JAARVERGADERING der Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerden Grondslag.
I.
Ditmaal waren we weer in Dordrecht samen, in de voor ons Calvinistisch volk zoo historierijke Merwestad, om de 39ste jaarvergadering te houden van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerden grondslag, en in onderling verkeer oude banden met de vrienden onzer Hoogeschool te versterken en door nieuwe kennismaking den broederkring te verwijden. Het waren goede dagen die we in Dordrecht mochten beleven, opgewekte en leerzame samenkomsten in «Kunstmin" hielden ons bijeen, en de warme belangstelling die weer aan den dag trad voor onze Hoogeschool gaf aan heel deze jaarvergadering kleur en teekening.
Van de gehouden samenkomsten willen we op het voetspoor van vorige jaren weer een uitvoerig verslag geven, en we vangen thans aan met mededeeling te doen van de
Wetenschappeiyke samenkomst,
die aan de jaarvergadering der vereeniging pleegt vooraf te gaan en nu gehouden werd onder de bekwame leiding van Prof Mr. A. Anema, die na voorlezing van Ps. 23 op de gebruikelijke wijze opende en een korte toespraak hield. Weder twee wetenschappelijke onderwerpen werden ingeleid.
In de morgensamenkomst was aan de orde het referaat van Dr. J. Hekman over: «de beteekenis van nerveuse en psychische invloeden voor het ontstaan en het' verloop van inwendige ziekten."
Spr. wijst er allereerst op, dat hij in dit referaat dit onderwerp niet volledig kan behandelen uit hoofde van de uitgebreidheid der stof. Hij behandelt daarom slechts enkele hoofdstukken uit de pathologie der hartziekten, der vaatziekten, van sommige stofwisselingsstoornissen en van enkele maag-en darmziekten. Ook gaat hij nog zeer kort na, hoe bij de zelfverdediging van het lichaam nerveuse en psychische invloeden zich kunnen laten gelden. In het eerste deel der verhandeling wordt de materie meer van uit een speciaal, in het tweede deel meer van uit een algemeen standpunt belicht. Hij eindigt met een besluit.
In eene anatomisch-physiologische inleiding bespreekt hij, hoe het zenuwstelsel kan worden verdeeld in een centraal en een perifeerdeel: en hoe dit perifere deel weer kan worden onderscheiden in cerebro-spinale en sympathische zenuwen. De onderverdeeling van densympathikus in het autonome stelsel en de eigenlijke sympathikus wordt nader toegelicht, waarbij hij gelegenheid heeft te wijzen op eene tweeëdei soort nerveuse constitutie, Q> I. het vagatone en het sympathikotone type.
Bij de bespreking van zenuw-invloeden en hartaandoeningen zet hij uiteen (na den bouw van het hart nader te hebben besproken) hoe het hartrhytme onder zenuw-invloeden niet alleen zeer kan veranderen, maar hoe ook ernstige circulatie-stoornissen hiervan het gevolg kunnen zijn. Zoowel de eenvoudige tachycardieën als als de meer gecompliceerde (tachy-atrieën, auricular flutter, atrium fibrillatie, enz.) worden in dit verband besproken. Zoowel de invloed der polsversnellende als die der polsverlangzamende zenuwen wordt nagegaan. En juist hier blijkt ook, in hoe groote mate psvchische faktoren zich kunnen laten gelden op de hartwerkzaamheid.
Daarna overgaande tot de behandeling van zenuwinvloeden en aandoeningen der bloedvaten bespreekt hij, van welke verschillende faktoren de bloedsdrukking o.m. afhankelijk is. Daarbij blijkt, dat vooral de bij-nier door middel van haar afscheidingsprodukt, het adrenaline, groeten invloed op de spanning der bloed vat wan den kan uitoefenen. Dezen samenhang verder besprekende, blijkt, dat de afscheiding van het adrenaline onder zenuw-invloed zich zeer kan wijzigen, zoodai nerveuze faktoren, via de bijnier op de bloedsdrukking zich kunnen laten gelden. Op den duur kan zoo eene hypertensie ontstaan, en deze kan weer leiden tot ziekelijke veranderingen in de vaatwanden, maar ook (via de laatste) tot ernstige afwijkingen in hart, nieren, enz. Den invloed van psychische faktoren voor de hypertensie en haar gevolg toestanden gaat Spr. verder na; hij wijst er echter op, dat niet alleen de bij-nier, maar ook andere klieren met interne secretie en sommige stofwisselingsprodukten, etc. invloed op de vaatspanning uitoefenen, zoodat bij de verklaring van het ontstaan der hypertensie, enz. niet een éénzijdig standpunt mag worden ingenomen.
