog komt Prof. Fabius dan ook tot een andere conclusie. Hier verklaart hij, dat alleen op die plaatsen waar de afdeeling v^aga het Genootschap gescheiden is van of anthithetisch staat tegenover de Gereformeerde Kerk aldaar, de bestaande Genootsehapsafdeeling niet meer als Kerk kan worden beschouwd. Niet het ontbreken van de belijdenis (wat reeds sinds 1816 het geval was) maar het gescheiden lijn van of antithetisch staan tegenover de Gereformeerde Kerk zou dus het beslissende criterium moeten wezen, waaruit zou blijken, dat deze plaatselijke afdeeling geen Kerk meer is. Alleen, ook met dit criterium komen we niet uit de moeilijkheid. De vraag doet zich dan terstond op, wanneer deze plaatselijke afdeeling van het Genootschad dan een schijnkerk geworden is. Is dit geschied, zoodra naast de plaatselijke afdeeling van het Genootschap een Gereformeerde Kerk kwam te staan, dan zou daaruit volgen, dat deze afdeelingen reeds in 1834 een schijnkerk zijn geworden, omdat toen op verreweg de meeste plaatsen in het land naast en tegenover de plaatselijke afdeeling van het Hervormd Genootschap een (Christelijk) Gereformeerde Kerk is gesticht. Alleen «p die plaatsen, waar de breuke nog niet tot stand was gekomen, zou er nog van het voortbestaan der plaatselijke Kerk sprake kunnen wezen. En aangezien in een schijnkerk . geen wezelijk ambt kan bestaan en ook geen wezenlijke doopsbediening, zou behalve dan op die weinige plaatsen, waar een Christelijke Gereformeerde Kerk ontbrak, geen enkel ambtsdrager in het Hervormd genootschap een wettig ambtbekleedhebben, , en dé door dezen schijn ambtsdrager bediende doop een schijndoop zijn geweest.Een consequentie, die Prof. Fabius zeker al evenmin aanvaarden zal als de eerste, dat het Genootschap van 1816 af niets dan een schijnkerk was, aangezien hieruit volgen zou, dat dan de geheele actie van 1886 veroordeeld moest worden, omdat de geloovigen zich toen niet individueel hebben losgemaakt om bij de Christelijke Gereformeerde Kerk zich aan te sluiten, maar de ambtsdragers, die zich zelf als volkomen wettige ambtsdragers beschouwden, en dit ook waren, het besluit genomen hebben om met de Synode als organisatie te breien. Erkent meri nu, zooals dit ook door Prof. Fabius geschiedt, dat de reformatorische actie van 1834 een door God gewilde daad was en dat de Kerken, die aan de»e actie haar oorsprong te danken hadden', ware Gereformeerde Kerken waren, dan kan ook niet als beivijs, dat de plaatselijke afdeelingen van het Hervormde Genootschap schijnkerken zijn, gelden, dat zij 'thans antithetisch tegenover onze Gereformeerde Kerken staan of daarvati gescheiden zijn. .-Hetzelfde . was immers evenzeer reeds het geval na 1834. En indien desniettegenstaande in de Hervormde Kerk ware Gereformeerde Kerken zijn geweest, dan is niet wej in te zien, waarom de nieuwe reformatorische actie van-1886 hierin een principieelc verandering gebracht heeft. Of om het nog scherper uit te drukken, zelfs bij-de groote reformatie in de 16e eeuw, toen op elke plaats een afdeeling van de Roomsche Kerk kwam te staan, gescheiden van en antithetisch, staarde tegenover de Protestantschc Kerk aldaar, Itebben de Protestanten daarom toch niet beweerd, dat deze afdeeling der Roomsche Kerk daardoor een schynkerk geworden was. Een reformatie in de Kerk

maakt nooit, dat het deel der Kerk, dat .met deze reformatie niet medegaat of zelfs vijandig daar tegen«v«r optreedt, daardoor ophoudt een Kerk te zijn. Het eerste kenmerk door Prof. Fabius aangegeven: het ontbreken van een belijdenis, waarin de Kerk haar geloofsuitdrukking vindt, kan dus niet als voldoende gelden, om het Hervormde Genootschap totcen schijnkerk te stempelen, wajjtdan zou dit van 1816 af alleen een schijnferk zijn geweest, waardoor de continuïteit der Gereformeerde Kerk zou geloochend worden. En evenmin is het tweede kenmerk dat gescheiden van en antithetisch tegenover de Gereformeerde Kerk een plaatselijke afdeeling Tan genoemd Genootschap is komen te staan, voldoende om deze afdeeling tot een schijnkerk te verklaren, omdat, ware dit zoo, ook de Roomsche Kerk een schijnkerk zou wezen en zelfs niet is in te zien, hoe dan na de reformatorische actie van 1834 in de Hervormde Kerk nog een ware Kerk kon zijn overgebleven. Gesteld, dat de Gereformeerden in de Hervormde Kerk wederom tot een krachtige actie kwamen; dat deze actie op den duur leidde tot een conflict met de Synodale organisatie, en het gevolg daarvan was, dat een heele groep van plaatselijke gemeenten wederom van deze organisatie zich afscheidde om met onze kerken in kerkelijk verband te treden, zouden we dan ook maar een oogenblik aarzelen om deze gemeenten als ware Kerken van Christus en hare ambtsdragers als wettige ambtsdragers en den door hen bedienden doop als een iverkelijken doop te erkennen ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 november 1918

De Heraut | 4 Pagina's

Is de Hervormde Kerk een schijnkerik?

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 november 1918

De Heraut | 4 Pagina's