Buiteuland.
Duttschland Moreele waanzin. Over bovengenoemd onderwerp schrijft de »Rhein-Korrespondenz":
»Ons volk is door moreelen waanzin aangegrepen. Hij die-in de laatste weken door Duitsche steden gegaan is, heeft de weerzinwekkendste tooneelen van zedelijk verval moeten zien. Overal wordt gedanst, van den morgen tot den avond. Overal - wordt ge(hronken tot men er bewusteloos bij neervalt. Dat het in deze dagen mogelijk is Karnaval te vieren, behoort tot de treurigste bladzijden van de geschiedenis der menschheid. Drankzucht, ontucht, geldgierigheid en zinnelijk drift vloeien als een stroom van vuil - water over ons volk. Daarmede gaat een ergerlijke lichtzinnigheid gepaard, die 'al het heilige in het stof vertreedt, en in de kin o-en schouwburgwereld de schandelijkste en verdoryenste toestanden aan ons volk te zien geeft. Wat moet men er van zeggen, als op een Zondag een Karnavalgezelschap een geheelen nacht heeft rondgezwalkt, des morgens vroeg op de openbare straat op cynische manier gaat zingen: «Jesus, meine Zuversicht!" Ea niemand verbiedt dit spotten met het heilige, er zijn zelfs menschen die er om lachen!
En dit alles in het aangezicht van den nood en van den ondergang van een Duitsch volk. ïSimplicissimus" gaf in een zijner laatste nummers een huiveringwekkende teekening waarop nood en honger een menigte uitlokten tot dansen. Wanneer zal ons volk de spelers herkennen? -
Nog gaat het daarheen met een blinddoek voor de oogen en ziet den vreeseiijken ernst van den toestand niet. Het moet nog dieper in de ellende, tot het erkent, wat deze dagen beteekenen. De honger lokt tot dansen uit — en hij speelt zoo lang tot aan ons volk de laatste kracht is ontzonken. De nood grijnst het dansende Duitschland toe en zal het in zijn armen verwurgen.
Duitschland danst zijn > dooden-dans".
Ook wordt de «vrije lietde" met kracht gepropageerd door een geschrift dat door «de Galg" een «Bücherei", uitgegeven is. Rosa Luxemburg heet daarin eene «hoogstaande" vrouw en Liebknecht «een voornaam denkend" mensch. Schaamteloos wordt jonfee meisjes toegeroepen: weest vrij, komt tot het licht, doet zonde! Een student in de rechten bepleit het neo-Malthusianisme, bewerende, dat men reeds vóór den oorlog onder den overvloed van menschen geleden heeft. Het ergste is dat een predikant, met name Karl Ottwein, daarin openlijk den raad geeft: «wanneer het bittere leven u niet veroorlooft met elkander in den echt te treden, hebt er dan geen berouw over dat gij elkander liefhebt, veracht elkander niet".
Het Duitsche blad waaraan wij dit ontleenen, hoopt dat het blijken zal, dat het geschrift van «de Galg" den naam van den predikant verzonnen heeft. Doch dat een uitgever dan zulk een mystificatie durft laten drukken en dat het grooten aftrek vindt, is reeds een veeg teeken. De Heere ontferme zich over dit arme volk. Wie had kunnen denken, dat het zoo diep wegzinken zou ?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juni 1919
De Heraut | 4 Pagina's