Vervolgens wordt het verband tusschen zenuwinvloeden en stofwisselingsstoornissen nagegaan. In hoofdzaak wordt de suikerziekte besproken, daar het wezen dar suikerziekte iets beter bekend is dan van andere stofwisselingsziekten (jicht bijv.). Hier wordt aangetoond, dat de invloed van nerveuse en psychische faktoren op het verloop eener suikerziekte zeer groot kan zijn. Ook wordt besproken, hoe men dezen invloed kan verklaren. Toch staat Spr. zeer sceptisch tegenover eene zuiver nerveuze aetiologie der echte suikerziekte, al wil hij zeker niet bestrijden, dat er neuropathogene vormen van suiker-uitscheiding in de urine voorkomen.
Na nog gewezen te hebben op den samenhang van de functie van andere klieren met z.g. interne secretie en zenuw-invloeden, komt Spr. tot de behandeling van maag-ên darm-aandoeningen. De nerveuse aetiologie der maagzweer bespreekt hij in dit verband, alsmede den grooten invloed, dien zenuw-invloeden op den tonus van den maagwand en de maag-secretie-kunnen uitoefenen. Daarna wordt de beteekenis vanlaesies van den nervus splanchnicus voor de buikorganen kort geschetst. Eindelyk wordt er op gewezen, hoe door zenuw-invloeden de scheikundige samenstelling van het bloed (bijv. het bloedsuiker-en cholerterine-gehalte) kan veranderen, en dus indirekt de zelfverdediging van het lichaam kan worden beïnvloed, daar - de jongste onderzoekingen o.a. hebben geleerd, dat de werking van toxine's geneesmiddelen, enz. in hooge mate afhankelijk is van het lipoidgehalte van het bloed. Ook op de beteekenis van een stijgende bloedsuikergehalte wordt hier gewezen.
Gekomen tot het tweede, meer algemeene deel zijner voordracht recapituleert Spr. kortelijk het voorgaande, door v.n.l. er op te wijzen, dat er evenwicht in de werkzaamheid van sommige organen moet zijn, wil het lichaam gezond blijven. Evenwicht moet er bijv. zijn tusschen de functies der organen, wier afscheidingsprodukten de suikervorming in ons lichaam bevorderen, en die, welker produkten de suikervorming remmen. Uit het oogpunt van evenwichtshandhaving bekijkt hij zoo nog eens de afwijkingen, die het hartrhytme kunnen bedreigen; zoo ook de hypertensie, de suilTerziekte, enz. Ook wijst hij op de nadeelen eener vagotoue en die eener sympathikotone constitutie. Daarna gaat hij na, door welke uitwendige invloeden eene nerveuze constitutie kan worden gewijzigd. Daartoe bespreekt hij den invloed van het tropische klimaat, daar onderzoekingen hebben geleerd, dat in de tropen door de hooge temperatuur licht een hoogere tonus van het sympathische zenuwstelsel ontstaat.
Vervolgens wordt de werking van sommige stoffen (atropine, enz.) in dit verband besproken; zoo ook de verschillende werking der afscheidingsprodukten van de klieren met interne secretie.
Spr. meent, dat de evenwichtstoestand tusschen sommige organen (v.n.l. die, welke interne secretie bezitten) en die, welke bestaat tusschen het autonome en het sympatische zenuw-stelsel ook door psychische invloeden kan worden verbroken, wat hij met enkele ziekte gevallen uit de praktijk toelicht.
Ten slotte gaat hij nog na den invloed, dien verschillende effekten en andere psychische functies op het verloop van infectie-ziekten kunnen uitoefenen. »
In zijn besluit komt Spr. tot de conclusie, dat zoowel bij de verklaring van het ontstaan van vele ziekten, alsook bij het voorkomen van ziekten bij een bepaald individu in ruime mate rekening moet worden gehouden met (in algeraeenen zin uitgedrukt) nerveuse faktoren.
Volgens Spr. zal de dispositie-leer mede het vraagstuk der toekomst zijn. Zijns inziens zal de studie hiervan slechts dan vruchtdragend zijn, indien ze ook den machtigen invloed van het zieleleven op het lichamelijk gestel in hare beschouwingen en onderzoekingen betrekt.
Met den referent wisselden van gedachten de heeren Prof. Dr. L. Bouman, Dr. D. Schermers, Prof. Dr. F. J. J. Buijtendijk, Prof. Dr. H. Bavinck en Dr. B. C v. d. Nagel.
In de middagsamenkorast werd door Prof. Dr. C. van Gelderen ingeleid het onderwerp: «De God Israels en de Goden van Babel.”
Na te hebben opgemerkt, dat iu Israels neiging tot afval' van den waren God de godeli van Babel eene belangrijke rol spelen, schetst referent het algemeen karakter dezer Babylonische goden. Het zijn natuurkrachten en natuurverschijnselen, voorgesteld als personen met men schelijke eigenschappen. Eene belangrijke plaats bekleedt de dienst der kunstlichamen, vooral de zonnedienst. De goden zijn tegelijk met de wereld ontstaan. Ze vertoouen wel zedelijke eigenschappen, zooals de menschen. Maar hun eigenlijk-wezen is toch natuurkracht. In deze bonte, veelvormige godenwereld openbaart zich soms een zeker streven naar eenheid. De aandacht van den bidder trekt zich samen op den ééaen God, tot wien hij zich wendt, en in wien hij nu alle goddelijke volmaaktheden vereenigd ziet. Maar het is telkens een andere god, die zoo hoog wordt verheven. Hetzelfde is op te merken bij de Kanaanieten en bij de heidensche volken van Syrië en Arabië-De goden blijven altoos beperkt door de veelvormigheid van he natuurleven en het menschenleren.
In Israël wordt nu menigmaal de ware God aangeduid met dezelfde woorden als de afgoden. De gewone naam voor God, Elohim, is eigenlijk een meervoud en komt in het O. T. ook dikwijls voor in de beteekenis „goden". Soms duiden de heidenen ook wel een enkelen god met zulk een meervoud aan. Maar het is nu eens deze en dan wéér die. In Israël daarentegen is het altoos de ééne. Hij wordt Elohim genoemd, omdat Hij en Hij alleen voor Israël het inbegrip is van alles wat waailijk God mag heeten. Als eerste uitvloeisel van zijn bondsbetrekking tot Israël stelt Hij den eisch : «Geece andere elohim voor mijn aangezicht. Als God des Verbonds openbaart Hij zich onder den Naam, die in het Hebreeuwsch wordt uitgedrukt door de vier medeklinkers JHVH en in onze Statenvertaling door Heere. In zijn openbaring aan Mozes omschrijft God de beteekenis van dezen naam aldus: «Ik zal zijn die Ik zijn zal." De Babyloniërs gebruiken soms ook wel ter aanduiding der godheid een woord, dat eenigszins op den Verbondsnaam geüjkt. Doch naar het schijnt was dit bij hen niet de naam van een bepaalden god, maar eene zeer onbepaalde aanduiding van «een of ander (goddelijk) wewezen". In Israël daarentegen is de Verbondsnaam geene onbepaalde aanduiding. Maar deze naam bevat juist de meest intieme openbaring van den eenigen waarachtigen God in zijne scherp geteekende persoonlijkheid.
Bij Babels goden is van belijnde persoonlijkheid geen sprake, omdat ze slechts verpersoonlijkte natuurkrachten zijn. Ze vloeien in elkaar over. Maar Israels God is boven de natuur verheven en openbaart zich in den loop der historie. Daartoe kiest Hij zekere personen en een bepaald volk, waaraan Hij zich verbindt als hun God. Hij is aan geen natuurverschijnsel gebonden, maar openbaart zich aan zijn uitverkorenen waar en wanneer Hij wil. Hij staat wel hoog boven de menschen, maar is toch onmiddellijk voor hen genaakbaar. De scherpe belijndheid zijner natuur is oorzaak, dat er geene overgangsvormen zijn tusschen het goddelijke en het. menschelijke bestaan, zooals in de leer van Babel. Met deze verhevenheid van Israels God boven de natuur hangt onmiddellijk het beeldenverbod samen. En evenals de beeldendienst worden allerlei heidensche leeringen en practijken door zijn wezen uitgesloten. Was Hij een na tuurgod geweest, dan kon hij op den duur tegenover de goden van Kanaan (in den grond dezelde als die van Babel) niet onverzoenlijk zijn gebleven. Als de god van het volk, dat Kanaaa veroverde, zou Hij aan hun hoofd zijn getreden. En a) wilden nu ook velen in Israël dien kant wel uit, het wezen van den waren God komt er altoos weer tegen in verzet. Daarom wordt Israël zoo onophoudelijk gewaarschuwd tegen vermenging met de Kanaanieten. En ook de invoering van het koningschap was niet zonder gevaar. Heidensche koningen werden meermalen als goden vereerd, wijl men hun eene plaats gaf in de rij der tusschenwezens, die bemiddelend optreden in het verkeer tusschen de hooge goden en de lage menschen. En nu is toch in Israël het koningschap er wel gekomen. Maar het stond onder strenge controle van de profetie, welke wees op den grooten Koning der toekomst, die geen tusschenwezen zou zijn naar heidensche opvatting. Maar die waarachtig mensch zou wezen en waarachtig God, en derhalve niet belemmerend intreden tusschen den Heere en Zijn volk, maar veeleer den omgang des menschen met God tot de hoogste vrijheid opvoerend. Met het oog des geloofs aanschouwen de profeten Hem, in wien eenmaal de Gerechtigheid Gods aan zijn volk zal worden geschonken. Want in den dienst van den waren God komt alles aan op geloof en gerechtigheid. De massa des volks meent telkens weer, dat het Hem begonnen is om de offers als zoodanig. Zei wUen Hem, op heidensche wijze, met natuurdingen verzorgen, ten einde door Hem met natuurdingen te worden gezegend. Maar bij den Heere is de verhouding tot Zijn volk eene geheel andere dan bij de nationale goden van andere volken. Als Israel aan den eisch van recht en gerechtigheid niet voldoet, komt het tot eene breuk tusschen Hem en zijn volk, en brengt Hij over hen het oordeel der ballingschap. Dan schijnt het, dat de goden van Babel en Assur over Hem triumfeeten. Maar het einde is, dat ze voor Hem in het niet verzinken. En in den weg van recht en gerechtigheid wordt het overblijfsel zijns volks behouden door Hem, die zelf God is geopenbaard in het vleesch, die eene verzoening is voor de zonde der wereld, en die door zijn woord en Geest de wetten des verbonds in de harten van zijn volk zal schrijven.
Aan de bespreking van deze inleiding werd deel genomen door Prof. Dr. F. W. Grosheide, Prof. Dr. W. Geesink en Dr. G. Chr. Aalders. Aanstonds na deze samenkomst werd eene vergadering gehouden van het studenten-studiefonds. De zeer druk bezochte bijeenkomst, die geleid werd door Ds. J. J. Miedema, van Groningen, besloot een krachtige actie op touw te zetten voor het jubileumfonds 1920. Tot bestuurslid werd herkozen Prof. Dr. R. H. Woltjer en gekozen Mr. J. W. Goedbloed, van Goes.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 6 juli 1919
De Heraut | 4 Pagina's